Over het Nederlands Jeugdinstituut

Samen beslissen - het kan en het moet

Blog van: Cora Bartelink -

Regelmatig hoor ik verhalen van gefrustreerde en wanhopige ouders die zich niet serieus genomen voelen in de hulpverlening. Of die, zoals een ouder me laatst vertelde, te maken krijgen met professionals die de feiten in hun zaak negeren, onder het mom dat ze geen feitenonderzoek hoeven te doen. Gelukkig is nu de langverwachte 'Richtlijn Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp' verschenen. Met deze nieuwe richtlijn in de hand beslissen gezinnen en hulpverleners voortaan echt samen over hulp - hoop ik.

De nieuwe Richtlijn Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp sluit aan bij een belangrijk uitgangspunt van de Jeugdwet: gezinnen moeten de regie hebben in het hulpverleningsproces en zoveel mogelijk samen met hun sociale netwerk hun problemen oplossen. De richtlijn biedt professionals de kennis die ze nodig hebben om sámen beslissingen te nemen en beschrijft de vaardigheden die ze nodig hebben om dat goed te doen.

De richtlijn in een notendop

In vijf stappen komen professionals, ouders en kinderen tot een gezamenlijk besluit:

1. Bouw een samenwerkingsrelatie op met ouders en kinderen en verhelder hun vraag.
Goede samenwerking vergroot de kans dat de geboden hulp of ondersteuning slaagt. Ook als je als professional alleen tijdens het beslisproces bij een gezin betrokken bent en voor verdere hulp verwijst naar een andere professional of organisatie, is het belangrijk de samenwerking met ouders en kinderen serieus te nemen. Je bent het visitekaartje van “de hulpverlening”. Stel de vraag of behoefte van ouders en kinderen voorop. Waar maken zij zich zorgen over of hebben ze last van?

2. Onderzoek problemen en krachten verder.
Deze stap hoef je niet altijd uit te voeren. Je doet het alleen als bij de vraagverheldering in stap 1 blijkt dat er meer informatie nodig is om te komen tot een weloverwogen besluit. Een verdere analyse is vooral nodig bij ernstige en complexe problemen.

Deze eerste twee stappen hebben tot doel dat professionals met ouders en kinderen komen tot een gedeelde visie op de aard en ernst van de problemen en de hulpvraag.

3. Stel doelen op.
Ouders en kinderen bepalen wat zij belangrijk vinden om te veranderen. Zet motiverende gespreksvoering in als je denkt dat zij belangrijke problemen niet onderkennen of willen veranderen.

4. Beslis over de inzet van het netwerk.
Kijk samen welke mogelijkheden ouders en kinderen in hun sociale netwerk hebben. Wie in hun omgeving kan en wil hen helpen? Wat kunnen die mensen voor hen doen?

5. Beslis over de inzet van professionele hulp.
Professionele hulp zet je in voor die zaken die ouders en kinderen niet zelf of samen met hun netwerk kunnen aanpakken. Leg uit welke mogelijkheden voor hulpverlening er zijn en wat de voor- en nadelen zijn. Je adviezen over hulp baseer je op kennis over wat effectief is voor de problemen en hulpvraag van het gezin. Vraag ouders en kinderen naar hun ideeën en wensen. Beslis vervolgens samen wat het best lijkt aan te sluiten.

Beslissen over hulp is een cyclisch proces. Bepaal daarom ook samen met ouders en kinderen hoe en wanneer je de genomen beslissingen evalueert en of het hulpverleningsproces daarna verder gaat.

Lastige samenwerking

Net zoals ik ouders hoor klagen over hulpverleners, hoor ik ook regelmatig hulpverleners verzuchten: 'Die ene ouder is zo lastig om mee samen te werken. Die is het nooit met me eens.' Ook - juist - met die ouders moet je op één lijn zien te komen, hoeveel inspanning dat ook kost. De richtlijn helpt daarbij. Dus gebruik hem.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies