• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Wijkteams

Praktijkvoorbeelden

Utrecht: buurtteams Jeugd & Gezin

Het buurtteam Jeugd & Gezin vormt samen met het buurtteam Sociaal en de informatie- en adviesmedewerkers van de gemeente het loket waar inwoners van Utrecht met al hun vragen terechtkunnen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) fungeert als voorliggende voorziening. Dat is het domein van de jeugdgezondheidszorg, waar ouders en jongeren hun alledaagse vragen over opvoeden en opgroeien kunnen stellen. Ook verzorgt het CJG groepsaanbod, zoals opvoedcursussen of online hulp voor jongeren met depressieve gevoelens.

Het buurtteam werkt aanvullend op het CJG, maar kijkt wel altijd eerst wat een gezin zelf of met hulp van zijn netwerk kan oplossen. De leden van het buurtteam beschikken over uiteenlopende expertises op het gebied van opvoeden en opgroeien, maar als generalist pakken ze elk probleem op. Ze zijn generalist in het gezin maar specialist in hun team. Vanaf 2015 maken medewerkers deel uit van de nieuwe buurtteamorganisatie, stichting Lokalis. In opdracht van de gemeente werkt Lokalis aan de verdere ontwikkeling van het buurtteam Jeugd & Gezin met als doel de Utrechtse jeugd en hun ouders hoogwaardige basiszorg te bieden.

Lees de casuïstiek: De keuze van Utrecht: hulpverlenen zonder restricties

Enschede: wijkcoaches

In Enschede spitste de wijkaanpak zich oorspronkelijk toe op multiprobleemhuishoudens. Eind is eind 2014 is dit verbreed naar wijkteams 0-100 die de hele stad bestrijken en sindsdien ook enkelvoudige vragen afhandelen. De wijkcoaches zijn afkomstig uit onder andere het maatschappelijk werk, de jeugdzorg, een thuiszorgorganisatie, beschermd wonen en het CJG. De Stichting Maatschappelijke Dienstverlening is voor hen de nieuwe werkgever.

De Enschedese wijkcoaches werken als generalist voor de hele doelgroep 0-100. Het is dus niet uitgesloten dat je als jeugdzorgwerker te maken krijgt met de schuldenproblematiek van een vijftigplusser. Bij vragen buiten hun eigen vakgebied kunnen wijkcoaches een beroep doen op een collega die daarvoor wel de expertise in huis heeft. Het welzijnswerk, ouderenzorg en de GGD, waaronder het consultatiebureau valt, maken in Enschede geen deel uit van het wijkteam, maar zijn wel belangrijke samenwerkingspartners.

Lees het Beleidsplan jeugdhulp Enschede en de Verordening jeugdhulp Enschede.

Samenwerkingsverband Noord-Veluwe

Gemeenten in het samenwerkingsverband Noord-Veluwe nemen het Centra voor Jeugd en Gezin als uitvalsbasis voor hun generalistisch werkende teams. De Centra voor Jeugd en Gezin moeten een sluitend netwerk vormen tussen het lokale preventieve jeugdbeleid en het provinciale jeugdzorgbeleid. Samen hebben deze gemeenten niet alleen aanvullende zorg ingekocht, maar ook een poule gevormd van waaruit ze de CJG-teams bemensen.

In de teams zitten maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, medewerkers van het voormalige bureau jeugdzorg, MEE en jeugd- en opvoedhulp. Ze werken zoveel mogelijk bij gezinnen thuis of op andere plekken waar de doelgroep komt. Het zijn generalisten die in ieder geval alle opvoedvragen moeten kunnen beantwoorden en zo nodig aanvullende vormen van zorg erbij kunnen halen. Aan de Centra voor Jeugd en Gezin wordt eveneens de zorgstructuur binnen het onderwijs gekoppeld.

Amersfoort

De gemeente Amersfoort kent geen aparte jeugdteams maar kiest voor een integraal wijkteam om de zorg en ondersteuning aan burgers samenhangend en integraal vorm te geven. De functies van het CJG gaan deels op in het wijkteam, de informatie- en adviesfunctie van het CJG krijgt een plek binnen de sociale basisinfrastructuur. Hier kunnen inwoners met opvoed- en opgroeivragen in eerste instantie aankloppen. Ook krijgen ze vanuit de sociale basisinfrastructuur lichte vormen van ondersteuning, zoals Home-Start, jeugdgezondheidszorg en collectieve activiteiten van het welzijnswerk. Voor ingewikkeldere vragen kunnen inwoners van Amersfoort een beroep doen op de wijkteams.

De medewerkers van die teams zijn generalistisch maar beschikken ook over een eigen specialisme. Ze zijn afkomstig van organisaties met uiteenlopende achtergronden. Daardoor is er in het team kennis over opvoeding, jeugdzorg, gezondheidszorg maar ook over zorg voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, ouderen, verslaving, woonbegeleiding, welzijn en psychiatrische problematiek. Het wijkteam biedt burgers zelf ondersteuning en is tevens de toegang naar zorg of andere vormen van ondersteuning die het wijkteam zelf niet kan bieden. Het gaat dan om specialistische vormen van zorg, ondersteuning, behandeling of bijvoorbeeld langdurige intensieve begeleiding.

Lees de casuïstiek: De keuze van Amersfoort: Integraal opererende wijkteams

Apeldoorn: CJG4kracht

Gemeente Apeldoorn koos ervoor de Centra voor Jeugd en Gezin door te ontwikkelen. Vooruitlopend op de transitie begon Apeldoorn al in 2011 met de pilot CJG4kracht, een project waarbij ambulante hulp zonder indicatie wordt gegeven met als basis een gezinsplan. Er zijn in Apeldoorn vier fysieke CJG’s, in vier stadsdelen. Het consultatiebureau is daarvan de spil. Ouders krijgen er informatie en advies over het opvoeden en opgroeien van hun kinderen.

Wil een medewerker van het CJG een nader oordeel over een gezin of een jongere dan brengt hij in het gezinsplan in beeld wat de situatie is en legt dit voor aan het expertteam van het CJG. Dat expertteam bestaat uit een gedragswetenschapper, een jeugdarts van het CJG en afhankelijk van de hulpvraag uit professionals die deskundig zijn op gebied van onder meer opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, lvb-problematiek, maar ook kindermishandeling en huiselijk geweld. kader). Zij beoordelen dan welke professionals het beste ingezet kunnen worden in een gezin. En hoe zwaar die hulp moet zijn. Naast het CJG kent Apeldoorn ook het sociale wijkteam voor de ondersteuning van volwassenen.

Lees de casuïstiek: De keuze van Apeldoorn: Een CJG over de hele breedte.

Het Kamper Kompas

Kampen heeft de decentralisatie van taken op het gebied van jeugd, zorg en werk aangegrepen om samen met instellingen, professionals én burgers een eigen visie te ontwikkelen op maatschappelijke ondersteuning. Met als resultaat het Kamper Kompas, een herontwerp van het sociaal domein waarbij de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk het uitgangspunt zijn en dat in 2017 praktijk moet zijn. In dat model bepaalt de burger wat er moet gebeuren om zijn zelfredzaamheid te vergroten en zelf het roer in handen te houden. De professional komt pas in beeld als die mogelijkheden uitgeput zijn, maar neemt het roer niet over. Een overzichtelijke website zorgt voor informatie en bijbehorende apps vertellen hoe er in de directe omgeving ondersteuning te organiseren is.

Inwoners kunnen met hun vraag ook terecht bij een zogeheten verkenner, een professional die je overal vindt: op school, bij de huisarts, het Centrum voor Jeugd en Gezin, bij de kerk, de thuiszorg, het Alzheimercafé, bedrijven en de gemeente. De verkenner helpt de vraag te verhelderen en een oplossing te vinden. Daarbij wordt eerst gekeken wat iemand zelf kan doen en of de omgeving kan helpen. Bij een complexe vraag helpt de verkenner een netwerkbijeenkomst te organiseren om samen met familie, bekenden en professionals een ondersteuningsplan te maken waarin de beoogde resultaten en daarmee samenhangende afspraken staan. Zo nodig schakelt de verkenner een zogeheten gids in om ondersteuning te bieden bij de uitvoering van dat plan, maar de regie blijft bij de burger.

Lees de casuïstiek: De keuze van Kampen: Transformatie in co-creatie.

Video over Buurtteam Lariks Pittelo

In de documentaire Buurtteam Lariks Pittelo: Experts van het gewone leven schetsen de makers in 25 minuten een beeld van de totstandkoming en de manier waarop het team contact zoekt met de buurt en bewoners betrekt. Het is geen blauwdruk voor een wijkteam, maar maakt inzichtelijk hoe de samenwerking in de praktijk verloopt.

Internationaal voorbeeld: Scandinavië

In Nederland is het nog tamelijk nieuw om te werken in wijkteams die zich inzetten voor versterking van preventie en pedagogische basisvoorzieningen. Scandinavische landen werken daar al langer mee. Dat is beschreven in de notitie ‘Generalistisch werken rondom jeugd en gezin in de Scandinavische landen’. Ook al werken ze niet met teams, de praktijk daar biedt leerzame voorbeelden:

  • De social worker fungeert als spin in het web, staat dichtbij de burger en legt de verbinding tussen alle lokale ondersteuning en zorg; van nulde tot en met tweede lijn. Dat maakt de toeleiding naar hulpverlening makkelijker.
  • De social worker is ook de zorgcoördinator, verantwoordelijk voor de vraagverheldering en follow-up, en meestal ook voor de daadwerkelijke ondersteuning.
  • De social worker is meestal gespecialiseerd, met name in het domein jeugd en gezin.
  • Het kind staat centraal. Scandinavische landen betrekken het kind actief bij de vraagverheldering en bij het beslissen over hulp.
  • De ouders worden (bijna) altijd betrokken. Het welbevinden van het kind is prioriteit nummer één, maar ouders hebben altijd een stem in het hulpverleningstraject als de veiligheid van het kind dit toelaat.
  • Veel aandacht voor het sociale netwerk. In de vraagverhelderingsfase wordt al gekeken hoe het sociale netwerk kan bijdragen aan de oplossing van het probleem.
  • Aandacht voor randvoorwaarden die het mogelijk maken om goed te kunnen werken, zoals een gedeeld instrumentarium, na- en bijscholing, en tijd voor super- en intervisie.

Lees de notitie: Generalistisch werken rondom jeugd en gezin in de Scandinavische landen.

Zorgmeldplicht

Bij eventuele uithuisplaatsing lijkt men in Scandinavische landen meer vanuit een vrijwillig kader te werken dan nu in Nederland nog het geval is. Dit is te herleiden uit een lager percentage gedwongen hulpverlening (vergeleken met Nederland). Bij kindermishandeling geldt in Nederland een meldplicht. In Scandinavische landen geldt een zorgmeldplicht. Social workers moeten al hun zorgen over de ontwikkeling en het welzijn van kinderen – ongeacht aard of zwaarte – melden bij de gemeente. Zorgen kunnen ook betrekking hebben op de verzorging of opvoeding van de kinderen. Naast de zorgmeldplicht van professionals hebben ook burgers de mogelijkheid om hun zorgen te uiten. Iedere melding wordt onderzocht. De termijn waarbinnen dit onderzoek plaats moet vinden is doorgaans wettelijk bepaald.

Lees de bevindingen van Scandinavische experts tijdens twee bezoeken aan Nederlandse gemeenten (september 2013) en tijdens een internationale expertmeeting van het NJi (november 2013).

Vragen?

Nikki Udo is contactpersoon.

Foto Nikki  Udo

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.