Transformatie jeugdhulp

Stap 1: Monitoring en ambities

Hoe gaat het met onze jeugd en wat zijn onze ambities?

In stap 1 van het Kwaliteitskompas verzamelt u cijfers. Hoe gaat het met de jeugd en opvoeders in uw gemeente? Wat gaat goed en wat vraagt om aandacht? De cijfers vormen de basis om met elkaar in gesprek te gaan om vervolgens te komen tot collectieve ambities.

Hoe verzamelt u cijfers?

Er zijn verschillende monitors en onderzoeken die u kunt gebruiken. Stel eerst de vraag waar u als gemeente cijfers over wilt hebben. Ga vervolgens op zoek naar de cijfers uit diverse bronnen.

Bronnen om cijfers uit te halen

  • Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) biedt verschillen platformen:
    StatLine: bevat alle landelijke statistieken over bevolking, economie en samenleving.
    StatLine Jeugdmonitor (JeugdStatLine): bevat jeugdgerelateerde statistieken zoals tienermoeders, jeugdcriminaliteit en zorggebruik.
    Benchmark jeugdhulpgebruik: toont het gebruik van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering voor elke gemeente in Nederland. Het maakt vergelijkingen mogelijk met uw eigen jeugdregio en met het hele land.
  • Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (onderdeel van Waarstaatjegemeente.nl): bevat gegevens voor gemeenten, zoals zorggebruik, financiën en duurzaamheid. U kunt uw eigen gegevens eenvoudig vergelijken met andere gemeenten en het landelijk gemiddelde.
  • Open data van DUO: bevat gegevens over het onderwijs in Nederland.
  • Monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp van het Nederlands Jeugdinstituut: bevat statistieken over onderwijs en jeugdhulp. Data zijn geaggregeerd op het niveau van de gemeente en van het samenwerkingsverband.
  • Lokale bronnen: wijkanalyses, gemeentelijke/regionale statistiekbureaus en informatie van uw GGD, over bijvoorbeeld leefstijl en middelengebruik.

Zie voor meer mogelijke bronnen het overzicht in het dossier Monitoring.

Zeven tips

1. Gebruik wat er al is

Maak gebruik van de cijfers die al worden verzameld. Meestal is het niet nodig om een nieuw monitoringssysteem op te zetten.

2. Kijk naar het brede jeugddomein

Verzamel de cijfers over het brede jeugddomein. Bedenk daarbij niet alleen wát u wilt weten, maar vooral ook waarom u dat wilt weten. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Participatie: eenoudergezinnen, uitkeringsgezinnen, werkzoekende jongeren, jongeren met een uitkering en jongeren zonder startkwalificatie.
  • Onderwijs: vroegtijdig schoolverlaters, speciaal onderwijs en schoolverzuim.
  • Veiligheid: Halt-afdoeningen, minderjarige verdachten, onderzoeken naar kindermishandeling, hermeldingen kindermishandeling bij Veilig Thuis, huiselijk geweld, huisverboden.
  • Jeugdgezondheidszorg: leefstijl en middelengebruik.
  • Jeugdhulp: de 'top elf' van vragen en problemen van kinderen en opvoeders, het jeugdhulpgebruik inclusief trends en verwijzingen naar gespecialiseerde hulp. Door uw top elf te vergelijken met het landelijk gemiddelde kunnen bijzonderheden zichtbaar worden.

3. Verzamel aantallen en percentages

Verzamel zowel absolute aantallen als percentages. Kijk naar trends van de afgelopen jaren.

Het zegt bijvoorbeeld nog niet zoveel als u weet dat in uw gemeente 345 jongeren in 2015 jeugdhulp kregen. Is dat veel of weinig? Percentages zijn makkelijker te vergelijken met voorgaande jaren of het landelijk gemiddelde. Het cijfer krijgt meer betekenis als u weet dat het gaat om 8 procent van de jongeren in uw gemeente, dat het in 2013 15 procent was en in 2014 10 procent.

4. Kijk ook op wijkniveau

Kijk indien mogelijk ook naar cijfers op wijkniveau. Mogelijk zijn er wijken in uw gemeente met specifieke problematiek of risico's.
Een voorbeeld uit de praktijk: de gemeente Rotterdam brengt de 'staat van de jeugd' per wijk in kaart en bepaalt op basis daarvan de benodigde aanpak: de wijkprogrammering. De gesprekken tussen de gemeente en haar partners staan in het teken van de gezamenlijke opgave: hoe kunnen gemeente en partners ervoor zorgen dat onze kinderen kansrijker, veiliger en gezonder opgroeien? De cijfers over hoe het in de diverse wijken met de jeugd gaat, zijn beschikbaar in de buurtmonitor.

5. Splits uit per groep

Verzamel cijfers die zijn uitgesplitst per groep. Cijfers over schooluitval zijn bijvoorbeeld ook te verdelen in geslacht, schoolniveau en leeftijd. Deze informatie kan helpen bij het duiden van cijfers.

In een gemeente is bijvoorbeeld 1,5 procent van de jongeren vroegtijdig schoolverlaters. Met dit cijfer is in latere stappen van het Kwaliteitskompas moeilijk te bepalen welke inzet voor welke doelgroep nodig is om het maatschappelijke resultaat te behalen. Het levert meer inzicht wanneer je weet dat het merendeel van deze jongeren op het middelbaar beroepsonderwijs zit en mannelijk is, en dat de meeste vroegtijdig schoolverlaters 18 jaar oud zijn.

6. Bepaal de benchmark

Waarmee vergelijkt u de verzamelde cijfers? Cijfers op gemeenteniveau kunt u vergelijken met voorgaande jaren, met het landelijk gemiddelde en met statistieken van vergelijkbare gemeenten. Hierdoor krijgt het getal meer context. Dit helpt om te bekijken in hoeverre bepaalde problemen meer of minder voorkomt dan gemiddeld. Deze verzamelde cijfers kunt u gebruiken bij het duiden van de cijfers, in gesprek met partners. Wat vinden we van de cijfers? Vinden we dit veel of niet? Verderop leest u meer over het duiden van de cijfers, onder het kopje 'Hoe duidt u de cijfers?'.

7. Koppel aan kwalitatieve gegevens

Koppel de cijfers aan kwalitatieve gegevens. Vraag professionals, ouders en jongeren naar hun ervaringen en inschatting van de problemen van de kinderen en opvoeders in uw gemeente. Deze kwalitatieve gegevens combineert u met de kwantitatieve cijfers. Dit is belangrijk aangezien niet alles meetbaar is. Het is goed om te kijken of er misschien merkbare veranderingen zijn. Een mix van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens voedt de verbetercyclus in de praktijk. Wat valt op aan de kwalitatieve informatie? Ga ook hierover in gesprek met uw uitvoerend partners.

Het verwachte jeugdhulpgebruik in uw gemeente

Hoeveel jeugdhulpgebruik kan uw gemeente verwachten? En wat is het gerealiseerde gebruik? Het statistische schattingsmodel van het Nederlands Jeugdinstituut biedt inzicht in het verwachte jeugdhulpgebruik ten opzichte van het feitelijke gebruik in vergelijking met het landelijke gemiddelde. Ligt het feitelijke gebruik hoger of lager dan je op basis van de schatting zou verwachten?

Figuur 1: Feitelijk en verwacht jeugdhulpgebruik 2016 in gemeente X

In figuur 1 ziet u dat het verwachte jeugdhulpgebruik hoger ligt dan het werkelijke gebruik. Het is interessant om samen met uw partners de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Herkennen we dit beeld?
  2. Hoe kunnen we het verklaren?
  3. Wat vinden we van dit beeld?
  4. Wat is er nodig voor verbetering? Oftewel wat betekent dit in termen van te stellen doelen, verbeteracties en te maken afspraken?

Figuur 2: Hoe wijkt gemeente X af van de rest van Nederland qua problematiek?

Figuur 2 laat een schatting zien van in hoeverre bepaalde problemen bij kinderen in gemeente X meer of minder voorkomen dan gemiddeld.

