• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Toezicht voor- en vroegschoolse educatie

Waarderingskader

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van de uitvoering van voorschoolse educatie en de vroegschoolse educatie (groep 1 en 2), alsmede op de wijze waarop de gemeenten de verplichtingen vanuit het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (goab), waaronder voorschoolse educatie, nakomen. De onderwijsinspectie kijkt naar alle aspecten die relevant zijn voor de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie (vve), waarbij er een onderscheid is tussen het gemeentelijk niveau en het locatieniveau.

Toezicht voorschoolse educatie bij gemeenten

De Inspectie van het Onderwijs maakt bij het toezicht gebruik van het waarderingskader Voorschoolse Educatie (ve). De onderwijsinspectie heeft ten minste jaarlijks overleg met de gemeente, de houders van instellingen met voorschoolse educatie en de schoolbesturen. Hierin wordt nagegaan of er afspraken zijn gemaakt over wie de doelgroepkinderen zijn, de toeleiding, de doorlopende leerlijn en de resultaten van de vroegschoolse educatie. De uitkomsten van de analyses van de inspectie, verwerkt in een openbaar rapport, kunnen leiden tot een onderzoek op gemeenteniveau of bijvoorbeeld een gesprek.
Toezicht locaties voorschoolse educatie

Zowel de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) als de Inspectie van het Onderwijs houden toezicht op voorschoolse educatie. De GGD beoordeelt jaarlijks of locaties voldoen aan de basisvoorwaarden voorschoolse educatie (de wettelijke eisen in de Wet OKE ):

  • De omvang (art. 2). Dit artikel gaat over voldoende vve-tijd (minimaal 10 uur).
  • Het aantal beroepskrachten en de groepsgrootte (art. 3). Dit artikel gaat over de beroepskracht-kindratio.
  • De kwaliteit van beroepskrachten (art. 4). Dit artikel gaat over de opleiding van de beroepskrachten en de vve-scholing.
  • Het gebruik van een voorschools educatie-programma (art. 5). Dit artikel gaat over het voorschoolse aanbod op de verschillende ontwikkelingsgebieden.
  • De kwaliteit van de locatie (art. 6). Dit artikel geeft aan dat de voorschools educatie plaats moet vinden in een kindercentrum of peuterspeelzaal.
  • Het opleidingsplan (art. 4, vierde lid). Dit artikel gaat over de verplichting voor houders om jaarlijks een opleidingsplan voorschoolse educatie op te stellen.
    In sommige gemeenten kijkt de GGD ook meer inhoudelijk naar de kwaliteit van de educatie. Bekijk het veldinstrument observatie pedagogische praktijk dat de GGD  hanteert. 

Ook de Inspectie van het Onderwijs is bevoegd om toezicht te houden op de basisvoorwaarden, maar doet dit alleen in uitzonderlijke gevallen en aanvullend op het onderzoek van de GGD. Naast de basisvoorwaarden kan de inspectie op de locaties met gesubsidieerde voorschoolse educatie onderzoek verrichten naar:

  • Het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid.
  • De kwaliteit van de educatie.
  • Ontwikkeling, zorg en begeleiding van de kinderen.
  • Kwaliteitszorg.

De onderwijsinspectie verricht standaard toezicht bij nieuwe locaties met voorschoolse educatie en als er signalen zijn dat de kwaliteit van voorschoolse educatie niet helemaal op orde is.

Toezicht vroegschoolse educatie (scholen)

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs, waaronder de kwaliteit van vroegschoolse educatie in de groepen 1 en 2. Daarnaast kunnen signalen kunnen leiden tot een onderzoek of tot een andere actie, bijvoorbeeld een gesprek met het schoolbestuur.

Bij het toezicht wordt het ‘Onderzoekskader voorschoolse educatie en primair onderwijs’ gebruikt. Afhankelijk van de situatie strekt het onderzoek op een basisschool zich alleen uit tot de vroegschoolse educatie in de groepen 1 en 2, of maakt dit onderdeel uit van een onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs op de gehele basisschool.

In het onderzoekskader worden vijf kwaliteitsgebieden onderscheiden: Onderwijsproces (krijgen kinderen goed les), Schoolklimaat (zijn kinderen veilig), Onderwijsresultaten (leren kinderen genoeg) en de twee voorwaardelijke gebieden Kwaliteitszorg en ambitie en Financieel beheer. Bij de standaard Onderwijsproces vallen onder meer aspecten die met voor- en vroegschoolse educatie te maken hebben. Voorbeelden daarvan zijn de (extra) ondersteuning van kinderen met (risico op) onderwijsachterstand en samenwerking met relevante partners om voor- en vroegschoolse educatie vorm te geven.

Lees meer over toezicht op voor- en vroegschoolse educatie.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.