Pesten

Cyberpesten tegengaan: hoe pak je het aan?

21 september organiseert Stichting School en Veiligheid de Week tegen Pesten. Vanuit het thema 'Samen aan zet' staat het aanpakken van pesten en het werken aan een veilige school centraal. In het kader van deze week deelt het Nederlands Jeugdinstituut vijf blogs, van vijf schrijvers, waarin ingegaan wordt op actuele thema’s en het samen aanpakken van pesten.

Cyberpesten tegengaan: hoe pak je het aan? 

Hoewel pesten bij kinderen of jongeren iets is van alle tijden, valt het nooit goed te praten. Gelukkig zijn er allerlei antipestprogramma’s die vooral scholen in kunnen zetten om vervelend antisociaal gedrag van pestkoppen in te dammen en gepeste kinderen meer weerbaar te maken. Tegelijkertijd is het echter de vraag of deze antipestprogramma’s anno 2020 nog wel zo werkzaam zijn. De wereld verandert snel. Er is daarom behoefte aan programma’s, die ook bij cyberpesten echt succesvol zijn.

Het sociale leven van kinderen en jongeren is de afgelopen twee decennia ingrijpend veranderd. Door de opkomst van mobieltjes en het internet is de manier waarop en de mate waarin zij contact met elkaar onderhouden, wezenlijk veranderd. Uiteraard willen kinderen en jongeren elkaar nog steeds het liefst fysiek kunnen zien en spreken. Dat bleek eens te meer tijdens de intelligente lockdown dit voorjaar: jongeren misten school, sport, en het uitgaansleven enorm.

Maar als kinderen en jongeren – ook onder normale omstandigheden – niet fysiek bij elkaar in de buurt zijn, hebben ze tegenwoordig nog steeds volop contact met elkaar. Onderweg, tijdens het huiswerk maken, of als ze op hun kamer een serie op Netflix kijken, is de smartphone voor de meeste tieners een verlengstuk van hun bestaan. Via die smartphone delen ze hun emoties, gedachten en verlangens met hun beste vrienden. Daarnaast geldt voor de meerderheid van de kinderen en jongeren dat het gebruik van de sociale media bijdraagt aan hun welbevinden.

Vervelende ervaringen

Zoals algemeen bekend, brengt het gebruik van de smartphone en het ronddwalen in het digitale domein voor kinderen en jongeren echter ook risico’s met zich mee. Voor een deel van de jeugd draagt het gebruik van sociale media juist niet bij aan hun welbevinden. Zij hebben vooral vervelende ervaringen, zoals buitengesloten worden, vervelende filmpjes die over hen rondgaan en scheldwoorden of, erger nog, doodsbedreigingen toegestuurd krijgen.

Deze voorbeelden zijn moderne uitingsvormen van het aloude pesten. Maar omdat de offline en online wereld voor kinderen en jongeren tegenwoordig naadloos in elkaar overlopen, gaat cyberpesten ook vaak samen met 'gewoon' pesten. Dus kinderen die het mikpunt zijn van stelselmatig pestgedrag in de klas of op de sportclub, worden vaak ook nog eens via sociale media in het verdomhoekje gezet.

Andersom geldt dit ook. Pestkoppen die een ander het leven zuur maken, doen dat vaak zowel in de fysieke omgeving als via de smartphone. Voor de slachtoffers van pestgedrag betekent dat dus dat ze nog minder veilige plekken hebben om op adem te komen. Zelfs de eigen slaapkamer waarin een kind zich veilig hoort te voelen, kan een hel zijn als de pestkop via Whatsapp of op Instagram de gepeste eindeloos bombardeert met bedreigingen en verwensingen.

Vier werkzame elementen van antipestprogramma's

De Commissie Antipestprogramma’s benoemde enkele jaren terug een aantal programma’s die volgens onderzoek een goede bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van pesten en het creëren van een gezond groepsklimaat in de klas of op de sportclub. Werkzame elementen uit de aanbevolen antipestprogramma’s gaan daarbij in op tenminste vier aspecten:

  • 1) Het probleem serieus nemen, en kinderen steunen en betrekken bij het zelf organiseren van oplossingen;
  • 2) Toezicht organiseren op wat kinderen doen en waar ze zich (fysiek) bevinden;
  • 3) Een veilige, harmonieuze omgeving creëren, waar respect voor elkaar de norm is en opvoeders het goede voorbeeld geven;
  • 4) De aanpak (school)breed in beleid uitvoeren, dus op alle niveaus waar kinderen of jongeren zich bevinden.

Antipestprogramma’s in een gedigitaliseerde samenleving

Hoe waardevol de aanbevolen antipestprogramma’s ook zijn, de vraag is of ze ook voldoende rekenschap geven van het hedendaagse opgroeien van kinderen en jongeren in zowel de fysieke, als de online omgeving.

Vooral toezicht houden op waar kinderen zich bevinden en wat ze doen, is een uitdaging voor opvoeders bij het terugdringen van cyberpesten. Doordat moderne media mobiel zijn, ze het persoonlijk bezit van de kinderen zijn en relatief kleine schermpjes hebben, is het ondoenlijk voor ouders en leerkrachten om overzicht te houden op wat er online gebeurt. Ter plekke toezicht houden op de contacten via sociale media is onvergelijkbaar met toekijken op hoe kinderen en jongeren met elkaar omgaan op het speelplein of het sportveld. Dus om tijdig uit de hand lopende online conversaties en pestberichten te kunnen aanpakken, is meer nodig.

Invloed van volwassenen

Ook bij het creëren van een veilige online omgeving waar iedereen respectvol met elkaar omgaat, is het minder vanzelfsprekend dat opvoeders daar direct invloed op hebben. Gezamenlijke afspraken over gedragsregels zijn in de klas of bij de sportclub makkelijker te organiseren via bijvoorbeeld protocollen, dan in whatsappgroepen waar ouders of leerkrachten geen deel van uitmaken.

Ook kunnen ouders of leerkrachten niet zelf het goede voorbeeld geven als ze zelf niet op de sociale media van hun kinderen zitten. Opvoeders kunnen hen hooguit uitleggen hoe en waarom ze zich zouden moeten gedragen. Uiteindelijk is het aan de kinderen zelf om goed met elkaar om te gaan. En opvoeders moeten dan maar hopen dat hun kinderen, als het misgaat, bij hen aan durven kloppen in plaats van dat ze uit schaamte niets zeggen.

Brede aanpak

In het verlengde van bovenstaand probleem, is het bij cyberpesten ook minder makkelijk om een brede aanpak op meerdere niveaus in te zetten. Waar de verantwoordelijkheid voor de inrichting en veiligheid van het online speelveld ligt, is namelijk heel diffuus. Kinderen gebruiken media op allerlei plekken, waardoor de pestervaringen zowel via school of op het sportveld, als thuis, als onderweg aangepakt zou moeten worden. En bovendien moeten dan ook de bedrijven die de media beheren nog eens meewerken om kinderen voldoende veiligheid te bieden bij de omgang met allerlei bekende of onbekende contacten.

Lessen cyberpesten

Naast de antipestprogramma’s zijn er momenteel ook diverse programma’s en initiatieven die kinderen en jongeren willen ondersteunen bij het gebruik van media en daarbij cyberpesten willen terugdringen. Netwerk Mediawijsheid geeft een overzicht van tien initiatieven. De meeste initiatieven bestaan echter uit slechts één les of bijeenkomst waarin kinderen nadenken en zelf afspraken maken over het gebruik van sociale media. Daarmee voldoen deze initiatieven wel aan één van de vier belangrijke uitgangspunten van antipestprogramma’s, namelijk kinderen betrekken, maar niet per se aan de andere drie criteria.

De losse lessen hebben ook geen duidelijke vervolgstappen, toetsen niet of de gemaakte afspraken nageleefd worden en betrekken andere opvoeders er niet bij. Slechts één van de tien voorgedragen initiatieven, It’s up to you, is erkend als effectieve interventie, vooralsnog enkel op basis van een theoretisch goede onderbouwing.

Er is dus nog een lange weg te gaan voordat er een goed bewezen effectief anti-cyber-pestprogramma is. Tot die tijd zullen leerkrachten en andere opvoeders zelf nog creatief moeten zijn om online pesten te voorkomen, te signaleren en te verminderen. Daarbij is het belangrijk dat ze zich verdiepen in het thema en de online interesses van tieners kennen en hierop kunnen anticiperen, zodat ze:

  • Weten hoe je online pesten kunt herkennen, en hoe online én offline groepsdynamica functioneert;
  • Tieners bewust kunnen maken van hun gedrag op sociale media en in games en hen helpen te snappen hoe berichten (onbedoeld) verkeerd over kunnen komen;
  • Tieners stimuleren om sociale media op positieve wijze in te zetten en gezamenlijke afspraken te maken over onlinegedrag.

Uit onderzoek blijkt dat opvoeders die zich verdiepen in technologische ontwikkelingen, beter kunnen anticiperen op negatief gebruik van sociale media. Ook reageren ze meer adequaat in geval van online pesten en zijn ze succesvol in het opstellen van een anticyber-pestprotocol en het samen met de kinderen handhaven hiervan.

Kinderen en jongeren zijn daardoor beter in staat op te treden als een klasgenoot of teamlid bij de sportclub online wordt gepest, of als ze zelf online gepest worden. Spreek dus duidelijk uit dat online pesten niet wordt getolereerd en dat jouw organisatie of vereniging bereid is te helpen.

Door: Peter Nikken, expert media, kinderen en ouderschap bij het NJi

Vragen?

Mirella van den Burg is contactpersoon.

Foto Mirella van den Burg

Mirella is contactpersoon voor vragen van beroepskrachten. Ouders en kinderen kunnen terecht op Pestweb.nl.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies