• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kinderopvang

Wet kinderopvang

De Wet kinderopvang is sinds 2005 van kracht. De wet wil de combinatie arbeid en zorg vergemakkelijken en de kwaliteit van de kinderopvang waarborgen.

Sinds 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en een deel van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) in werking. Het gaat om wijzigingswetten.

Door de Harmonisatiewet wordt het peuterspeelzaalwerk omgevormd tot kinderopvang. De Wet IKK regelt met name de kwaliteit en de toegankelijkheid van de kinderopvang. Steeds meer voorschoolse instellingen voeren voorschoolse educatie uit. Er gelden dan extra regels voor de kwaliteit. Meer informatie over de extra eisen:
Wet- en regelgeving voorschoolse educatie
Extra eisen met betrekking tot voorschoolse educatie 

Wet Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Alle geregistreerde peuterspeelzalen in het Landelijk Register Kinderopvang zijn per 1 januari 2018 omgezet naar kinderdagverblijven. Ouders krijgen, als ze voldoen aan de voorwaarden, ook kinderopvangtoeslag voor peuteropvang. Hierdoor hoeven gemeenten de financiering van peuteropvang voor ouders die recht krijgen op kinderopvangtoeslag niet meer op zich te nemen. SWN heeft een Handreiking juridische vraagstukken harmonisatie om gemeenten en instellingen te ondersteunen. 

Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang 

De Wet IKK legt de hoofdpunten van de wijzigingen vast. De nieuwe kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteit kinderopvang en ministeriële regelingen.

De nieuwe kwaliteitseisen zijn opgedeeld in 4 thema's:

  1. De ontwikkeling van het kind centraal.
  2. Veiligheid en gezondheid.
  3. Stabiliteit en pedagogisch maatwerk.
  4. Kinderopvang is een vak.

Het ministerie van SZW ontwikkelde per thema een inspiratievideo voor ondernemers. Ook zijn er video’ s gemaakt voor medewerkers en een voor ouders en oudercommissies.
Een aantal wijzigingen is per 1 januari 2018 ingegaan. Andere kwaliteitseisen treden per 1 januari 2019 in werking.

De belangrijkste wijzigingen van de Wet IKK per januari 2018:  

  • Pedagogisch perspectief op drie IKK-maatregelen. De wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang/ IKK: Wat kan de ondernemer verwachten aan ‘pedagogische winst’?
  • Nieuwe kwaliteitseisen.
  • Nieuwe opleidingseisen voor de pedagogisch medewerkers en de pedagogisch beleidsmedewerkers. Er is onder meer bepaald welk certificaat nodig is voor het verlenen van eerste hulp. Tevens is de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires opgenomen. Verder wordt de mondelinge taalvaardigheid van pedagogisch medewerkers minimaal 3F. Er wordt een ingroeimodel gehanteerd. 
  • Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. Dit is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. De mentor is het aanspreekpunt voor de ouders bij vragen over de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. De mentor bespreekt periodiek de ontwikkeling van het kind met de ouders. In de buitenschoolse opvang (BSO) is de mentor ook het aanspreekpunt voor het kind.
  • Wijzigingen in het Pedagogisch beleidsplan zijn er op het gebied van de invulling van de pedagogische doelen, het volgen en stimuleren van kinderen, de rol van de mentor, de doorlopende ontwikkellijn met het basisonderwijs en de buitenschoolse opvang.
  • De verplichting voor een jaarlijks vastgestelde risico-inventarisatie vervalt. Wel moet er een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid zijn met de achterwachtregeling en het vierogenprincipe als verplichte onderdelen.

Per januari 2019 gaat in:  

  • Nieuwe beroepskracht-kindratio bkr:
    - 0-jarigen gaat van 1 op 4 naar 1 pedagogisch medewerker op 3 kinderen;
    - 4 tot en met 6 jaar blijft 1 op 10;
    - kinderen van 7 tot 13 jaar wordt 1 op 12;
    - verticale groepen van 4 tot 13 jaar wordt 1 op 11.
    Inzet vrijwilligers, beroepskrachten- in-opleiding en stagiaires tellen niet mee voor de bkr. Bekijk de Rekenhulp IKK.
  • Inzet van pedagogisch beleidsmedewerker die elke pedagogisch medewerker coaching biedt en die zich bezig houdt met de ontwikkeling en implementatie van het pedagogisch beleid. De pedagogisch beleidsmedewerker mag meetellen voor de berekening van de BKR als deze als meewerkend coach wordt belast met het coachen van pedagogisch medewerkers bij de uitvoering van hun werkzaamheden op de groep. Dit geldt echter uitsluitend voor de tijd dat de pedagogisch beleidsmedewerker zelf op de groep werkzaamheden verricht als pedagogisch medewerker.

De volgende maatregelen van de Wet IKK worden nog uitgewerkt:

  • De kinderopvangondernemer heeft een opleidingsplan met betrekking tot de opleiding en ontwikkeling van pedagogisch medewerkers.
  • Diploma’s buitenschoolse opvang: cao-partijen bezien of het nodig en mogelijk is om de lijst met kwalificerende diploma’s voor de BSO uit te breiden met andere expertises.
  • Alle pedagogisch medewerkers die met baby’s werken worden specifiek geschoold.
  • Er wordt door de branchepartijen gewerkt aan een landelijk systeem van permanente scholing.

Bekijk een overzicht van de veranderde eisen.

De wijzigingen in de wet hebben ook gevolgen voor de cao’s. Lees de cao kinderopvang met het nieuws over de veranderingen.  

Adviesrecht ouders

In de Wet kinderopvang is opgenomen dat oudercommissies adviesrecht hebben. Een oudercommissie heeft het recht te adviseren over:

  • de uitvoering van het kwaliteitsbeleid, in het bijzonder het pedagogisch beleid (de kwaliteit van het personeel, de groepsgrootte en de inzet van personeel in opleiding);
  • het algemeen beleid op het gebied van voeding, opvoeding, veiligheid en gezondheid;
  • openingstijden;
  • het beleid rondom voorschoolse educatie;
  • vaststelling en wijziging van de interne klachtenregeling;
  • wijzigingen van de prijs van kinderopvang.

Wijzigingen bij deze onderwerpen als gevolg van IKK moeten worden voorgelegd aan de oudercommissie(s).

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.