• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Afscheid van een waterbed

Blog van: Tom van Yperen -

'De decentralisatie van de jeugdzorg maakt een einde aan de enorme expansie van het dure zorggebruik die onder de provincies en zorgverzekeraars is ontstaan.' Een dergelijke uitspraak wekt de suggestie dat die zorgverzekeraars en provincies de boel aardig uit de hand hebben laten lopen; hoog tijd dat de gemeenten het overnemen. Die suggestie lijdt echter aan een tekort aan historisch besef.

Twintig jaren geleden nam ik deel aan de Projectgroep Toegang, die adviseerde over de inrichting van de toegang tot jeugdzorg. We stelden een laagdrempelige voorziening voor, provinciaal georganiseerd, met vestigingen in de gemeenten. Ze moesten – samen met gemeentelijke voorzieningen – veel advies en ambulante hulp kunnen bieden, tot wel 15 contacten per cliënt. De bureaus zouden zo veel hulpvragen afdoende kunnen beantwoorden; alleen voor ingewikkelde gaven ze indicaties af voor intensievere zorg. De regering bepaalde dat die indicaties een recht op zorg gaven.

De bureaus jeugdzorg kwamen er, alleen in sterk uitgeklede vorm. Hulp mochten ze nauwelijks bieden. Advies en lichte pedagogische ondersteuning werden taken van de gemeente.

Waterbed

Later zat ik in een commissie die moest aangeven welk budget de provincies in de toekomst nodig zouden hebben om de bureaus jeugdzorg en jeugdhulpverlening te kunnen betalen. Dat kunnen we niet zeggen, was onze conclusie. Onze analyse was dat het bureau jeugdzorg en de jeugdhulpverlening deel uitmaken van een gigantisch waterbed. Als gemeenten hun budget voor pedagogische ondersteuning omlaag drukken, stromen de cliënten via de bureaus jeugdzorg naar de jeugdhulpverlening en de jeugd-ggz. De provincies en zorgverzekeraars betalen daarvoor de rekening. Als de zorgverzekeraars de kosten drukken door de instroom in de jeugd-ggz te beperken, zoeken hulpvragers hun weg naar de provinciaal gefinancierde zorg. Omdat de indicaties van bureau jeugdzorg een recht op zorg geven, zijn het Rijk en de provincies verplicht de stijgende vraag te financieren. Ontstaan er wachtlijsten, dan gaat de Tweede Kamer ook even op het waterbed zitten met de eis om met extra geld het ventiel naar de geïndiceerde jeugdhulpverlening verder open te draaien.

Knap werk

Enfin, nog krap veertien dagen en we zijn van dit waterbed af. Maar betekent de decentralisatie dat de provincies en de zorgverzekeraars hun werk niet goed hebben gedaan? Welnee. De provincies zijn er met de zorgaanbieders in geslaagd om veel hulp die vroeger in tehuizen werd geboden nu in ambulante hulpvormen en pleegzorg te geven. Ook de zorgverzekeraars hebben met de ggz-branche enorm geïnvesteerd in ambulante zorg. De kosten van de stijgende zorgvraag konden zo enigszins beperkt blijven. Een knappe prestatie.

Kolossale klus

Maar niettemin is het goed dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor alle preventie en jeugdhulp. Als ze dan nog weinig investeren in preventief jeugdbeleid, betalen ze zelf de rekening. Ze staan daarmee wel voor een kolossale klus. De nog steeds groeiende vraag naar jeugdhulp moet afgeremd worden. Tegelijk staan er enorme bezuinigingen voor de deur. Het waterbed is er niet meer, maar het wordt wel pompen of verzuipen. Mijn goede voornemen voor het nieuwe jaar is dat ik de gemeenten ga helpen pompen. U ook?

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies