• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Reflectie

Ervaringsoefening

De ervaringsoefening is een kernoefening om te ervaren wat reflectie is. In deze oefening ervaar je het verschil in gedrags- en dieptereflectie door vragen te beantwoorden uit de verschillende lagen van het ui-model van Korthagen.


Aantal deelnemers:
minimaal twee: één persoon leidt de oefening, de andere(n) voert/voeren de oefening uit
Duur van de oefening:
ongeveer 10 minuten

Instructie

Voor het uitvoeren van deze werkvorm is een begeleider nodig die onderstaande instructies uitvoert.

Vraag de deelnemers om dicht tegen elkaar te gaan staan, met de ruggen naar elkaar toe. Vraag hen om tijdens deze oefening bij zichzelf te blijven en hun ogen dicht te doen. Geef aan dat je vragen gaat stellen en vraag de deelnemers de antwoorden in hun hoofd te overdenken.

Je gaat de deelnemers een aantal vragen stellen. Wacht na elke vraag 20 seconden om de deelnemer te laten denken over de situatie of de vraag in gedachte te beantwoorden. Vraag de deelnemers achtereenvolgens:

  • Neem een situatie van de afgelopen week in je hoofd waarbij je bij een cliënt of collega zat en je van te voren had bedacht wat je wilde in dat gesprek.
  • Doe een stap naar voren.
  • Wat wilde je bereiken op dat moment?
  • Doe een stap naar voren.
  • Wat deed je op dat moment?
  • Doe een stap naar voren.
  • Werkte dat?
  • Doe en stap naar voren.
  • Wat zou je de volgende keer anders doen?
  • Doe een stap naar voren.
  • Visualiseer voor jezelf dat je dat doet.

Vertel de deelnemers dat ze nu hebben gereflecteerd op hun gedrag. Vraag de deelnemers zich om te draaien en nog een keer de situatie die ze net gekozen hadden in hun hoofd te nemen.
Wacht weer na elke vraag 20 seconden om de deelnemer de situatie te laten ophalen. Vraag achtereenvolgens:

  • wat raakte jou in dat gesprek?
  • doe een stap naar voren
  • wat dacht je en voelde je op dat moment?
  • doe een stap naar voren
  • waar wilde je voor weg lopen of waar was je bang voor?
  • doe een stap naar voren
  • welke overtuiging van jou zat daar achter?
  • doe een stap naar voren
  • bedenk voor jezelf: wie ben ik?

Bedank de deelnemers en geef aan dat zij nu verdiepende reflectie hebben gedaan op zichzelf als persoon.

Laat de deelnemers weer in een kring staan en evalueer met elkaar wat iedereen heeft ervaren. Hebben de deelnemers verschil tussen de eerste en tweede serie vragen ervaren? Deed het fysiek zetten van stappen nog iets met hen?

Tips

  • Het is belangrijk dat je als begeleider van de oefening tussen de vragen door lang genoeg wacht om de deelnemers de vraag in hun hoofd te laten beantwoorden. Let op dat de tijd voor jou als vragensteller altijd langer duurt dan voor de deelnemers.
  • De ervaringsoefening is een fysieke oefening, zorg dus dat er rust en ruimte is. Mocht je niet genoeg ruimte hebben voor een cirkel dan is het ook mogelijk om de oefening willekeurig in de ruimte te doen. Waarbij de deelnemers kleine stapjes op hun plaats maken.
  • In deze oefening kom je snel tot de kern. Dit kan leiden tot een snelle, verdiepende reflectie en ook tot specificatie van je hulp-of leervraag. De oefening is dus uiterst geschikt om te doen voorafgaand aan een intervisie of casuïstiekbespreking.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.