• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Eisen voorschoolse educatie

In het 'Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie', dat is gebaseerd op de Wet OKE, staan de eisen voor voorschoolse educatie vermeld:

Voorschools programma
In de voorschoolse educatie is een programma vereist waarin de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek, en de sociaal-emotionele ontwikkeling, gestructureerd en samenhangend wordt gestimuleerd. Indien er niet met een vve-programma wordt gewerkt, dient aangetoond te worden dat er systematisch en samenhangend wordt gewerkt aan de hierboven genoemde ontwikkelingsgebieden.

Pedagogisch medewerker-kindratio
Bij de voorschoolse educatie moeten er op een groep van maximaal zestien peuters minimaal twee in voorschoolse educatie geschoolde beroepskrachten staan. Een van de twee mag in opleiding zijn voor voorschoolse educatie.

Structurele kwaliteitskenmerken zoals doorgaande lijn en ouderbetrokkenheid
In de Wet OKE is opgenomen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor een groot aantal structurele kwaliteitskenmerken zoals goede informatie aan ouders, inzet van voldoende gekwalificeerd personeel, en het minimum aantal uren per week dat aan het programma wordt deelgenomen. Daarnaast dienen gemeenten ook te zorgen voor de definitie van doelgroepkinderen, een goede toeleiding, de inzet van integrale vve-programma's, de doorgaande lijn, ouderbetrokkenheid en afspraken over de opbrengsten van vve.

Overdracht van gegevens
Houders van kinderdagverblijven zijn door de Wet OKE verplicht gegevens te leveren aan het schoolbestuur over instromende leerlingen. Ze moeten het gevolgde vve-programma en de duur van het gevolgde programma doorgeven. In de wet is vastgelegd dat scholen afspraken maken met de partijen over de wijze van gegevenslevering.

Nieuwe kwaliteitseisen voorschoolse educatie

De kwaliteitseisen in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie zijn per 1 januari 2018 aangescherpt om de (educatieve) kwaliteit te verhogen:

  • Scholingseisen voor voorschoolse educatie:
    Invoering van een (verhoogde) taaleis van ten minste niveau 3F voor beroepskrachten voorschoolse educatie op de onderdelen Mondelinge taalvaardigheid en Lezen. Bewijs van scholing voorschoolse educatie.  Het betreft een module voorschoolse educatie van minimaal 12 dagdelen.
  • Verplicht opleidingsplan beroepskrachten voorschoolse educatie.
  • Opnemen van voorschoolse educatie in het pedagogisch beleidsplan, dat bovendien moet worden geëvalueerd. 

Beleid op voorschoolse educatie in het pedagogisch beleidsplan
In het pedagogisch beleidsplan moet een apart onderdeel worden opgenomen over voorschoolse educatie. Daarin wordt in ieder geval beschreven hoe wordt gewerkt aan:

  • Het vormgeven aan het voorschools educatief aanbod.
  • Het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • Het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop aanpassen van het aanbod van vve.
  • Het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.
  • Het op passende wijze inrichten van de ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie.
  • Het vormgeven van een doorlopende leer- en ontwikkellijn van voor- naar vroegschool.

Module voorschoolse educatie van minimaal 12 dagdelen
Pedagogisch medewerkers die in de voorschoolse educatie willen werken, moeten een specifieke scholing voorschoolse educatie hebben gevolgd. Dit bestaat uit een minimaal 12 dagdelen en voorziet in ieder geval in het bijbrengen van kennis en vaardigheden van voorschoolse educatie op de volgende terreinen:

  • Het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie.
  • Het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • Het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop aanpassen van het aanbod van voorschoolse educatie.
  • Het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.

Wanneer in een opleiding deze onderwerpen reeds geborgd zijn in het kwalificatiedossier, is geen extra keuzedeel voorschoolse educatie vereist.

Let op: het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie wordt met terugwerkende kracht aangepast. Een  pedagogisch medewerker die nog bezig is met een training of opleiding voorschoolse educatie mag onder voorwaarden worden ingezet op een ve-groep. Er moet dan wel al een beroepskracht zijn die voldoet aan alle eisen van ve (brief aan Tweede Kamer van 7 maart 2018).

Opleidingsplan 
De houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal waar vve wordt aangeboden, moet een opleidingsplan vaststellen. Dit opleidingsplan moet in ieder geval aansluiten bij de vve-specifieke kennis en vaardigheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit. De houder moet kunnen uitleggen aan de toezichthouder hoe het opleidingsplan aansluit bij de kennis en vaardigheden waarover de beroepskrachten vve al beschikken en hoe deze worden onderhouden en verder ontwikkeld. Het opleidingsplan moet jaarlijks worden geëvalueerd en wanneer nodig hierop worden bijgesteld.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies