Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Wet- en regelgeving

Voor voor- en vroegschoolse educatie zijn de volgende wetten van belang:

  • Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE)
  • Wet Kinderopvang
  • Wet op het primair onderwijs
  • Wet op het onderwijstoezicht.

Wet OKE

Sinds 1 augustus 2010 is de 'Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie' (Wet OKE) van toepassing. Het doel van de wet is om de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. De wet wijzigt drie wetten: de 'Wet Kinderopvang', de 'Wet op het onderwijstoezicht' en de 'Wet op het primair onderwijs'.

Onderdelen van de Wet OKE zijn:

  • De verplichting voor gemeenten om een hoogwaardig voorschools aanbod te hebben voor alle peuters (tussen 2,5 en 4 jaar) met een risico op onderwijsachterstand.
  • De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de voorschoolse educatie.
  • Het voeren van jaarlijks overleg binnen de gemeente en het maken van afspraken over onderwijsachterstandenbeleid, waaronder voor- en vroegschoolse educatie. In de meeste gemeenten gebeurt dit tijdens het LEA-overleg (Lokale Educatieve Agenda-overleg). 
  • Het toezicht en handhaving op de kwaliteit voorschoolse educatie. 

Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie

In het 'Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie', dat is gebaseerd op de Wet OKE, staan onder meer de eisen voor voorschoolse educatie vermeld.

Lokale Educatieve Agenda

Gemeente en schoolbesturen zijn verplicht om afspraken te maken over het onderwijsachterstandenbeleid, waaronder de resultaten van voor- en vroegschoolse educatie. In de meeste gemeenten gebeurt dit tijdens het LEA-overleg (Lokale Educatieve Agenda-overleg). De gemeente treedt daar op als regisseur en zorgt ervoor dat er onder meer afspraken worden gemaakt over de toeleiding naar voorschoolse educatie, het gebruik van vve-programma’s, ouderbetrokkenheid en de doorgaande lijn van voor- naar vroegschoolse educatie. 

Onderwijsachterstand in de 'Wet op het primair onderwijs'

Volgens de 'Wet op het primair onderwijs' moet het onderwijs zodanig ingericht worden, dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van onderwijsachterstanden. Sinds de invoering van de Wet OKE is daaraan toegevoegd, dat hierin voorzien kan worden door middel van vroegschoolse educatie. De middelen voor het bestrijden van onderwijsachterstanden zijn lumpsumgelden. Schoolbesturen zijn, binnen de doelstelling, vrij in de besteding ervan. Schoolbesturen moeten de afwegingen die ze maken opnemen in hun jaarverslag. Op deze manier heeft de overheid enig inzicht in de besteding van deze middelen die met een specifiek doel zijn verstrekt.

'Wet op het onderwijstoezicht': inspectietoezicht

Sinds de Wet OKE is het toezicht op vve een taak van de Inspectie van het Onderwijs. Dit is ook opgenomen in de 'Wet op het onderwijstoezicht'.

Op gemeentelijk niveau kijkt de inspectie onder meer of de verplichte afspraken uit de Wet OKE gemaakt zijn. Op schoolniveau bekijkt de inspectie of de gemaakte afspraken al dan niet worden nagekomen.

Onderwijsinspectie en GGD-inspectie

De GGD beoordeelt de basiskwaliteit van alle voorschoolse voorzieningen, en dus ook van de voorzieningen die de voorschoolse educatie verzorgen. De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt daar bovenop specifiek de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie. Daarvoor is een toezichtkader ontwikkeld. Zie ook de informatie over het toezichtkader voor- en vroegschoolse educatie. 

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies