Professionalisering

Samen op zoek naar wat werkt

Het Nederlands Jeugdinstituut interviewde ruim veertig professionals over hun vakmanschap. De behoefte aan gezamenlijk leren en reflecteren is groot. Projectleider Pauline van Viegen gaat in op de belangrijkste resultaten van het onderzoek.

Pauline van ViegenHet is een bonte verzameling professionals die zijn geïnterviewd voor dit onderzoek. Hulpverleners voor jeugd- en opvoedhulp, pedagogisch medewerkers en orthopedagogen. Maar ook een huisarts en een jeugdrechter. Hoe kijken zij aan tegen hun vakmanschap? Wat hebben ze nodig om zich te blijven ontwikkelen? En wat geeft hen voldoening in hun werk?

'De antwoorden op die laatste vraag hebben mij het meest geraakt' zegt Pauline van Viegen, projectleider van het onderzoek bij het Nederlands Jeugdinstituut. 'Consequent en zonder enige aarzeling zeggen ze dat ze het doen voor de kinderen, voor die blije koppies. Voor dat kleine succes bij een ouder die iets nu wel voor elkaar krijgt. Die drive is echt het fundament.’

Uit de waan van de dag

Het onderzoek vindt plaats in een tijd waarin de jeugdzorg onder druk staat. Budgetten raken op, de werkdruk is hoog. Natuurlijk zie je dit terug in de gesprekken met professionals. 'Dan gaat het over de 'zachte kant' van vakmanschap', vertelt Pauline. 'Hoe zorg ik ervoor dat ik mezelf niet voorbij loop? Hoe blijf ik de stress de baas? Hoe bewaak ik mijn agenda? Professionals hebben vooral behoefte aan praktische ondersteuning. Ze zijn geïnteresseerd in nieuwe kennis en inzichten, maar vragen zich vervolgens wel af: hóe ga ik hier mee aan de slag in de praktijk?'

Tegelijkertijd is het opvallend dat professionals hun behoeften niet zozeer omschrijven in termen van tijd of geld. 'Ze geven aan: we willen sparren met collega's, samen met anderen reflecteren, even uit de waan van de dag komen en van een afstand kritisch naar ons werk kijken. Dát zeggen professionals nodig te hebben om goed hun werk te kunnen doen.'

Deze behoefte komt op verschillende manieren tot uiting. 'Een jeugdrechter gaf aan dat ze het sparren met collega's mist sinds de organisatie het flexwerken heeft ingevoerd. Een jeugdhulpverlener vertelde hoe onmisbaar het is om regelmatig te kunnen overleggen met een gedragswetenschapper. De context van al die professionals is verschillend. Maar de vraagstukken zijn dezelfde.’

Veel professionals ervaren hun werk als solistisch, ziet Pauline. Er zijn voorbeelden waarbij jeugdhulpverleners de ruimte krijgen om in duo's werken, maar dit lijken uitzonderingen te zijn. 'Professionals geven aan dat ze zelden zien hoe een collega aan het werk is. En collega's zien nooit hoe jij aan het werk bent. Het leren van elkaar gebeurt daardoor niet in het moment zelf. Maar pas achteraf, als jij vertelt wat je hebt meegemaakt en de ander daarop reageert.'

Leren in de praktijk

Vakmanschap en professionalisering worden snel containerbegrippen waar iedereen een andere betekenis aan geeft. Om beter te begrijpen waarover we het hebben, maakt Pauline het onderscheid tussen 'inhoud' en 'ontwikkeling'. Inhoud gaat over de kennis en kunde die jeugdprofessionals nodig hebben om goed hun werk te kunnen doen. Vaak is dit gericht op specifieke thema's. Veel professionals noemen bijvoorbeeld trauma, hechtingsproblemen of complexe scheidingen. Dit onderdeel van vakmanschap ziet Pauline veel terug in beleidsplannen en transformatieagenda's, dat vaak vorm krijgt in opleiding en scholing.

Ontwikkeling gaat vooral over de professional zélf. Persoonlijke groei, het kennen van je kwaliteiten én valkuilen, persoonlijk leiderschap. Maar ook de samenwerking met andere collega's, en met professionals in andere organisaties en disciplines. In de interviews benadrukken professionals deze kant van vakmanschap.

'Zij spreken over het belang van intervisie en supervisie, en over gezamenlijke reflectie met collega's. Daarbij hoort een andere manier van leren. Minder klassikaal en theoretisch, meer in de praktijk. Ik denk dat de professionals dat goed zien. Uiteindelijk heb je pas iets aan kennis als je die in je dagelijkse praktijk toepast en onderdeel maakt van je werk.'

Professionals benadrukken het belang van ‘vlieguren maken’ als je van de opleiding afkomt. 'Je leert het werk door het te doen. Dat gebeurt iedere dag, vaak onbewust. Maar elementen als reflectie, intervisie en supervisie zijn versnellers van dat leren.'

Weinig prioriteit

Uit de vele interviews blijkt dat er wel degelijk vormen van intervisie en gezamenlijke reflectie plaatsvinden, vertelt Pauline. 'Maar ik heb maar weinig professionals gesproken die zeggen: bij ons loopt het goed, we doen dat gestructureerd en ik haal er echt iets uit’.

Zo ervaren professionals weinig steun van hun organisaties. 'Sommigen zeiden zelfs: “Wij vinden intervisie als team nodig, dus wij doen dat gewoon, wat de organisatie er ook van vindt.”

Daarbij hebben deze momenten van reflectie en even stilstaan vaak weinig prioriteit, hoe waardevol professionals ze ook zeggen te vinden. Men is druk, moet naar een cliënt toe, heeft een ingelast overleg, en dan gaat de intervisie vaak niet door.

Professionals geven ook aan dat als er wel intervisie plaatsvindt, de uitvoering niet altijd toereikend is, zegt Pauline. 'Als je bij elkaar zit, ga je dan je hart luchten? Of kies je met elkaar een casus en ga je daar systematisch mee aan de slag?' Professionals vertellen dat het helpt als er een externe facilitator is. Ook is onderling vertrouwen nodig, en een cultuur waarin men elkaar feedback durft te geven. 'Dat is essentieel voor gezamenlijke reflectie. Maar op veel plekken ontbreekt het daar aan.'

Het gevolg is dat dit gezamenlijke stilstaan, reflecteren en leren erbij inschiet. Het blijft vaak bij kort uitwisselen met een collega over een specifieke casus. 'Dat kan heel bevredigend zijn, omdat je daarmee verder kunt in die casus. Maar dan mis je wel het echte leren, over hoe jij als professional verder komt in je werk. Dat zijn grote vragen die je niet even stelt als je een collega aanschiet op de gang.'

Meer dan alleen faciliteren

Uit de interviews komt het beeld naar voren van professionals die meer willen leren en ontwikkelen, maar het moeilijk vinden om dat in te passen in hun (drukke) werk. Dit vraagt dus iets van organisaties. En professionals kijken daarbij ook in de spiegel, ziet Pauline. 'Vaak zeggen ze: we hebben er inderdaad te weinig tijd voor. Maar als we meer tijd zouden hebben, gaan we toch gewoon meer mensen helpen.'

Volgens Pauline is het daarom belangrijk dat professionals binnen hun organisaties het gesprek hierover aangaan. De uitkomsten van dit onderzoek zijn waardevolle input voor dergelijke gesprekken, denkt zij. 'Dit is wat professionals ons hebben verteld in de interviews, en dit is wat wij als kennisinstituut weten over wat er werkt. Uit onderzoek en praktijk blijkt dat reflectie een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de hulp aan kinderen en ouders. Ga daarover in gesprek met elkaar.'

Daarbij onderstreept ze de rol van de organisatie, die meer kan doen dan alleen tijd en geld beschikbaar stellen. 'Het is nodig om als organisatie uit te stralen dat je lerende professionals belangrijk vindt, en dat je waardering hebt voor de mensen die daarmee bezig zijn. Dat gaat nog een stap verder dan alleen randvoorwaarden faciliteren.'

Registratie en professionalisering

Een deel van de geïnterviewden heeft sinds 2018 te maken met SKJ-registratie. Hoe zien zij dit in relatie tot de professionalisering van hun vak? Pauline vertelt: ‘Zij zijn overwegend positief over die nieuwe positie: het geeft aan dat het vak ertoe doet en dat dat in kwaliteit dus ook iets van je vraagt. In de uitvoering lopen zij nu echter tegen veel knelpunten aan. Onduidelijkheid over wat er precies verwacht wordt, aan welke voorwaarden intervisie bijvoorbeeld moet voldoen enzovoort. Dat is vervelend, want het kost extra tijd en energie. Aan de andere kant: dit is voor deze groep professionals ook relatief nieuw. Dus misschien is dit onderdeel van de weg die je als beroepsgroep moet afleggen. Verandering ontstaat niet van de een op de andere dag.’

Ze heeft vooral bewondering voor het vak van al die jeugdprofessionals die iedere dag met hart en ziel aan het werk zijn. 'Het is gewoon hartstikke zwaar en verantwoordelijk werk. We vragen veel van deze professionals, terwijl ze maar moeten roeien met de riemen die ze hebben. Dus ja, het is een mooi vak. Maar het is ook echt wel zwoegen. Dat mogen we ons vaker realiseren.'

Vragen?

Pauline van Viegen is contactpersoon.

Foto Pauline van Viegen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies