• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Beleidsontwikkelingen

In de brief aan de Tweede kamer d.d. 7 maart staat vermeld dat het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie met terugwerkende kracht wordt aangepast om het mogelijk te maken dat onder voorwaarden een pedagogisch medewerker die nog bezig is met een training of opleiding om als beroepskracht voorschoolse educatie werkzaam te mogen zijn, formatief in te zetten op een ve-groep. Er moet dan wel al een beroepskracht zijn die voldoet aan alle eisen van ve.

Hoger budget voorschoolse educatie

In het regeerakkoord is afgesproken dat kinderen met het risico op een onderwijsachterstand vanaf 2019 geen 10 uur voorschoolse educatie per week krijgen, maar 16 uur. Daar komt extra budget voor beschikbaar. Het kabinet heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten afgesproken dat in 2018 al een investering van 40 miljoen euro wordt gedaan. In 2019 loopt dat op tot 130 miljoen extra en vanaf 2020 gaat het om structureel 170 miljoen euro. Het totale budget voor vve stijgt hiermee naar 486 miljoen euro per jaar.

Wijziging gewichtenregeling

Basisscholen en gemeenten krijgen extra financiering voor het bestrijden van onderwijsachterstanden voor leerlingen van wie de ouders een laag opleidingsniveau hebben. Deze gewichtenregeling gaat in 2019 veranderen omdat naast opleiding van de ouders ook elementen als waar een leerling woont, het land van herkomst van (groot)ouders en verblijfsduur in Nederland invloed hebben op de kans op onderwijsachterstand.

De landelijke overheid moet nog een besluit nemen over de aanpassing van de gewichtenregeling. Het CBS (Posthumus, et al 2017) stelt de volgende criteria voor:

  • Opleidingsniveau van de moeder en de vader
  • Gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school
  • Het land van herkomst van de ouders
  • De verblijfsduur van de moeder in Nederland
  • Of gezinnen gebruik maken van schuldsanering

Wijzigen van de indicator van de gewichtenregeling heeft grote consequenties voor de verdeling van de middelen voor het bestrijden van onderwijsachterstanden naar gemeenten. Het CBS (Posthumus et al 2017) geeft aan dat het aantal leerlingen met een risico op een achterstand meer dan twee keer zo groot is als waar het kabinet van uitgaat.

Ook de registratie gaat veranderen. Op dit moment wordt het opleidingsniveau van de ouders door scholen zelf geregistreerd. Het geregistreerde opleidingsniveau komt lang niet altijd overeen met het werkelijke opleidingsniveau van de ouders. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft aan het CBS gevraagd om te onderzoeken of het mogelijk is om de registratie van het opleidingsniveau buiten de scholen te leggen. Hierdoor wordt de vergelijkbaarheid van de gegevens verbeterd. Bovendien levert dit een administratieve lastenverlichting voor scholen op.

Innovatiecentra vve

De manier waarop vve wordt ingezet, is bepalend voor de kwaliteit en de effectiviteit. Vanaf september 2017 gaat in vijf gemeenten een innovatiecentrum vve van start:

  • Amsterdam, met ‘15 uur vve aanbod voor alle peuters’,
  • Den Haag, met ‘Jong Beginnen, een kunstparticipatieproject’.
  • Dordrecht, met ‘Let’s nudge – een pragmatische en effectieve kijk op OOG’, waarbij het gaat om bevorderen van een geletterde thuisomgeving.
  • Heerlen, met ‘Reflectief practicum VVE’.
  • Leiden, met ‘Motivatie als motor voor professionalisering’.

De kennis die deze centra opleveren, wordt verspreid.

Advies SER Gelijk goed van start

Investeren in kindvoorzieningen is noodzakelijk om achterstanden te voorkomen en ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Dit staat in het advies ‘Gelijk goed van start.Visie op het toekomstige stelsel van voorzieningen voor jonge kinderen’ van de Sociaal Economische Raad.

De SER pleit voor een verbetering van de kwaliteit door de eisen die aan opleidingen en bijscholing worden gesteld te verhogen en te zorgen voor continue professionalisering. Ook de financiële toegankelijkheid moet worden gewaarborgd. De SER stelt verder voor om experimenteermogelijkheden voor samenwerking tussen het kindcentrum en de basisschool te bieden. De SER wil in een aantal gemeenten proeftuinen voor kindcentra.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.