Stapprogramma's en VVE Thuis

Micha de Winter: Opstap naar HOOP

Het onmiskenbare belang van optimisme in opvoeding en educatie

De eerste spreker van het jubileumfeest, Micha de Winter, bracht een betoog van hoop. “Kinderen hebben hoop, perspectief, optimisme en levenslust nodig”, stelde de hoogleraar. Ook het belang van de gemeenschap kwam aan bod: sociale verbinding en betrokkenheid zijn essentieel, en opvoeding moet gezien worden als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De kern van het betoog van De Winter, het woord hoop, werd ook concreet gemaakt.

Positieve houding opvoeders

Hoogleraar de Winter gaf het publiek direct stof tot nadenken: hoe komen maatschappelijke veranderingen en problemen in de wereld terecht bij de kinderen? De Winter bestrijdt de visie van filosoof en pedagoog Jean-Jacques Rousseau, die van mening was dat je kinderen dicht bij de natuur moet brengen en weg moet houden bij de volwassen wereld. In de pedagogiek leefde sinds de verlichting het idee dat kinderen opgesloten moeten worden in jeugdland, afgeschermd van de buitenwereld.

De Winter besteedde in zijn betoog ruim aandacht aan Lea Dasberg. Deze pedagoog stelde in de jaren 80 dat een spreekwoordelijke muur om kinderen heen bouwen een slecht idee is, omdat dat voor een irreëel wereldbeeld zorgt. Dasberg stelt in haar boek ‘Grootbrengen door klein houden’ dat kinderen onvoldoende de mogelijkheid krijgen om zelfstandig volwassen te worden. Kinderen worden door de volwassene in een beschermd ‘Jeugdland’ klein gehouden.  In de huidige maatschappij is die manier van opvoeden bovendien praktisch onmogelijk, stelt De Winter.

Door de opkomst van het internet en sociale media pikken ook hele jonge kinderen veel op van de wereldproblematiek. Hoe gaan we met die veranderende wereld om? Wat doet terrorisme met kinderen en hoe reageren kinderen op aanslagen? In lijn met het werk van Lea Dasberg, benadrukt De Winter dat kinderen gebaat zijn bij een positieve houding bij opvoeders. “Kinderen hebben hoop, perspectief, optimisme en levenslust nodig. De manier waarop kinderen de wereld leren zien hangt af van de manier waarop opvoeders de wereld presenteren.” Volgens De Winter moeten we “sociale en politieke problemen niet gaan verbergen, maar pedagogisch vertalen”. Ook hier ligt de nadruk op hoop en optimisme en De Winter stelt voor om “de presentatie van leed en onrecht gepaard te laten gaan met de presentatie van hoop en mogelijkheden tot verbetering.”

Opvoeding als gezamenlijke verantwoordelijkheid

Ook de individualisering van de samenleving kwam aan bod in de bijdrage van De Winter. Waar de opvoeding vroeger ging over het breken van de wil van een kind, is de opvoeding tegenwoordig omgeslagen naar het omgekeerde: de eigen wil wordt te veel op een voetstuk geplaatst. Hierin is de maatschappij enigszins doorgeslagen, stelt De Winter in zijn pleidooi. Ook lijkt opvoeden tegenwoordig een privéproject, terwijl juist de kwaliteit van relaties tussen diverse opvoeders essentieel is. De gemeenschap is nodig om kinderen op te voeden, blijkt uit diverse onderzoeken. Binding met mensen om je heen (bonding) is belangrijk, maar ook in contact komen met mensen die anders zijn (bridging) is nodig. De Winter pleit ervoor om opvoeding als een gezamenlijke verantwoordelijkheid te zien. Terwijl het individualisme toeneemt is het nodig om elkaar te ondersteunen en netwerken sterker te maken. De Winter haalt onderzoeken aan die aantonen dat sociale verbinding en betrokkenheid essentieel zijn in het opvoeden van kinderen.

Aandacht nodig voor beschermende factoren

Er is volgens De Winter ook een ontwikkeling van overbezorgdheid zichtbaar. Men is vooral op zoek naar risicofactoren en afwijkingen, en steeds meer aspecten van het leven worden gekenmerkt als stoornis. De maatschappij is, met alle goede bedoelingen, naar kinderen gaan kijken vanuit risico’s op stoornissen, wat zich uit in grote aantallen kinderen met ADHD en dyslexie. Deze ontwikkeling hangt samen met de maatschappelijke neiging om problemen erger te maken dan dat ze zijn.

Als voorbeeld geeft De Winter de cijfers van kindersterfte in de wereld, die veel te hoog worden ingeschat door mensen. Opvoeders en kinderen hebben behoefte aan optimisme en feitenkennis in een tijdperk waarin het nieuws overwegend negatief is. De hoogleraar hoopt dat er een kentering gaande is, waarbij er meer gekeken wordt naar beschermende factoren in opgroeien en opvoeden, zoals in een recente notitie van het Nederlands Jeugdinstituut (Top tien positieve ontwikkeling jeugd).

Ook het probleem van pesten passeerde de revue. Tegenwoordig heeft elke school een verplicht antipestprogramma. Volgens De Winter hebben deze programma’s echter een probleem: er zijn meetbare effecten op korte termijn, maar geen duurzaamheid. Als alternatief moet er met kinderen worden nagedacht over waar pesten vandaan komt.

De kern van het betoog van De Winter, het woord hoop, wordt ook concreet gemaakt:

  1. Handelingsperspectieven cultiveren
  2. Onderbreken van impulsieve oordelen en verlangens
  3. Optimisme voorleven
  4. Participatie bevorderen

De Winter sluit zijn bijdrage af met een boodschap. De maatschappij - en opvoeders in het bijzonder – moeten de wereld anders gaan benaderen en presenteren aan kinderen: van pessimistisch naar optimistisch en van individueel naar sociaal. Met deze opdracht kunnen de gezinsgerichte programma’s volgens De Winter de komende tien jaar vooruit.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies