• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Aspecten voor kwaliteitsverhoging

De overheid richt zich sinds enige jaren expliciet op het verhogen van de kwaliteit van vve. De door landelijke overheid en gemeenten ingezette aandachtspunten voor een hogere kwaliteit van de voorschoolse educatie zijn:

  • Uitbreiding aantal kindplaatsen in de voorschoolse educatie.
  • Betere toeleiding naar voorschoolse educatie.
  • Bevorderen opbrengstgericht werken en inzet kindvolgsysteem.
  • Taalniveau van pedagogisch medewerkers in vve verhogen. Alle vve-medewerkers van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven worden getoetst en indien nodig bijgeschoold tot niveau 3F. Dat staat gelijk aan havoniveau.
  • Meer hbo’ers in de voorschoolse educatie.
  • Ouderbetrokkenheid verhogen.
  • Goede afspraken maken met voorschoolse instellingen en schoolbesturen over de beoogde resultaten van de vroegschoolse educatie, de kwaliteit van de vroegschoolse educatie en de doorlopende leerlijn.

Kwaliteit vve wordt steeds hoger

De Inspectie van het Onderwijs (2016) geeft aan, dat de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie de afgelopen jaren flink is verbeterd, zowel bij gemeenten als locaties.

Gemeenten

Het gemeentelijk vve-beleid is verbeterd en de gemeenten voldoen aan de wettelijke basiseisen voor vve. Daarnaast stimuleren zij de kwaliteit van vve op de voor- en vroegscholen. Dat gebeurt door afspraken te maken over onder andere het ouderbeleid en de kwaliteitszorg. Bij een aantal gemeenten is onvoldoende duidelijk hoe de ouderpopulatie is opgebouwd. Ook is er weinig bekend hoe zij ouders betrekken.  Hier moet nog onderzoek naar worden gedaan

Verder hebben sommige gemeenten nog geen heldere afspraken gemaakt met de voor- en vroegscholen over de wijze waarop zij de kwaliteit van vve verbeteren, evalueren en borgen.

Locaties

Het positieve beeld op gemeentelijk niveau wordt bevestigd op de voor- en vroegscholen. Steeds meer voor- en vroegscholen betrekken ouders bij het stimuleren van hun kind. Daarnaast zorgen de pedagogisch medewerkers en leerkrachten voor de peuters en kleuters voor een positief en ondersteunend klimaat waarin zij zich kunnen ontwikkelen.

Welke verbeteringen zijn nog nodig?

Er zijn ook nog verbeteringen mogelijk. De ‘dubbele bezetting’ in de kleutergroepen blijft een aandachtspunt. Het is voor vroegscholen nog steeds gecompliceerd om twee leerkrachten per groep te realiseren, zelfs voor tien uur per week (de minimumuren voor vroegschoolse educatie).

De interactievaardigheden van zowel de pedagogisch medewerkers als de leerkrachten kunnen nog worden versterkt. Er zijn nog veel pedagogisch medewerkers en leerkrachten die vooral zelf aan het woord zijn. Zij bieden kinderen te weinig mogelijkheden om samen te werken aan opdrachten en om zelf mogelijkheden te ontdekken om problemen en vraagstukken op te lossen.

Vooral op de voorscholen kan de planmatigheid en de evaluatie van de begeleiding en zorg aan kinderen nog verbeteren. Er is wel een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de vorige meting. Een mogelijke verklaring daarvoor is de inzet van hbo’ers als vve-coach op de voorscholen.

De kwaliteitszorg is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, vooral als het gaat om het planmatig werken en de borging van de kwaliteit. De evaluatie van de kwaliteit van vve en van de resultaten van kinderen blijft echter nog achter. De voorscholen en de vroegscholen kunnen zich daarop nog verbeteren.

De voorwaarden voor een goede doorgaande lijn van voorschool naar vroegschool zijn op orde. De afstemming van de inhoudelijke doorgaande lijn blijft daarentegen voor veel voor- en vroegscholen een aandachtspunt.

Resultaat extra budget

Het Cultureel Plan Bureau (2016) laat zien dat verhoging van het vve-budget voor de G37 heeft gezorgd voor meer kindplaatsen in de voorschoolse educatie, verhoging van de kwaliteit, meer aandacht voor ouderbetrokkenheid en meer monitoring.  Verder zorgde budgetverhoging voor een kleinere kans op kleuterbouwverlenging voor jongens. Het gemiddeld doubleren van jongens was 10,5% en werd 1 tot 3% lager.

Akgunduz, E. en S. Heijnen (2016), Impact of funding targeted pre-school interventions on school readiness: Evidence from the Netherlands cpb discussion paper.

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.