  • De middelste lijn (oranje) is de score van Nederland en dient als benchmark.
  • De lijn van de gemeente (blauw) geeft de afwijking aan ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als de lijn meer naar buiten ligt, is de verwachting dat relatief meer kinderen in de gemeente last hebben van dit probleem. Ligt de lijn binnen de landelijke cirkel, dan is de verwachting dat kinderen in de gemeente hier minder last van hebben dan landelijk.
  • Figuur 2 zegt niets over het werkelijk voorkomen van problemen in de gemeente.

Hoe duidt u de cijfers?

Duiding is een essentieel onderdeel van het Kwaliteitskompas, want cijfers spreken niet voor zich. Cijfers zijn een platgeslagen weergave van een complexe praktijk. Ga daarom altijd in gesprek met uw partners, kinderen en jongeren en opvoeders om de achterliggende verhalen, oorzaken en verbanden boven tafel te krijgen.
Denk vooraf na over de juiste gesprekspartners, op verschillende niveaus, binnen de gemeente en uitvoeringspraktijk.

Tips voor het gesprek met inwoners en partners over cijfers

  • Maak duidelijk waarom het belangrijk is om naar de cijfers te kijken. Cijfers zijn de thermometer voor hoe het staat. Ze vormen een vertrekpunt voor een goed gesprek met partners, kinderen en jongeren, en opvoeders. Benadruk ook dat cijfers niet voor zich spreken.
  • Licht toe welke cijfers zijn gebruikt en hoe ze zijn gemeten. Vraag hiervoor eventueel een monitoringsexpert.
    Stuur het gesprek met de vier kernvragen:
    Herkennen we het beeld? Hoe verhouden de cijfers zich tot de dagelijkse praktijk?
    Hoe kunnen we het verklaren? Welke verbanden worden zichtbaar? Ga samen na wat de achterliggende oorzaken kunnen zijn. Hangen cijfers met elkaar samen? Gebruik hierbij ook de kwalitatieve gegevens zoals de ervaringskennis van ouders en jongeren en de praktijkkennis van professionals.
    Wat vinden we ervan? Wat vinden partners, bewoners en u als gemeente van deze cijfers?
    Ziet u mogelijkheden tot verbetering?

Houd rekening met valkuilen bij monitoring

Het interpreteren, verklaren en waarderen van cijfers kent een aantal valkuilen. Zo kan het zijn dat er een dalende trend is bij problemen, simpelweg doordat het aantal jonge kinderen in de gemeente is gedaald. Het kan helpen om een monitoringsexpert te betrekken. Voorkom dat het gesprek onnodig lang bij de cijfers blijft hangen ten koste van het proces van kwaliteitsverbetering.

De praktijk in een jeugdzorgregio

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft voor een jeugdzorgregio een analyse gemaakt van het feitelijke en het verwachte jeugdhulpgebruik. Wat blijkt? Het feitelijke zorggebruik van de meeste gemeenten ligt binnen de marge van wat je mag verwachten op basis van demografische gegevens. Eén gemeente springt er echter uit. Het zorggebruik ligt hier aanzienlijk lager dan bij de buurgemeenten en ook lager dan je op basis van de sociaal-demografische kenmerken mag verwachten. Deze uitkomst is vervolgens onderwerp van gesprek. De gemeente herkent zich in het beeld. Allerlei oorzaken passeren de revue: ligt het aan de cultuur of aan de afstand tot de voorzieningen? De gemeente besluit tot een aanvullend onderzoek om hier meer zicht op te krijgen.

De praktijk in Rotterdam

Uit de cijfers van Rotterdam blijkt dat er in een wijk 26 procent van de jongeren van 15 tot 26 jaar meer dan twaalf uur werkt. Dit is veel minder dan het gemiddelde in Rotterdam. Wanneer de gebiedsadviseurs dit cijfer apart bekijken, is de kans groot dat zij concluderen dat dit zorgwekkend is en dat te weinig jongeren meedoen in de maatschappij. De gebiedsadviseurs combineren de cijfers echter met wat zij en partners al weten over de wijk. Dan blijkt dat het relatief goed gaat met de wijk, het merendeel van de jongeren zit op school of studeert. Dat kan de reden zijn dat er minder jongeren werken.

De praktijk van de gerichte wijkaanpak

Met wijkprogrammering komen gemeenten op basis van cijfers en informatie uit de praktijk tot een onderbouwde inzet in een wijk. De gemeente Rotterdam werkt voor haar wijkprogrammering met een factorenmodel. Daarin is de samenhang zichtbaar van factoren om gezond, veilig en kansrijk op te groeien. In het factorenmodel zie je welke beschermende factoren en welke risicofactoren spelen binnen de domeinen wijk, school en kind-gezin in verschillende leeftijdsfases. Zo blijkt voor een wijk dat sociaalemotionele ontwikkeling een belangrijke beschermende factor is. Het model is een instrument waarmee de gemeente Rotterdam samen met haar wijkpartners kan prioriteren, concrete doelen bepalen en focussen op beschermende factoren. Lees voor meer informatie het Beleidskader Jeugd: Rotterdam Groeit. 

Hoe formuleert u collectieve ambities?

Bij het formuleren van ambities gaat het om de vraag welke problemen u samen met partners de komende tijd wilt aanpakken, of welke sterke punten u wilt versterken. Hiervoor gebruikt u de opgehaalde inzichten uit de cijfers en de gesprekken die u hierover heeft gevoerd met inwoners, professionals en partners. Het creëren van draagvlak, commitment en eigenaarschap voor de ambities kost tijd. Onderschat deze stap niet, want een gedragen ambitie is de basis voor toekomstige acties.

Formuleer ambities positief

We willen dat méér kinderen meedoen in de samenleving
We willen dat méér kinderen succesvol school doorlopen
We willen dat méér kinderen gezond opgroeien

Gesprek over ambities: vier voorbereidingstips

  • Stel uzelf belangrijke voorbereidende vragen. Wilt u samen met uw partners een veranderproces aangaan? Bent u bereid om ook uw eigen organisatie hiervoor te veranderen? Wilt u een gezamenlijk leerproces aangaan: volgen hoe het gaat en hierop reflecteren, leren en verbeteren? Bent u bereid om ruimte te geven aan partners in dit leerproces? Wit u draagvlak voor de transformatiedoelen op langere termijn? Heeft u inzicht, begrip en waardering voor ieders rol en verantwoordelijkheid? Wilt u sturen vanuit een integrale aanpak en samenhang (preventie, jeugd, werk en inkomen, wonen, onderwijs, kinderopvang, veiligheid)? En zo ja, wilt u kritisch kijken naar wat er nodig is vanuit de gemeente?
  • Wie nodigt u uit? Denk vooraf na over de juiste interne en externe gesprekpartners. Op welk niveau binnen de gemeente (ambtenaar, manager, wethouder, gemeenteraad) en op welk niveau binnen de uitvoeringspraktijk (professional, manager, bestuurder) is het belangrijk om personen te betrekken? Hebben de gesprekspartners het juiste mandaat om afspraken te maken en commitment aan te gaan? Bepaal ook hoe breed het draagvlak binnen het sociaal domein moet zijn.
  • Denk na over verschillende visies en belangen. Het kan helpen om een stakeholdersanalyse of krachtenveldanalyse uit te voeren. Op welke punten zult u het snel eens zijn? Welke ambitie kan verbindend werken? Waar ligt straks de focus in het gesprek?
  • Denk na over de relatie tussen u en partners en partners onderling. Is er voldoende vertrouwen tussen de gemeente en de zorgaanbieders, professionals en inwoners? Is er een actie vooraf of aan het begin van het gesprek nodig om eventuele spanning weg te nemen?

Jongeren betrekken

Betrek jongeren actief bij het beleid. Vraag niet alleen om een mening, maar laat jongeren actief meedenken, meepraten en meebeslissen.

Advies en ondersteuning

Doe je als gemeente de goede dingen en doe je die goed? Het Nederlands Jeugdinstituut kan u aan de hand van het Kwaliteitskompas helpen om het kwaliteitsproces op gang te brengen.

Foto Marloes  Driedonks

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies