• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Praktijkvoorbeeld

Stedelijk vo-team en mbo-team – Utrecht

Naast de wijkgerichte buurtteams jeugd en gezin opereren in Utrecht twee stedelijke teams: voor het voortgezet onderwijs (vo) en het mbo. Het vo-team is verbonden aan alle vo- en vso-scholen in Utrecht (28 in totaal); iedere school heeft twee vaste gezinswerkers uit dit team als contactpersonen, die de casussen van deze school oppakken. Het mbo-team werkt op acht locaties van drie mbo-instellingen. De teams bieden hulp aan jongeren en gezinnen vanuit de scholen als vindplaats, en ondersteunen de scholen bij het versterken van de pedagogische basis.

Doelen

Het vo-team en mbo-team hebben een tweeledige opdracht:

  • laagdrempelige, integrale en hoogwaardige basishulp bieden aan jongeren en gezinnen bij opvoed- en opgroeiproblematiek, vanuit de vo- en mbo-scholen als vindplaats en verbindend naar de ouders, het netwerk en de wijk (partner van de jongere en het gezin)
  • consult- en adviesfunctie voor de scholen om te ondersteunen bij het versterken van de pedagogische basis (partner van de school)

Doelgroep

  • jongeren in het voortgezet onderwijs en het mbo, en hun ouders
  • vo- en mbo-scholen

Aanpak

Aanleiding

Er waren twee belangrijke redenen om naast de wijkgerichte buurtteams te gaan werken met stedelijke teams voor het vo en het mbo. Allereerst is het met deze teams mogelijk om goed aan te sluiten bij de leefwereld en ontwikkelingsfase van jongeren. In het vo-team en het mbo-team zit specifieke expertise op het gebied van problematiek van jongvolwassenen, variërend van ggz en lvb-problematiek tot verslavingszorg, schoolmaatschappelijk werk, schuldhulpverlening en gezinswerk.

Een tweede reden voor het opzetten van de teams was dat veel jongeren de hulpverlening in de wijk niet bereikten. Zeker voor 16-plussers geldt dat zij zich losmaken uit de wijk en het gezin, en dat hun leven zich veel meer buiten hun eigen wijk afspeelt. De school is daarmee een van de belangrijkste vindplaatsen voor 12-plussers en 16-plussers.

Opzet

Het 'oude' schoolmaatschappelijk werk is opgegaan in het vo-team en het mbo-team en geïntegreerd met het gezinswerk. Vroeger kwam een jongere bij een zorgcoördinator, vervolgens bij een schoolmaatschappelijk werker en als er meer nodig was, volgde een verwijzing naar een gezinswerker. Nu is de schoolmaatschappelijk werker en de gezinswerker één persoon, bij wie de jongere direct aan het goede adres is. De laagdrempeligheid van het schoolmaatschappelijk werk is behouden, en met de brede teams is expertise toegevoegd.

De gezinswerkers van het vo-team leggen vanuit school direct de verbinding met de thuissituatie. Het onderwijs signaleert, communiceert en introduceert hulp, meestal in een gesprek met de ouders erbij. De gezinswerkers zijn gericht op duurzame oplossingen, dus willen dicht bij de oorzaak van het probleem zijn. Daarom vinden de hulpverleningsgesprekken vooral in de thuissituatie plaats. Voor het mbo-team is dit anders: daar is de school zowel vind- als werkplaats. Naast huisbezoeken vinden er veel gesprekken plaats op school.

Als aanvullende zorg nodig is, neemt de gezinswerker contact op met een specialistische zorgaanbieder, voor consultatie of verwijzing. De gezinswerker is gemandateerd om een verwijzing te doen. Als er aanvullende zorg bij komt, blijft de gezinswerker betrokken bij de jongere en/of het gezin.

Het vo-team en mbo-team starten vanuit de school als vindplaats. Deze scholen staan over het algemeen niet in de wijk waar de jongere woont. Dit betekent dat het vo-team en mbo-team huisbezoeken doen in de gehele stad Utrecht (bij Utrechtse jongeren). Waar de teams te maken hebben met jongeren van buiten Utrecht, wordt per casus gekeken wat er nodig is en of het logisch is dat het vo- of mbo-team dit doet. Het kan voorkomen dat er zoveel zorg in en om het gezin nodig is dat de lokale jeugdhulp in de woongemeente dit beter voor haar rekening kan nemen. Samen met het gezin legt de gezinswerker van het vo- of mbo-team dan contact met jeugdhulp (of Wmo) in de betreffende gemeente.

Betrokken partijen

  • gemeente Utrecht
  • Lokalis (uitvoeringsorganisatie buurtteams en stedelijke teams)
  • vo-scholen
  • mbo-scholen
  • samenwerkingsverband Sterk VO

Randvoorwaarden

Implementatie

Zeker in het mbo is het ingewikkeld dat de scholen regionaal opereren en de jeugdhulp vooral lokaal is georganiseerd. Zo zitten er op de Utrechtse mbo-instellingen veel leerlingen van buiten Utrecht, terwijl de gemeente Utrecht de belangrijkste financier is van het mbo-team. Tegelijkertijd wil een roc met locaties in meerdere gemeenten eenzelfde zorgstructuur inrichten op al zijn locaties, ongeacht de gemeente waar de locatie staat. Sinds het begin van de pilot met het mbo-team zijn gesprekken hierover gaande, maar er is geen eenvoudige oplossing. Op een van de mbo-instellingen (ROC Midden-Nederland) blijft de inzet van het mbo-team daarom nog de status van een pilot houden. Momenteel zoekt het Utrechtse mbo-team samenwerking met de gemeenten Houten, Nieuwegein en Amersfoort (waar de meeste aanmeldingen van buiten Utrecht vandaan komen) om te verkennen of een bovenstedelijk mbo-team tot de mogelijkheden behoort. Bij de andere twee mbo-instellingen (MBO Utrecht en Grafisch Lyceum Utrecht) is inmiddels sprake van reguliere inzet van het mbo-team.

Financiën

Het vo-team wordt gefinancierd door de gemeente (Jeugd) en het voortgezet onderwijs (smw-bijdrage). Het mbo-team wordt gefinancierd door de gemeente (Jeugd en Wmo) en het mbo (smw-bijdrage).

Evaluatie

Opzet evaluatie

In 2015 hebben het Verwey-Jonker Instituut en het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt het mbo-team in Utrecht geëvalueerd. Daaruit blijkt onder meer dat het mbo-team meer en langer hulp kan bieden aan een student dan het schoolmaatschappelijk werk in de oude situatie; jongeren haken minder snel af dan in de oude situatie doordat de hulpverlening eerder, dichterbij, integraler en meer op maat is dan de aanvullende hulp voorheen was; en de sterk preventieve werking van het mbo-team kan een substantiële kostenbesparing opleveren.

Succesfactoren

  • De klant staat centraal en de hulp is dichtbij, integraal en op maat. Jongeren en gezinnen worden niet meer doorverwezen van de ene hulpverlener naar de andere. Er zijn geen onnodige schakels.
  • De teams bieden hulp op alle leefgebieden met een integrale aanpak: geen verkokering en versnippering. De ggz, geïndiceerde jeugdhulp en lvb-hulp zijn naar voren gehaald. 
  • Binnen de teams vindt kruisbestuiving plaats.
  • De jeugdteams zijn autonoom en onafhankelijk, maar sluiten wel naadloos aan op de zorgstructuur van de school, en zijn daarmee laagdrempelig en toegankelijk.
  • De teams hebben niet alleen korte lijnen met school, maar ook met partners in de wijk en met andere buurtteams.
  • De gezinswerkers nemen niet over, maar versterken. De mentor of studieloopbaanbegeleider signaleert, bespreekt en introduceert in een gesprek de hulpverlening. Dit draagt bij aan transparantie, rolvastheid en eigenaarschap.
  • De gezinswerkers werken oplossingsgericht en vraaggericht.
  • De teams hebben een verwijsfunctie naar aanvullende zorg.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies