Stapprogramma's en VVE Thuis

Veelgestelde vragen over Opstap

Ja, Opstapje en Opstap sluiten net als voor- en vroegschoolse programma's aan bij hetgeen kinderen nodig hebben voor een goede ontwikkeling. Omdat de Stap-programma's gemaakt zijn voor laagopgeleide ouders zijn de leerinhoud en werkwijze sterker gestructureerd; stap voor stap leren ouders een meer optimale omgang met het kind.

Opstap heeft een vergelijkbare leerinhoud als Piramide, Kaleidoscoop en Basisontwikkeling/Startblokken. De doelstelling is echter verschillend. Opstapje en Opstap richten zich op het vergroten van vaardigheden van ouders. Omdat de Stapprogramma's gemaakt zijn voor laagopgeleide ouders, is de leerinhoud en manier van werken meer gestructureerd; stap voor stap leren ouders een meer optimale omgang met hun kind. Opstap kan de oudercomponent van een centrumgericht programma (deels) vervangen of aanvullen. Groepsbijeenkomsten kunnen op school worden georganiseerd. Verder is inhoudelijke afstemming mogelijk; een liedje, versje of boekje uit Opstap kan op school in het Nederlands worden aangeboden.

Verder is het programma VVE Thuis ontwikkeld, waarbij de aansluiting bij voor- en vroegschoolse educatie nog sterker is.

Opstap en school kunnen onder meer samenwerken bij:

  • De werving van gezinnen, bijvoorbeeld door informatiebijeenkomsten op school te organiseren.
  • Groepsbijeenkomsten kunnen op school worden georganiseerd. De leerkracht kan daarbij als 'gastspreker' aanwezig zijn.
  • Inhoudelijk: versjes, boekjes en liedjes worden thuis in de eigen taal en in de klas in het Nederlands gelezen en gezongen.
  • Voortgangsgesprekken: enkele keren per jaar wordt de voortgang van de kinderen besproken, uiteraard alleen als de ouders daarvoor toestemming geven.
  • Specifieke activiteiten: organiseren van activiteiten voor de ouders van Opstap, zoals een spelletjesmiddag, voorleesmiddag, een tentoonstelling of een workshop.
  • Diploma-uitreiking: de leerkrachten worden uitgenodigd voor de feestelijke diploma-uitreiking aan kinderen en ouders.

Ja, de Stap-programma's zijn met goede ondersteuning van een contactmedewerkster geschikt voor laaggeletterde ouders, waaronder analfabete ouders. De materialen zijn aangepast aan laaggeletterde ouders, bijvoorbeeld door de pictogrammen en instructietekeningen. Bij Opstap zijn bovendien alle liedjes en versjes op cd opgenomen.
We adviseren de contactmedewerkster ongeveer anderhalf uur uit te trekken voor een huisbezoek omdat deze laaggeletterde ouders extra steun nodig hebben. Het rollenspel en simulatie zijn de meest geschikte werkvormen. Verder kunnen de ouders de voorleesboekjes vertellen aan hun kinderen. Een contactmedewerkster dient dat, met behulp van de illustraties, goed te oefenen met de ouder. Als aanvulling op het vertellen door de ouder kunnen zij en andere huisgenoten voorlezen.

Verder is 'Opgroeien en opvoeden in beeld' beschikbaar, als ondersteuning voor iedereen die gesprekken heeft met laaggeletterde ouders over opgroeien en opvoeden.

De Stap-programma's willen de taalontwikkeling van kinderen bevorderen, daarom worden Opstap en Opstap uitgevoerd in de taal die de ouder het beste beheerst, de sterkste taal. Het programma bereikt meestal ouders die nauwelijks of geen Nederlands spreken. En als de ouder Nederlands praat met haar kind is dat meestal weinig correct en 'arm' taalgebruik. Maar ook in de moedertaal is vaak sprake van weinig stimulerende taalinteractie. Kinderen leren de Nederlandse taal beter vanuit een goede moedertaalontwikkeling. Als de (eigen-)taalinteractie van ouders wordt verrijkt kan dat gedurende de gehele schoolloopbaan van het kind een positief effect hebben. Het effectonderzoek van Opstap onder Turkse kinderen bevestigt deze visie .

Nee, Opstap is niet bedoeld voor multiprobleemgezinnen. In die gezinnen staan de ernst en omvang van de problemen een goed verloop van het programma in de weg. Een oplossing voor de problemen is eerst nodig. Meedoen is alleen aan de orde als een gezin erg gemotiveerd is en er aan de problemen wordt gewerkt.
Soms worden de problemen pas duidelijk als een gezin al enige tijd aan het programma deelneemt. De coördinator dient dan, met toestemming van de ouders, hulpverlening in te schakelen. Of een gezin dan nog kan doorgaan met Opstap hangt af van de ernst van de problemen en de motivatie van de ouders.

  • Onderbrengen van het programma bij een uitvoerende instelling. Geadviseerd wordt een welzijnsinstelling met meer programma's op het gebied van onderwijskansen of het programma te verbinden aan een (brede) school.
  • Keuze maken voor werkgebied, doelgroepen en gewenst bereik (op basis van een analyse van de situatie).
  • Voldoende gezinnen werven in het werkgebied (meestal een wijk) om een of meer groepen te kunnen starten.
  • Adressenbestand opvragen van gezinnen met kind(-eren) in de doelgroep. Als dit vanwege privacy-regels niet mogelijk is: afspraken maken met sleutelfiguren en instellingen die de doelgroep bereiken.
  • Voldoende budget regelen voor het programma.
  • Benoemen van geschikt personeel met voldoende uren voor hun taken.
  • Taak- en functieomschrijvingen vastleggen.
  • Zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden en voorzieningen.
  • Zorgen voor een goede rechtspositie van de medewerksters, met bij de functie en taken passende honorering met loondifferentiatie en doorgroeimogelijkheden.
  • Zorgen voor mogelijkheden voor scholing van de medewerksters.
  • Zorgen voor kantoorvoorzieningen en faciliteiten voor de medewerksters.
  • Zorgen voor goede inbedding van de medewerksters in de uitvoerende instelling.
  • Zorgen voor werkbegeleiding en ondersteuning van de medewerksters door de uitvoerende instelling.
  • Ruimte en faciliteiten regelen voor trainingen en groepsbijeenkomsten (denk ook aan kinderopvang).
  • Zorgen voor goede inbedding in het beleid van de gemeente; duidelijke afspraken maken met ambtenaren.
  • Een netwerk opzetten rond het programma of aansluiten bij een bestaand netwerk.
  • Goede afspraken maken met relevante instellingen en betrokkenen.
  • Zorgen voor afstemming en samenhang met andere programma's en activiteiten
  • Werkbegeleiding, ondersteuning en scholing van de medewerksters structureel inbouwen.

Bij de reguliere werkwijze van Opstap worden huisbezoeken afgewisseld met groepsbijeenkomsten. Bij Opstap-groepsgewijs zijn huisbezoeken voor een groot deel vervangen door instructie in kleine groepjes (kringbezoeken) van vier tot acht ouders. Er zijn verschillende uitvoeringsmodellen denkbaar:

  • Een jaar Opstap op de reguliere manier en het tweede jaar groepsgewijs.
  • Twee jaar groepsgewijs. Voor ouders die veel ondersteuning nodig hebben - zoals analfabete moeders - worden huisbezoeken georganiseerd.
  • De eerste maanden regulier Opstap, daarna worden afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte meer huisbezoeken afgelegd of wordt groepsgewijze instructie aangeboden.
  • Een of meer groepen met groepsgewijze instructie naast en in samenhang met reguliere groepen.

Met Opstap-groepsgewijs kunnen meer gezinnen worden bereikt. Er is wel een aantal voorwaarden:

  • Minimaal eens per zes weken wordt een huisbezoek afgelegd om de voortgang en eventuele problemen te bespreken, alsmede voor afstemming op de individuele ouders en gezinssituaties.
  • Analfabete ouders (veelal moeders) krijgen wel tweewekelijks huisbezoek en waar nodig vaker. Ook ouders die meer steun nodig hebben, of niet aanwezig kunnen zijn bij de kringbezoeken krijgen huisbezoek.
  • De contactmedewerksters hebben minimaal mbo-niveau, ervaring met Opstap en zijn geschoold in het begeleiden van kringbezoeken.

 

Door naar gezinnen toe te gaan is de drempel om mee te doen laag en is het mogelijk om een koppeling te maken naar de situatie van de ouder. De overdracht door de contactmedewerkster kan optimaal worden aangepast aan de kennis en vaardigheden van de ouder, waardoor maatwerk mogelijk is. Bovendien ontstaat er tussen ouder en contactmedewerkster sneller een vertrouwensband. Problemen bij het spelen met het kind of in het eigen gezin zal de ouder eerder bespreken tijdens een huisbezoek dan in een groepsbijeenkomst.

De coördinator is verantwoordelijk voor het trainen en begeleiden van de contactmedewerksters. Zij start met een inwerkperiode (inclusief introductietraining) en introduceert de contactmedewerksters bij hun gezinnen.
Vanaf het begin van het programma wordt regelmatig een training voor contactmedewerksters georganiseerd met de volgende onderdelen: uitleg van de materialen, overdracht van materialen, voortgang in gezinnen (knelpunten bespreken) en het voorbereiden van groepsbijeenkomsten. Er is een handleiding beschikbaar met uitgewerkte thema's voor de training.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies