Preventief jeugdbeleid

In zes stappen meer grip op uw preventief jeugdbeleid

In zes stappen kunt u samen met uw partners een resultaatgericht preventief jeugdbeleid ontwikkelen. Bepaal de huidige situatie in uw gemeente en analyseer. Stem hier samen met uw partners uw ambities en beleid op af. Meet het resultaat en verbeter.

Iedere gemeente kan met een goed preventief jeugdbeleid een goed pedagogisch klimaat creëren voor kinderen. Een optimale omgeving voorkomt dat alledaagse opgroei- en opvoedproblemen uitgroeien tot zwaardere problemen. Dit stappenplan kunt u gebruiken om uw preventief jeugdbeleid in te richten. 

Stap 1: Wat is de staat van de jeugd? 

Om een goed preventief jeugdbeleid in te richten is het in eerste instantie belangrijk om te weten hoe het met de jeugd in uw gemeente gaat. Wat gaat goed en wat kan beter? 

Stel vragen als:

  • Hoe hoog is het percentage kinderen dat een gezond gewicht heeft?
  • Welk percentage kinderen kampt met psychische problemen? 

Om deze onderwerpen en vragen te formuleren en een goed overzicht te krijgen van de bijbehorende cijfers, kunt u gebruikmaken van de preventiematrix. De preventiematrix is opgebouwd uit de 12 'gewenste situaties' met tegenovergesteld de problemen die kunnen ontstaan. Als gemeente kunt u die aanpassen naar de situatie in uw gemeente.   

Preventie jeugdbeleid: preventiematrix

-Klik op de afbeelding om deze uit te vergroten. -

Om de cijfers en status van uw gemeente in kaart te brengen kunt u gebruikmaken van bijvoorbeeld:

Cijfers spreken niet voor zich. Samen met inwoners, voorzieningen en maatschappelijke partners haalt u de achterliggende oorzaken van problemen boven tafel. Zo weet u ook beter waar u uw preventieve aanbod op moet afstemmen. 

Stap 2: Naar welk maatschappelijk resultaat streven we? 

De cijfers en de analyse uit stap 1 maken de behoeften van uw inwoners zichtbaar. Dit dient als uitgangspunt om maatschappelijke doelen of resultaten te formuleren van het preventief jeugdbeleid. 

Voorbeeld:

  • De gemeente X streeft naar een gezonde jeugd (gewenste situatie). Uit cijfers blijkt dat 40 % van de jeugd in de wijk B  een gezonde leefstijl hanteert. Van de kinderen heeft 60 % een ongezonde leefstijl (probleem).     
  • De gemeente X wil dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie halen (gewenste situatie). Uit cijfers blijkt dat 50 procent van de jongeren in wijk B een startkwalificatie behaalt. En 50 % niet (probleem).

Deze ambities zijn de gezamenlijke ambities van alle belanghebbende partijen waaronder inwoners en partners. Deze ambities moet u zo concreet mogelijk en meetbaar naar maatschappelijk resultaat formuleren. 

Voorbeeld:

  • Over 4 jaar hanteert 50 % uit wijk B een gezonde leefstijl. 
  • Over 2 jaar heeft 70 % van de jongeren in wijk B  een kwalificatie voor werk of vervolgopleiding behaald.

Tip: Continu in gesprek

Formuleer het maatschappelijk resultaat samen met de inwoners, voorzieningen en maatschappelijke partners. Hiermee creëert u commitment. Maak tussentijds de balans op. En kijk samen wat extra nodig is.

Stap 3: Welke activiteiten moeten we ondernemen? 

De volgende stap is om te bepalen welke activiteiten basisvoorzieningen (bijvoorbeeld, school, jeugd- en jongerenwerk) en inwoners (vrijwilligers of participatieraad) moeten ondernemen.

Zij dragen ieder afzonderlijk bij aan de realisatie van het maatschappelijk resultaat. Hiervoor moet u het zorg- en ondersteuningsaanbod in kaart brengen in uw gemeente. Leg verbanden tussen wat u biedt voor welke gewenste situatie en welk probleemgebied. En wat er ontbreekt aan aanbod. Vul in de preventiematrix per ‘gewenste situatie’ welke interventies of programma’s er zijn en welke problemen u hiermee wil voorkomen of verminderen. 

Stel een vragen als:

  • Welk zorgaanbod of interventies biedt u om de jeugd gezond te laten opgroeien zonder dat zij kampen met overgewicht? Met wie werkt u daarin samen?   
  • Sluit het aanbod van de jeugdhulpaanbieder aan bij wat nodig is om het resultaat te bereiken? 

U bepaalt met elkaar welke activiteiten de betrokken partijen moeten uitvoeren en welke rol of taak de gemeente daarbij heeft. 

Voorbeelden van activiteiten:

  • Alle ingezette interventies moeten ondersteunend zijn aan het welbevinden en behalen van resultaten op school (aanpak).
  • School wordt zelf eigenaar van deze aanpak en de gemeente faciliteert. De school en de partners in preventie denken samen na over het plan van aanpak.
  • De gemeente maakt inkoop- en subsidieafspraken en stelt eisen aan de kwaliteit. 

Tip: Continu in gesprek

Jeugdproblematiek is complex. Er zal niet altijd één op één een relatie te vinden zijn tussen het werk van een voorziening en een maatschappelijk resultaat. Externe factoren kunnen het maatschappelijk resultaat beïnvloeden, denk aan een recessie of maatschappelijke onrust. Blijf daarover met elkaar in gesprek.

Tip: Gebruik de 10 beschermende factoren

Gebruik de 10 beschermende of preventieve factoren van het kind als uitgangspunt bij het plan van aanpak. Deze factoren dragen bij aan een positieve ontwikkeling van het kind. Ze bieden tegenwicht aan problemen zoals armoede of schoolverzuim. Het is daarom belangrijk deze factoren te versterken, naast het verkleinen van risico's. 

Stap 4: Hoe verbeteren en waarborgen organisaties hun kwaliteit?

Als gemeente bent u niet direct verantwoordelijk voor de kwaliteit van de organisaties , zoals de school of jeugdhulpaanbieder. Dat zijn zij zelf. Als gemeente kunt u als u hulp inkoopt of subsidieert kwaliteitseisen opnemen die aanvullend zijn aan de eisen van de Jeugdwet. Uiteraard kunt u alle aanbieders stimuleren aan hun kwaliteit te blijven werken. Hoe beter de kwaliteit van de voorzieningen, hoe beter het gezamenlijke maatschappelijke resultaat. 

Stel vragen als: 

  • Waarborgt de organisatie op een effectieve manier de kwaliteit?
  • Investeert de organisatie voldoende in de vakbekwaamheid van professionals?
  • Zijn de interventies die de professionals gebruiken effectief? 

Stap 5: Wat is het resultaat van de geboden hulp? 

Het resultaat en de impact (outcome) van de activiteiten van de voorzieningen zoals de scholen worden in stap 5 gemeten. Gemeenten moeten verplicht benoemen welke outcome-indicatoren zij hanteren om resultaten te toetsen. De branche- en beroepsverenigingen in de jeugdsector, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het NJi heeft een basisset van 3 outcome-indicatoren ontwikkeld.

Uitval

  • Hoeveel kinderen haken af van het opvoedspreekuur?

Tevredenheid

  • Hoe tevreden zijn cliënten over de ondersteuning van het wijkteam?

Doelrealisatie

  • Hoeveel kinderen kunnen na het traject zonder psycholoog?
  • Hoeveel kinderen sporten, roken niet en gebruiken matig alcohol?  

De gegevens bieden stof voor een constant proces van leren en verbeteren bij de voorzieningen. 

Wat kunt u als gemeente doen? 

Als gemeenten kijkt u of de beoogde maatschappelijk resultaten zijn behaald. Samen met de voorzieningen bespreekt u de outcome en of zij hun taak goed kunnen uitvoeren. Cijfers alleen zeggen weinig. Bekijk samen of u de achterliggende oorzaken boven tafel kan krijgen. Onderzoek wat nodig is om het te verbeteren.

Over hoe het in brede zin gaat met de jeugd zijn er relatief weinig cijfers. Daarom ontwikkelt het NJi de monitor Staat van de jeugd. De monitor geeft in een oogopslag weer hoe het gaat met de jeugd in gemeenten en regio's op het gebied van veiligheid, gezondheid en participatie. 

Ook zijn er gemeentes die jaarlijkse meten hoe het met hun inwoners gaat zoals Utrecht. De gemeente verzamelt met de Utrecht monitor actuele  cijfers over het welbevinden van Utrechters. 

Stap 6: Verbeter continu

Als gemeente wilt u uw preventief jeugdbeleid steeds verder verbeteren. 

Van bespreken naar verbeteren:

  • Ga in gesprek met de voorzieningen, maatschappelijke partners en inwoners over de cijfers (outcome)  en achterhaal het verhaal achter de cijfers. Herkennen we het? Hoe komt het? Wat vinden we ervan en hoe kunnen we het verbeteren? 
  • Bepaal samen welke acties nodig zijn om het resultaat te verbeteren. Een voorziening kan bijvoorbeeld cliëntenpanels betrekken bij een programma.
  • Bepaal welke acties nodig zijn als gemeente om het  preventief beleid en het resultaat te verbeteren.
  • Bespreek in hoeverre de outcome bijdraagt aan het maatschappelijke doel en of het aanbod misschien moet worden aangescherpt.

Om de verbetercyclus op gang te brengen, herhaalt u eerder gevolgde stappen uit het stappenplan preventief jeugdbeleid. Zo kunt u toetsen of de verbeteringen positief uitpakken. Voorzieningen willen ook hun kwaliteit van hulp steeds verder verbeteren. Door stap 4 tot en met 6 opnieuw te doorlopen kunnen zij de verbetercyclus maken. 

Tip: pas op voor perverse prikkels

De outcome is een middel om ontwikkelingen te bespreken, niet om op af te rekenen.  Als je als gemeente voorzieningen zonder gesprek afrekent op cijfers creëer je perverse prikkels. Bijvoorbeeld: Een jeugdaanbieder wordt alleen gefinancierd bij een cliënttevredenheid van een 8 of hoger. Dan zal de zorginstelling misschien een kritische en moeilijke doelgroep links laten liggen. Terwijl deze groep de hulp wellicht het hardste nodig heeft.  Herkennen we het? Hoe komt het? Wat vinden we ervan en hoe kunnen we het verbeteren?

Tip: kies een aanspreekpunt

Kijk of een voorziening één aanspreekpunt heeft voor het bespreken van de outcome. Deze persoon heeft de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om verbeteringen door te voeren. Anders blijven de verbeteracties in de lucht hangen en verandert er niets.

Tip: blijf niet wachten op de cijfers

In de praktijk komt het voor dat niet alle gegevens beschikbaar zijn. Wacht niet tot alle gegevens beschikbaar zijn. Ga het gesprek aan met de voorzieningen waar de cijfers wel bekend zijn. 

Vragen?

Marielle Balledux is contactpersoon.

Foto Marielle  Balledux

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies