• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Licht verstandelijk beperkte jeugd

Oorzaken en risicofactoren

Een licht verstandelijke beperking (lvb) wordt veroorzaakt en in stand gehouden door een complex samenspel van genetische, neurobiologische en omgevingsfactoren. Factoren die een rol spelen bij het ontstaan zijn:

  • Biomedische factoren, zoals een genetische afwijking, ziekte van de moeder tijdens de zwangerschap, blootstelling aan giftige stoffen als alcohol, drugs en medicijnen tijdens de zwangerschap of een hersenbeschadiging. 
  • Sociale factoren, zoals opgroeien in een multiprobleemgezin of opgevoed worden door ouders die zelf ook een verstandelijke beperking en geen toereikende opvoedvaardigheden hebben.

Kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking lopen een relatief groot risico op bijvoorbeeld gedragsproblemen, psychiatrische problemen, middelenmisbruik, delinquentie,schooluitval, traumatisering en gedesorganiseerde gehechtheid. Verschillende kenmerken van een lvb en omgevingsfactoren spelen een rol bij het ontstaan van zulke problemen:

  • Het gebrek aan sociale- en probleemoplossende vaardigheden dat gepaard gaat met een lvb kan ervoor zorgen dat kinderen en jongeren zich moeilijker redden in sociale situaties.
  • Beperkingen in het cognitief functioneren van lvb jeugdigen kunnen leiden tot overvraging en faalervaringen.
  • Beperkingen in de emotionele ontwikkeling kunnen leiden tot onwenselijke reacties of gedragingen van kinderen of jongeren met lvb.
  • De beperkte impulscontrole en grote beïnvloedbaarheid van jeugdigen met een lvb zorgt ervoor dat zij sneller worden meegezogen in negatief of delinquent gedrag.
  • Het opvoeden van een kind met een lvb kan een uitdaging zijn, zeker als ouders zelf ook een verstandelijke beperking hebben. Gebrekkige opvoedvaardigheden van ouders kunnen bijdragen aan hechtingsproblemen bij het kind of leiden tot verwaarlozing.

Op de vraag of een lvb aangeboren is of door de omgeving wordt bepaald, is geen eenduidig antwoord te geven. Er is nog geen algemeen geaccepteerd theoretisch model dat de oorzakelijke verbanden van een lvb verklaart. Onderzoek wijst er in principe op dat het IQ in aanleg bepaald is, maar dat een verbetering van de pedagogische- en sociale omstandigheden wezenlijk bij kan dragen aan het terugdringen van de prevalentie van lvb.

Onderstaande tekst gaat niet alleen in op de oorzaken van een lvb, maar ook op belangrijke risicofactoren die samengaan met het hebben van de beperking.

Oorzaken van een lvb

Biomedische oorzaken

Een lvb kan ontstaan door verschillende biologische factoren, waarbij we een onderscheid kunnen maken tussen oorzaken voor, tijdens en na de geboorte. Er kan sprake zijn van een genetische afwijking, de moeder kan tijdens de zwangerschap een ziekte hebben gehad of zij kan giftige stoffen als alcohol, drugs en medicijnen hebben ingenomen. Dit vergroot het risico op een beperking bij het kind. Een lvb kan ook het gevolg zijn van een hersenbeschadiging. Deze kan tijdens de geboorte ontstaan door zuurstofgebrek of een hersenbloeding of op latere leeftijd door bijvoorbeeld een ongeluk.

Sociale omstandigheden

De omvang van de problemen van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking hangt sterk af van de sociale context. Veel kinderen en jongeren met een lvb groeien op in ‘multiprobleemgezinnen’ uit lagere sociaaleconomische klassen waarin verslaving, financiële problemen, mishandeling en misbruik voorkomen.

Ouders uit deze gezinnen hebben vaak zelf een laag IQ, missen toereikende opvoedingsvaardigheden en zijn niet in staat om op een juiste manier aan te sluiten bij de belevingswereld en ontwikkelingsleeftijd van hun kind. Hierdoor zijn de ouders minder goed in staat om hun kind in zijn of haar ontwikkeling te stimuleren, waardoor een lvb ontwikkeld en/of in stand gehouden kan worden.

Risicofactoren voor problematische ontwikkeling

Het hebben van een licht verstandelijke beperking verhoogt het risico op onder andere gedragsproblemen, psychiatrische problemen, depressiviteit, middelenmisbruik, delinquentie,schooluitval, traumatisering en hechtingsproblemen. Verschillende kenmerken van een lvb en omgevingsfactoren spelen een rol bij het ontstaan van zulke problemen.

Individuele factoren

Kinderen en jongeren met een lvb hebben cognitieve tekorten in hun sociale informatieverwerking. Daardoor kunnen zij zich moeilijker redden in sociale situaties. Zij begrijpen mensen vaak verkeerd en schatten reacties van anderen niet goed in. Ook overschatten zij zichzelf vaak. Hierdoor komen zij in de problemen, raken daar gefrustreerd over en veroorzaken door hun gedrag weer nieuwe problemen.

Ook hebben lvb’ers moeite met het bedenken van sociaal adequaat gedrag en maken zij eerder een (soms impulsieve) keuze voor een agressieve en minder assertieve aanpak. De negatieve sociale ervaringen die zij daardoor meemaken, kunnen een grote invloed hebben op het zelfvertrouwen. Het gebrek aan sociale en probleemoplossende vaardigheden van lvb’ers vergroot het risico op de ontwikkeling van gedragsproblemen en emotionele problemen.

Kinderen en jongeren met een lvb hebben moeite met het onthouden en verwerken van informatie. Zij hebben een achterstand in het werkgeheugen, een relatief zwak verbaal kortetermijngeheugen en een laag denktempo. Dit zorgt voor problemen op cognitief niveau rondom planning, kunnen focussen, probleemoplossend vermogen, besluitvorming, zelfregulering en impulscontrole. Omdat deze beperking aan de buitenkant niet te zien is, worden zij vaak overschat en overvraagd, met als gevolg stress en faalervaringen die weer een negatieve uitwerking op het zelfvertrouwen kunnen hebben en kunnen leiden tot schooluitval.

Ook het taalgebruik en taalbegrip blijft door het beperkte werkgeheugen achter. Hierdoor begrijpen kinderen en jongeren met een lvb minder goed wat er gezegd wordt en hebben zij meer moeite met lezen. Ook kunnen zij hun emoties vaak niet goed verwoorden en beheersen en uiten zij deze op een primaire manier. Doordat de metacognitieve vaardigheden bij kinderen en jongeren met een lvb beperkt ontwikkeld zijn, hebben zij moeite met het terughalen van situaties die zijn voorgekomen, deze te analyseren en daarop te reflecteren. Zij richten zich daardoor eerder op de letterlijk gesproken en negatieve informatie.

De emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren met een lvb stagneert vaak op het niveau van een schoolkind. Basale emoties als verdriet, liefde en haat zijn goed ontwikkeld, maar door de beperking in hun cognitief functioneren is het moeilijk om deze te kunnen definiëren. Als gevolg daarvan is het voor deze jeugdigen moeilijk om adequaat op hun emoties te reageren. Sociaal-emotionele vaardigheden die zich pas op latere leeftijd (verder) ontwikkelen, zoals empathie, geweten (weten wat goed of fout is) en seksualiteit, zijn bij kinderen en jongeren met een lvb minder goed ontwikkeld.

De combinatie van beperkingen in het geweten en het empathisch vermogen, de beperkte metacognitieve vaardigheden en gebrekkige zelfsturing leidt tot een beperkte impulscontrole: dat wat het kind of de jongere met een lvb voelt, wordt direct omgezet in gedrag. Kinderen en jongeren met een lvb zijn daardoor beïnvloedbaar en kwetsbaar voor de invloed van negatieve vrienden. Zij lopen een verhoogd risico meegezogen te worden in overlastgevend, antisociaal of delinquent gedrag van ‘vrienden.’ De slachtoffers van loverboys behoren bijvoorbeeld vaak tot de groep lvb-jeugdigen.

Ook vergroot het de kans op middelenmisbruik. lvb jeugdigen kunnen de risico’s van middelengebruik minder goed inschatten, zijn minder goed in staat om nee te zeggen en vooral om daarbij maat te houden. Kleine hoeveelheden alcohol of drugs kunnen vervolgens al snel grote gevolgen hebben, zoals delinquentie, agressie en misbruik.

Sociale factoren

Het opvoeden van een kind met een lvb kan lastig zijn, zeker als ouders zelf ook een beperking hebben. Als ouders ontoereikende opvoedvaardigheden hebben of onvoldoende sensitief zijn naar hun kind, kan dit belangrijke gevolgen hebben. Onderzoek laat zien dat er bij kinderen met een verstandelijke beperking vaker sprake is van een minder veilige hechting. Deze kinderen lopen een groter risico op het ontwikkelen van een gedesorganiseerde gehechtheid, wat weer de kans op psychiatrische problematiek in latere levensfasen vergroot.

Ook de kans op verwaarlozing en traumatisering is groter bij kinderen en jongeren met een lvb dan bij de normaal begaafde kinderen. Opvoed- en opgroeiproblemen kunnen op latere leeftijd weer leiden tot een verhoogd risico op onder andere crimineel gedrag, overmatig drugs- en drankgebruik, vereenzaming of financiële problemen.

Onderzoek vindt dat kinderen en jongeren met lvb minder vaak deelnemen aan vrijetijdsbestedingen. Zij hebben minder vaak hobby’s, zijn minder vaak lid van een sportvereniging en hebben minder vrienden. In combinatie met de hierboven genoemde risicofactoren kan dit leiden tot een negatieve invulling van de vrije tijd (middelenmisbruik, foute vrienden).

Beïnvloedbare factoren

In de risicofactoren kun je een onderscheid maken tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Laatste zijn factoren die vaststaan, die niet of nauwelijks te beïnvloeden zijn met behulp van een interventie. Het gaat hier bijvoorbeeld om erfelijke aanleg.

Voor een professional die werkt met (de ouders van) kinderen of jongeren met een lvb of een interventie wil ontwikkelen voor deze doelgroep, zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke beïnvloedbare factoren zijn bijvoorbeeld de opvoedingsomgeving en de sociale- en probleemoplossende vaardigheden van jeugdigen. Deze factoren zijn bij wijze van spreken de knoppen waaraan een professional kan draaien om de problemen die samengaan met een lvb te verminderen.

Van kennis naar praktijk

Hoe vertaalt een professional de kennis over beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren naar de praktijk? Een interventie voor kinderen en jongeren met een lvb heeft de meeste kans van slagen wanneer de professional:

  • alle beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren in kaart brengt die aanwezig zijn
  • doelen stelt die rechtstreeks verband houden met de beïnvloedbare risico- en beschermende factoren (bijvoorbeeld ouders leren op een effectieve manier te reageren op het gedrag van hun kind)
  • methodieken gebruikt waarvan bewezen is dat die de risicofactoren bij een lvb verminderen en de beschermende factoren vergroten (bijvoorbeeld het versterken van de sociale en probleemoplossende vaardigheden van de jongere, het vergroten van de opvoedingsvaardigheden van ouders en het creëren van een positief sociaal netwerk).

Bronnen

  • Beer, Y. de (2011). De kleine gids: Mensen met een licht verstandelijke beperking. Deventer: Kluwer
  • Boertjes, M.J., & Lever, M.S. (2007). LVG en jeugdcriminaliteit. Diemen: expertisecentrum Jeugdzorg- Gehandicaptenzorg William Schrikker.
  • Collot d’Escury, A. (2007). Lopen jongeren met een lichte verstandelijke beperking meer kans om in aanraking te komen met justitie? Kind en adolescent, 28 (3), 128-137
  • Dalmijn, E. W., & van Lisdonk, J. (2017). Tienerzwangerschap bij meiden met een lichte verstandelijke beperking. JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg, 49(1), 8-13.
  • Greeven, H. (2014). Rapportage onderzoek naar jongeren met een licht verstandelijke beperking. Gouda:  JSO.
  • Huizinga, M., Graas, D., & Bexkens, A. (2017). Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs: visie op ondersteuning in de klas. Apeldoorn / Antwerpen: Garant uitgevers
  • Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie (z.j.). Jeugdigen met een Lichte Verstandelijke Beperking (lvb) én een psychiatrische stoornis. Utrecht: Kenniscentrum KJP.
  • Moonen, X. & Kaal, H. (2017). Jeugdigen en jongvolwassenen met licht verstandelijke beperkingen en criminaliteit. Justitiële Verkenningen, 43, 9-24.
  • Nouwens, P. J., Lucas, R., Embregts, P. J., & van Nieuwenhuizen, C. (2017). In plain sight but still invisible: A structured case analysis of people with mild intellectual disability or borderline intellectual functioning. Journal of Intellectual & Developmental Disability, 42(1), 36-44.
  • Porton, E. (2010). Sociale informatieverwerking bij kinderen met een lichte verstandelijke beperking (lvb) en gedragsproblemen. Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen.
  • Soenen, S. M. T. A. (2016). Mild intellectual disability: an entity? Mapping clinical profiles and support needs (Doctoral dissertation).
  • Willner, P., Bailey, R., Parry, R., & Dymond, S. (2010). Evaluation of executive functioning in people with intellectual disabilities. Journal of Intellectual Disability Research, 54, 366-379.
Vragen?

Lianne Lekkerkerker is contactpersoon.

Foto Lianne  Lekkerkerker

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies