• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Vluchtelingenkinderen

Wet- en regelgeving

Asielbeleid

Het asielbeleid, ook wel vreemdelingenbeleid genoemd, is het beleid van de regering voor het omgaan met vreemdelingen. Het Nederlandse asielbeleid is gebaseerd op de volgende verdragen en wetten:

Vluchtelingenverdrag

Het Vluchtelingenverdrag is door de Verenigde Naties opgesteld in de jaren 50. Hierin staat dat mensen die vervolging vrezen vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele voorkeur of politieke overtuiging, recht hebben op bescherming. Staten mogen geen mensen terugsturen naar landen waar zij vrezen voor vervolging.

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is door de Raad van Europa opgesteld in de jaren 50. Hierin zijn de rechten en vrijheden vastgelegd: eerbiediging van het privé- en gezinsleven,  vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, vrijheid van meningsuiting, vrijwaring van slavernij, verbod op marteling en discriminatie.

In Nederland heeft het verdrag een zogenaamde directe werking: de rechterlijke macht moet alle wetten toetsen aan het EVRM. Daardoorkan een asielzoeker bij dreigende uitzetting een beroep doen op artikel 3 dat foltering verbiedt. De asielzoeker kan aangeven dat hem of haar in het land van herkomst marteling wacht of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing door de autoriteiten of medeburgers. Een beroep op artikel 8 (recht op bescherming van het privé- en gezinsleven) is ook mogelijk wanneer de asielzoeker dreigt te worden uitgezet met achterlating van zijn gezin in Nederland.

Vreemdelingenwet

De Vreemdelingenwet regelt de toelating en uitzetting van vreemdelingen, het toezicht op vreemdelingen die in Nederland verblijven en de grensbewaking. Een vreemdeling is volgens de wet iemand die niet de Nederlandse nationaliteit bezit. Zo staat in artikel 8 van de wet dat vreemdelingen in Nederland mogen verblijven als ze een verblijfsvergunning hebben voor bepaalde of onbepaalde tijd, of wanneer ze wachten op een beslissing over hun aanvraag.

Op 20 juli 2015 is de Vreemdelingenwet voor het laatst gewijzigd. Toen is de manier veranderd waarop de rechter in het hoger beroep het asielverhaal van de vluchteling toetst. De rechter moet nu grondiger toetsen dan voorheen. Ook zijn de regels veranderd over het recht van de asielzoeker om in Nederland te blijven tijdens de asielprocedure. Het is moeilijker geworden om een asielzoeker uit te zetten die in afwachting is van een beslissing over een tweede aanvraag.

Asielprocedure

Vreemdelingen die asiel willen aanvragen, melden zich bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Na identificatie en registratie door de IND gaat de asielzoeker naar een opvanglocatie. Tijdens de eerste zes dagen krijgt de asielzoeker, naast informatie over de asielprocedure en hulp van een advocaat. Ook wordt de asielzoeker medisch onderzocht. Hierna volgt een gesprek met de IND, waarin de asielzoeker kan vertellen wat hij in het land van herkomst heeft meegemaakt en waarom hij het verlaten heeft. De asielzoeker kan zich laten bijstaan door een tolk, een medewerker van Vluchtelingenwerk Nederland of een advocaat. Na afloop krijgt de asielzoeker een verslag van het gesprek. Met hulp van de advocaat kan de asielzoeker het verslag verbeteren of aanvullen.

Beoordeling aanvraag

De IND beoordeelt de asielaanvraag onder meer op basis van het verhaal van de asielzoeker en de veiligheid in het land van herkomst. Wanneer de IND vaststelt dat een asielzoeker bescherming nodig heeft, dan krijgt hij of zij een verblijfsvergunning. Is bescherming niet nodig, dan moet de asielzoeker terug naar het land van herkomst.

Afgewezen aanvraag

Een asielzoeker van wie de asielaanvraag is afgewezen, kan bij de rechter in beroep. Hij of zij mag de behandeling van het beroep in Nederland afwachten. Wanneer de asielzoeker het niet eens is met de beslissing van de rechter is er hoger beroep mogelijk bij de Raad van State. Als de Raad van State vindt dat de IND de asielaanvraag terecht heeft afgewezen, kan de asielzoeker nog naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Verkorte procedure

Komt de asielzoeker uit een land dat is opgenomen op de lijst met veilige landen van herkomst of heeft  hij of zij al bescherming in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan geldt een verkorte asielprocedure. De asielzoeker wordt meteen door de IND gehoord. Het gesprek vindt meestal zonder advocaat plaats. Na afloop kan de asielzoeker wel met hulp van zijn advocaat het verslag van het gesprek aanvullen en verbeteren. Als de IND de aanvraag afwijst, moet de asielzoeker meteen Nederland verlaten.

Alleenstaande minderjarige vreemdeling

Een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) die zonder ouder(s) of voogd naar Nederland is gekomen en asiel aanvraagt, volgt dezelfde procedure als een volwassen asielzoeker op een paar verschillen na. Deze zijn:

  • Een amv krijgt een rust- en voorbereidingstermijn van minimaal drie weken.
  • Een amv krijgt een leeftijdsonderzoek wanneer de IND twijfelt over de leeftijd en de amv geen papieren heeft waaruit de leeftijd blijkt. Aan de hand van röntgenfoto’s van het sleutelbeen en het hand- en polsgewricht wordt vastgesteld of de asielzoeker minderjarig is of niet.
  • Een amv krijgt een voogd van de stichting Nidos, die hem of haar helpt tijdens de asielprocedure.
  • Een amv jonger dan 12 jaar wordt door een hiervoor opgeleide medewerker van de IND geïnterviewd in een kindvriendelijke ruimte.

Afgewezen aanvraag amv

Krijgt een amv geen verblijfsvergunning, dan bekijkt de IND of hij of zij een speciale vergunning kan krijgen voor minderjarigen die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken uit Nederland. Om in aanmerking te komen moet de amv:

  • Alleenstaand zijn.
  • Jonger zijn dan 18 jaar.
  • Op de datum van de eerste asielaanvraag jonger zijn dan 15 jaar.
  • Niet voor zichzelf kunnen zorgen.
  • Geen opvang hebben in het land van herkomst of in een ander land.
  • Meegewerkt hebben aan alle activiteiten van de Nederlandse overheid om terugkeer mogelijk te maken.

Kinderpardon

Voor kinderen die al lang in Nederland wonen en geen verblijfsvergunning hebben, heeft de overheid de Regeling langdurig verblijvende kinderen gemaakt, ook wel het Kinderpardon genoemd. Door deze regeling kunnen de kinderen in Nederland blijven mits ze:

  • Jonger zijn dan 19 jaar.
  • Zelf asiel hebben aangevraagd of hun ouders en ze tijdens de asielprocedure zijn geboren.
  • Asiel hebben aangevraagd voor hun 13e verjaardag.
  • Na de asielaanvraag vijf jaar of langer onafgebroken in Nederland hebben gewoond.
  • Na de asielaanvraag in contact stonden met de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, de Vreemdelingenpolitie of de voogdijinstelling Nidos.
  • Hun ouders, broers en zussen niet in aanraking zijn geweest met de politie en niet worden verdacht van een oorlogsmisdrijf.

De Regeling Kinderpardon is op 1 februari 2013 ingegaan.

Jeugdgezondheidszorg

GGD’en (en jeugdgezondheidszorginstellingen) voeren de jeugdgezondheidszorg voor 0 tot 19-jarige asielzoekers uit volgens het Basistakenpakket jeugdgezondheidszorg (BTP JGZ) 0-19 jaar. Dit is vastgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met een aanvulling voor asielzoekerskinderen. Het omvat contactmomenten als bijvoorbeeld:

  • De verpleegkundige intake.
  • Het medisch onderzoek inclusief het opstellen van het vaccinatieplan volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Lees hier de meest gestelde vragen rondom het RVP.
  • De periodieke gezondheidsonderzoeken.
  • De mogelijkheid voor extra contactmomenten (op indicatie) in verband met de gezondheidsrisico’s.
Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.