• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Transformatie jeugdhulp

Inkoop regio Midden IJssel/Oost-Veluwe

De acht samenwerkende gemeenten in de regio Midden IJssel/Oost-Veluwe hanteren vanaf 1 januari 2019 één integraal contract voor de inkoop van jeugdhulp, Wmo en maatschappelijke opvang/beschermd wonen ggz. Aanleiding daarvoor is de grote overlap in cliëntgroepen en zorgaanbieders op deze drie domeinen. Het contract moet bijdragen aan de verdere transformatie en de administratieve lasten bij aanbieders en gemeenten verminderen. Maarten Swagerman, kwaliteitsadviseur Inkoop bij Regio Midden IJssel/Oost-Veluwe, was nauw betrokken bij de totstandkoming van dit contract: 'Inkoop is geen doel maar een middel om de zorgvraag van de burger te beantwoorden'.

Welke tips heeft u aan andere gemeenten die met de inkoop starten?

Inkoop is een middel, geen doel. In beginsel is geen enkele vorm van inkoop goed of fout, belangrijk is dat je eerst een goede visie hebt en meer inzicht in het zorggebruik. Op grond daarvan kun je in kaart brengen waaraan behoefte is, welke zorgvraag cliënten hebben en op grond daarvan bepalen welk aanbod je daarvoor nodig hebt. Je moet echt investeren in het verzamelen van die gegevens, de hoe-vraag komt pas daarna.

Wij hebben zorgaanbieders, inwoners, gemeenteraden, Wmo-raden en sociaal domein-raden gevraagd om ons in alle stappen van het inkoopproces van feedback te voorzien. Als je dit gaat doen, zorg er dan voor dat er een duidelijke planning is waarvan iedereen op de hoogte is. Zo stel je de partijen, die je wilt betrekken, in staat om hun rol te pakken. Aanbieders wil ik meegeven dat het waardevol is om samen te werken. Dit vermindert de lasten, zeker voor kleine aanbieders. Portretfoto Maarten Swagerman

Het is bovendien belangrijk om regionale samenwerking en regionaal accountmanagement te stimuleren. Zorg ervoor dat mensen hiervoor ook echt vrij worden gemaakt. Dat kost geld, maar betaalt zich terug en het ontzorgt gemeenten en aanbieders. Door regionaal samen te werken kun je beter werk afleveren dan wanneer iedere gemeente voor zich het er maar een beetje bij doet. Samen bestrijken we een groot gebied waardoor we nieuwe of andere vormen van hulp kostendekkend kunnen inzetten, als blijkt dat cliënten in onze regio daaraan behoefte hebben. Regionale samenwerking vraagt wel om goed leiderschap. Alle betrokkenen moeten op een lijn zitten zodat je als regio de afspraken goed kunt uitdragen. 

Ten slotte heb je bestuurlijke lef nodig om inhoud te laten prevaleren boven het juridische ‘ja-maar’. Je moet de grenzen van de juridische ruimte durven opzoeken. Dat is nodig, maar blijft tegelijkertijd lastig. 

Welke keuzes hebben jullie gemaakt voor de inkoop?

Ons uitgangspunt is dat de inhoud leidend is en het juridisch kader zich daarnaar moet plooien.

Bij de inkoop hebben we gebruik gemaakt van de procedure voor de zogeheten sociale en andere specifieke diensten. Met deze procedure moet je een aantal vereisten vanuit de Aanbestedingswet volgen, maar dat zijn er minder dan bij een reguliere Europese aanbesteding.

We hebben de mogelijkheden vanuit de Aanbestedingswet gecombineerd met de mogelijkheden uit het contractenrecht. Hierbij hebben we niet zozeer gekeken naar risico’s en problemen maar vooral naar oplossingen en mogelijkheden. We zoeken bewust de grens op, en dat is best spannend. 

Welke mogelijkheden biedt het contract?

In de constructie die wij gekozen hebben, stellen we aanbieders in staat lopende het contract toe te treden. Tegelijkertijd kunnen we dan nog steeds streng en realistisch toetsen of zij voldoen aan de voorwaarden uit het contract. Ook kunnen er tussentijds bijvoorbeeld nieuwe producten worden toegevoegd. Het is wel belangrijk om dan scherp te houden dat wij zorg vraaggericht inkopen. We focussen ons dus niet op het aanbod van de zorgaanbieder, maar nemen de vraag van de cliënt als vertrekpunt.

Hoe sturen jullie op resultaat?

We gaan zo resultaatgericht mogelijk indiceren en hebben in het contract ook resultaatafspraken gemaakt met aanbieders. Het sturen op resultaat zien wij als een taak voor de (niet) gemeentelijke toegang. Goed casemanagement is hierbij cruciaal. Als er vanuit de toegang geen duidelijke sturing is op wanneer iemand (door)verwezen wordt, dan blijft het vooral op papier goed geregeld. Het contract geeft veel ruimte, maar in de praktijk moet blijken of die ook benut wordt.


Meer informatie 

Vragen?

Martijn van Wietmarschen is contactpersoon.

Foto Martijn van Wietmarschen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies