Stapprogramma's en VVE Thuis

Hilde Kalthoff: 30 jaar Spelend leren thuis: vroeger, nu toekomst

Hilde Kalthoff vertelde op het jubileumfeest over het verleden, het heden en de toekomst: van het ontstaan van Opstap tot nieuwe kansen door te blijven streven naar verbetering en het benutten van nieuwe digitale technieken.

Ontstaan gezinsstimulering

Opstap, het eerste programma voor gezinsgerichte ontwikkelingsstimulering in Nederland, bestaat al 30 jaar. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw kwamen veel gastarbeiders, voornamelijk uit Marokko en Turkije, naar Nederland. In ’85 en ’86 vond er veel gezinshereniging plaats. Er kwamen veel Turkse en Marokkaanse moeders met hun kinderen naar Nederland, die het erg moeilijk hadden. De kinderen hadden als ze naar school gingen al een grote achterstand in hun ontwikkeling. Toenmalig staatsecretaris Hedy d’Ancona vond dat er vanuit de regering iets moest gebeuren. Men ontdekte het Home Instruction Program for Preschool Youngsters (Hippy) van Avima Lombard, de moeder van de gezinsgerichte programma’s en door Hilde Kalthoff aangehaald als inspiratiebron.

Het Hippy programma van Lombard richtte zich op stimulering van kinderen in de thuissituatie. Het uitgangspunt van dit programma: leren begint thuis en ouders zijn essentieel. Avima Lombard geloofde in ouders en inspireerde Nederland om te geloven in ouders. Essentieel daarbij is dat ouders hun opvoedende taak ook daadwerkelijk waar kunnen maken. Daarvoor zijn goed gestructureerde activiteiten en materialen nodig. En goede begeleiding met een grote rol voor buurtmoeders. Buurtmoeders kwamen uit de cultuur van de moeders en spraken hun taal.  Door de goede materialen en steun die ze kregen hadden moeders daadwerkelijk succes in het stimuleren van hun kind. Ook in Amerika werd het Hippy programma verspreid, mede dankzij de inspanning van Hillary Clinton.

Succesvolle vernieuwing Stapprogramma’s

De toenmalige Averroès stichting introduceerde Opstap, een vertaalde versie van Hippy, voor het eerst in Nederland. In september 1987 werden de eerste gezinnen thuis bezocht en de eerste groepsbijeenkomsten georganiseerd. Opstap was uniek in Nederland en had succes: gezinnen deden twee jaar mee, speelden met hun kind en lazen voor. Er was weinig uitval en betrokkenen constateerden positieve resultaten op de ontwikkeling van de kinderen en de vaardigheden van hun ouders. Door het succes van Opstap werden ook gezinsgerichte programma’s voor ouders met jongere kinderen ontwikkeld: Instapje (1-2 jaar) en Opstapje (2-4 jaar). Helaas toonde het onderzoek van Lotti van de Berg geen noemenswaardige positieve resultaten van Opstap op de ontwikkeling van kinderen.

Naar aanleiding van dit onderzoek werd Opstap grondig verbeterd. De materialen werden aangepast aan het Nederlandse onderwijs en de wetenschap, en er kwam een sterk accent op het bevorderen van de kwaliteit van de ouder-kind interactie. Verder werden interculturele voorleesboeken in diverse talen ontwikkeld die vandaag de dag nog steeds worden uitgebracht. Het nieuwe Opstap bleek wél positieve effecten op de ontwikkeling van kinderen en de kwaliteit van de ouder-kind interactie te hebben. 

Moeilijke jaren en nieuwe kansen

Ondanks het meetbare succes van Opstap gaf een commissie, in opdracht van het ministerie van OCW, aan dat gezinsgerichte programma’s niet effectief genoeg waren. Programma’s die zich direct tot kinderen richten vanuit een peuterspeelzaal of school, de zogenoemde centrumgerichte programma’s, zouden effectiever zijn. De definitie van voor- en vroegschoolse educatie verschoof van een brede definitie (centrumgericht en gezinsgericht) naar een smalle definitie (alleen centrumgericht). Door de vve-regeling (vanaf 2003) kregen gemeenten budget voor vve, maar alleen voor centrumgerichte programma’s. Het aantal gezinnen dat deelname aan de Stapprogramma’s ging vervolgens flink omlaag. Er kwamen moeilijke jaren voor de Stapprogramma’s. Lokaal en landelijk moest hard gewerkt worden om te overleven.

Een landelijke actiegroep werd opgericht, brieven naar de Tweede Kamer gestuurd, Kamerleden bezochten de praktijk en er was een actiedag in Den Haag. Binnen het vve-budget kwam vervolgens enige ruimte voor gezinsgerichte programma’s. Geleidelijk aan kwam er meer aandacht voor ouders. Internationaal onderzoek toonde aan dat een combinatie van centrumgerichte stimulering en gezinsgerichte stimulering met meest effectief is voor de ontwikkeling van kinderen. Dit was aanleiding om VVE Thuis te ontwikkelen. Dit programma sloeg sterk aan. Er kwamen nieuwe kansen, al bleef er onvoldoende geld om huisbezoeken aan te bieden.

Verspreiding Stapprogramma's en VVE Thuis

Hilde Kalthoff stond in haar bijdrage niet alleen stil bij de geschiedenis van de Stapprogramma's en VVE Thuis, maar ook bij het heden. Vandaag de dag doen ruim 10.000 gezinnen mee met de programma’s, waarvan VVE Thuis het belangrijkste is. De programma’s zijn inmiddels in meerdere landen actief, met de sterkste verspreiding in België, Duitsland en Zwitserland. Ook zijn er meerdere prijzen gewonnen, waaronder de prestigieuze Best Practice Award (Duitsland en Zwitserland).

Samenwerking met wetenschap

Kalthoff richtte haar blik ook op de toekomst en de nieuwe kansen. De afgelopen jaren werden de programma’s vernieuwd. Zo zijn de geanimeerde boeken en educatieve games van Bereslim aan de Stapprogramma’s en VVE Thuis toegevoegd. In de toekomst draait alles om het blijven streven naar verbetering. Er wordt hierbij intensief samengewerkt met universiteiten: drie onderzoekers gaan promoveren op het programma VVE Thuis. Hun bevindingen zorgen voor vernieuwing. Ook meer werken met beeldmateriaal kan de kwaliteit verbeteren, stelt Kalthoff.

Er is door de Radboud Universiteit een app ontwikkeld om de ouder-kind interactie te stimuleren. Kinderen en ouders gaan samen een probleem lossen. Daarbij overleggen ze samen. Dit versterkt de interactie. De app is getest en wordt verbeterd. Om de nieuwe materialen te verspreiden komt er een digitale thuisomgeving met (ondersteunend) materiaal voor gezinnen en begeleiders. Onder meer zijn er filmpjes over de vuistregels voor de ouder-kind interactie. Verder kunnen begeleiders en ouders er hun ervaringen delen.

Uitdagingen voor de toekomst

De toekomstvisie van Kalthoff is helder: de positieve effecten van de programma’s kunnen nog worden vergroot. De komende jaren liggen er veel uitdagingen. Er is steeds meer diversiteit in de doelgroep van de programma’s, onder meer door statushouders. Hierdoor is er meer maatwerk vereist voor gezinnen. Dit dient echter wel verantwoord te gebeuren. Wetenschappelijk onderzoek wordt op de voet gevolgd en er wordt lering getrokken uit de resultaten om te blijven verbeteren. De relaties met universiteiten zijn hierbij belangrijk, maar natuurlijk ook de relaties met de praktijk. “Met twee benen in de praktijk”, zo luidt de boodschap van Hilde Kalthoff.

Als afsluiter van haar bijdrage introduceert Kalthoff haar collega’s en onderstreept ze de belangrijke bijdrage van Bureau Extern. Olav Oosterbaan en Monica Schwartz van Bureau Extern zijn vanaf het prille begin verantwoordelijk voor de logistiek rond de programma’s en waren ook tot steun in moeilijke jaren. De mooie bos bloemen is meer dan verdiend. De landelijk coördinator verlaat het podium. Tijd voor een stukje theater van Hans en Monique Hagen.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies