• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Pleegzorg

Opvoedingsbesluit

De plaatsing van een kind in een pleeggezin heeft in eerste instantie een tijdelijk karakter. Hulpverleners onderzoeken of het pleegkind terug kan naar huis, naar een ander pleeggezin moet of dat de plaatsing een permanent karakter krijgt. Het besluit hierover heet een opvoedingsbesluit. Het nemen van een opvoedingsbesluit is een ingewikkeld proces waar vele factoren invloed op hebben. Voor het welzijn van ouders, pleegkinderen en pleegouders is het van belang dat het besluit zo snel mogelijk genomen wordt.

Juridisch kader

Pleegzorg kan vanuit twee verschillende kaders worden uitgevoerd: vrijwillig en gedwongen. Bij vrijwillige pleegzorg staan ouders achter de plaatsing van het kind in een pleeggezin. Bij gedwongen pleegzorg staan ouders hier niet achter en is de plaatsing opgelegd door de rechter. De rechter komt tot dit besluit wanneer de veiligheid en de ontwikkeling van het kind in het geding zijn. Bij gedwongen pleegzorg kan de rechter het gezag van ouders over hun kind beperken. Bij een gedwongen plaatsing is naast de pleegzorgbegeleider altijd een gezinsvoogd betrokken.

Bij het nemen van een opvoedingsbesluit is het kader waarin pleegzorgplaatsing wordt uitgevoerd van belang. Bij een vrijwillige plaatsing hebben ouders het gezag en nemen zij de beslissingen over het kind. Zij moeten dus instemmen met het opvoedingsbesluit. Ouders hebben het recht een opvoedingsbesluit van hulpverleners niet te accepteren en te volgen.

Bij een gedwongen plaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling (OTS) adviseert de pleegzorgbegeleider de jeugdbeschermer over het opvoedingsbesluit. De jeugdbeschermer beoordeelt of het al mogelijk is om te beslissen over de definitieve verblijfplaats van het kind. Is dat nog niet mogelijk en duurt de OTS al twee jaar of langer, dan moet een verzoek tot verlenging van de OTS altijd vergezeld gaan van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

Een opvoedingsbesluit dat het kind blijft opgroeien in het pleeggezin kan uitgevoerd worden op grond van een OTS. Het nadeel is echter dat de OTS elk jaar verlengd moet worden en dat ook elk jaar een advies van de Raad nodig is.
De Raad voor de Kinderbescherming kan ook de kinderrechter vragen het gezag van de ouders te beëindigen. Dat creëert zekerheid en duidelijkheid voor het kind, de ouders en de pleegouders: het kind groeit op in het pleeggezin. Na de beëindiging van het gezag wordt de voogdij meestal eerst overgedragen aan de gecertificeerde instelling.

Factoren bij terugplaatsing

Voor een goed besluit over terugplaatsing is inzicht nodig in de factoren die invloed hebben op de kans van slagen. Sommige factoren verkleinen die kans, andere factoren vergroten de kans op een succesvolle terugplaatsing. Deze factoren zijn bijvoorbeeld de reden voor uithuisplaatsing, kindkenmerken, ouder- of gezinskenmerken en plaatsingskenmerken.

Werkzame elementen bij besluitvorming

Uit onderzoek komen verschillende werkzame elementen naar voren die van invloed zijn op de kwaliteit van het opvoedingsbesluit. Ze zijn te onderscheiden in elementen gericht op het proces van de besluitvorming en inhoudelijke elementen.

Werkzame proceselementen

  • Continu proces: een goed opvoedingsbesluit vraagt een lange voorbereiding. Die voorbereiding moet een continu proces zijn dat begint zodra het kind is geplaatst. Vaak is dan al duidelijk welk opvoedingsbesluit het meest waarschijnlijk is: terug naar huis of een permanente plek in een pleeggezin. Tijdens de plaatsing kunnen het pleegkind, ouders en pleegouders hier al op worden voorbereid.
  • Besluitvorming: het actief betrekken van ouders, pleegouders en pleegkinderen levert niet alleen meer informatie op, maar vergroot ook de kans van slagen van het opvoedingsbesluit.

Werkzame inhoudelijke elementen

  • Algemene principes: de gewenste uitkomsten voor het kind zijn leidend. In de besluitvorming dienen risicofactoren én beschermende factoren meegenomen te worden.
  • Ontwikkeling van het kind en voortgang: de ontwikkeling van het kind dient tijdens de plaatsing periodiek in kaart te worden gebracht, zodat er goed zicht is op de voortgang.
  • Hechting: bij het nemen van een opvoedingsbesluit dient hechting meegenomen te worden in de overweging. Hechting is een belangrijke factor in de ontwikkeling van het kind.

Hulpmiddelen bij besluitvorming

Er zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar die kunnen helpen bij het nemen van een opvoedingsbesluit: de Beoordelingsboog, de Deltamethode en het Pedagogisch beslissingsmodel. Deze hulpmiddelen hebben als groot voordeel dat ze methodisch inzichtelijk maken hoe de besluitvorming dient te verlopen. Zie voor meer informatie de Richtlijn Pleegzorg.

Termijn van besluitvorming

Onzekerheid over de plaatsing is schadelijk voor de ontwikkeling van kinderen. Het is daarom van groot belang dat er tijdig een beslissing over de plaatsing wordt genomen. Belangrijk principe bij de besluitvorming is: hoe jonger het kind, hoe korter de termijn.

Review en factsheet

De informatie op deze pagina is gebaseerd op de wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp. Een uitgebreide samenvatting daarvan kunt u lezen in de review Het nemen van een opvoedingsbesluit: wat werkt? De factsheet Het nemen van een opvoedingsbesluit: wat werkt? geeft een praktische vertaling van deze kennis voor de beroepspraktijk.

Praktijkvoorbeeld

In de praktijk werken pleegzorgaanbieders met methodieken gericht op het nemen van een opvoedingsbesluit en op de acceptatie van dat besluit door ouders. Een voorbeeld is de interventie Ouderbegeleiding na een opvoedingsbesluit.

Vragen?

Stefanie Abrahamse is contactpersoon.

Foto Stefanie  Abrahamse
Dit dossier is tot stand gekomen in samenwerking met:
  • Kinderpostzegels

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies