Professionalisering

'Om te leren van elkaar moet je je soms kwetsbaar opstellen'

Betty Wijdeven werkt als jeugdprofessional bij SPRING, dat in tien gemeenten verantwoordelijk is voor de ondersteuning van kinderen en gezinnen, en de toeleiding naar specialistische jeugdzorg. Ze werkt ook voor het SPRING Leerhuis, dat opleiding en deskundigheidsbevordering voor jeugdprofessionals organiseert.

Betty Wijdeven'Ik vind het leuk om te werken vanuit de kracht en talenten van mensen. Bij SPRING kan ik daar het leren aan koppelen, dat is heel tof. Ik vind het namelijk belangrijk dat we onszelf blijven professionaliseren. Met de komst van het tuchtrecht en het SKJ is er gezegd: het beroep dat jij uitvoert, is belangrijk. En dat is het natuurlijk ook. We werken met kwetsbare mensen, dus we mogen ons beroep heel serieus nemen.'

Hoe houd jij plezier in je werk?

'Door afwisseling te zoeken, en diversiteit in mijn casussen. Ik vind het leuk om zware casussen te draaien, en daarnaast lichtere gesprekken te hebben, bijvoorbeeld met een kindje op de basisschool over hoe je steviger in je schoenen kunt staan.'

Hoe realiseer je die afwisseling?

'Gelukkig heb ik de vrijheid om zelf keuzes te maken in mijn caseload. Ik werk in een team met brede kennis en expertise, dus als ik een casus niet oppak, doet een collega dat die het beter kan of leuker vindt. Dat vraagt wel dat ik mijn collega's goed ken, zodat ik weet waar hun kracht ligt, én dat ik mijn eigen kracht en valkuilen ken.'

Hoe doe je dat?

'We hebben ervoor gekozen om in bepaalde zaken in duo's te werken. Daarbij kies ik soms zaken die niet direct bij mijn expertise liggen, om die dan met een collega samen te doen. Zo zie en hoor ik hoe een collega werkt. En daarin kan ik ook mezelf laten zien.'

Wat bedoel je daarmee?

'Ik kan ervoor kiezen om gewoon mijn zaken te draaien en in een overleg met collega's af en toe iets in te brengen. Maar als ik ook laat zien waar ik tegenaan loop, waar ik onzeker van word, wat ik moeilijk vind, maar ook wat mijn successen zijn, dan leren we van elkaar. Daarvoor moet je soms jezelf kwetsbaar opstellen.'

Wat leer je daarvan?

'Mijn collega geeft bijvoorbeeld aan niet goed te weten hoe ze met zo'n puber in gesprek kan gaan. En voor mij is het handig om te zien hoe zij regie voert over zo'n casus. Want dit zijn heel andere takken van hulpverlening. Er wordt van ons verwacht dat we het in de basis allemaal kunnen, maar ik denk dat iedereen op bepaalde vlakken beter is. In zo'n samenwerking krijg je echt kruisbestuiving.'

Organiseren jullie dit zelf?

'Ja, het ligt bij de jeugdprofessionals zelf. SPRING biedt veel ruimte om onszelf te ontwikkelen, maar het is aan de professionals zelf om dat in te vullen.'

Hoe zie je die ruimte concreet terug?

'Bijvoorbeeld in afspraken met gemeenten, en bij aanbestedingen. Daarin is opgenomen dat tien procent van onze tijd gereserveerd is voor scholing en reflectie. Wij weten dus dat we een gedeelte van onze tijd daaraan mogen besteden. Daarnaast hebben we een eigen scholingsbudget, dat je naar eigen inzicht mag inzetten. Zo is er een collega die dat gebruikt voor een opleiding over voeding. Dat lijkt niet direct met ons werk te maken te hebben, maar het schuurt er wel tegenaan. Daarin geeft SPRING de ruimte: als jij er blij van wordt en je kan het koppelen aan je werk, dan mag het.’

Wat zijn voor jou andere manieren, naast scholing, om te blijven leren in je werk?

'Ik zorg ervoor dat ik voldoende reflectie en intervisie heb. We zijn verplicht om ieder half jaar intervisie te volgen, in vier bijeenkomsten van ieder twee uur. Daarnaast hebben we ieder half jaar een moreel beraad, waarin we aan de slag gaan met ethische dilemma's, aan de hand van de beroepscode en de richtlijnen. Ik vind het belangrijk dat we dat doen.'

Met alles wat je nu weet en kunt: welk advies zou je geven aan jezelf als beginnend professional?

'In ieder geval dat niet alles op te lossen is. Vanuit de opleiding stapte ik als een wereldverbeteraar in dit werk. Maar niet alles is oplosbaar. En wat daarbij ook belangrijk is: blijf lol houden in je werk. In iedere zaak die ik draai vind ik het belangrijk om plezier te beleven aan bepaalde aspecten, hoe zwaar de zaak ook is. Een klik met een moeder, of met een jongere, of een succesje dat ik behaal…'

Mis je weleens kennis of kunde, bij jezelf of bij collega's?

'Soms mis ik kennis over andere domeinen. Tegenwoordig moeten we domeinoverstijgend werken, dus dat vraagt dat je wat weet van wet- en regelgeving die niet direct met jeugd te maken heeft, zoals rondom werk en inkomen, de Wmo, of langdurige zorg. En soms mis ik wat juridische kennis in het jeugdvak, bijvoorbeeld bij de opschaling van vrijwillig naar dwang. Gelukkig heb ik voldoende collega's die me daarin kunnen ondersteunen.'

Domeinoverstijgend werken betekent ook samenwerken met andere professionals in het veld. Hoe ervaar jij dat?

'Ik zie dat samenwerking erg afhangt van personen. Je netwerk is daarbij heel belangrijk. Als je elkaar niet ziet, als je elkaar niet een keer in de ogen hebt kunnen kijken, dan is samenwerken gewoon ingewikkelder.'

Is er in die samenwerking ook sprake van 'samen leren' met andere professionals?

'Ik merk dat tijdsdruk daarin belemmert. Het zou fijn zijn om samen nog eens stil te staan bij een afgeronde zaak. Wat hadden we anders kunnen doen? Hoe kunnen we daarin van elkaar leren? Maar door de waan van de dag is daar weinig tijd voor. Of we nemen er weinig tijd voor.'

 'Ik denk veel na over dat samenwerken, en hoe we dat beter kunnen doen. Misschien kunnen bijvoorbeeld gemeenten en instellingen faciliteren dat professionals meer bij elkaar werken. Dan zie je elkaar werken, hoor je elkaar bellen en kom je elkaar op een natuurlijke manier tegen.'

Vragen?

Pauline van Viegen is contactpersoon.

Foto Pauline van Viegen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies