Pesten

Pesten en het brein

Ergens bij horen is een sterke menselijke behoefte. Tijdens de adolescentie zijn jongeren extra gevoelig voor de mening van hun leeftijdsgenoten. Buitensluiting en pesten komen hierdoor nog harder aan in deze levensfase.

Kinderen en jongeren die gepest worden ervaren veel negatieve gevolgen van het pesten. Het kan gevoelens van stress, angst, eenzaamheid, hopeloosheid en minder zelfvertrouwen veroorzaken. Ook ontwikkelen gepeste kinderen en jongeren vaker serieuze mentale problemen, die ook op volwassen leeftijd van invloed kunnen blijven.

Hersenen

Onderzoek laat zien dat de hersenen op een vergelijkbare manier reageren op sociale buitensluiting als op fysieke pijn. Je zou dus kunnen zeggen dat sociale stress (zoals bij buitensluiting en pesten) sociaal pijn doet. Deze hersengebieden kunnen anders reageren bij jongeren die vaak gepest zijn in vergelijking met jongeren die niet gepest zijn.

Jongeren die structureel zijn buitengesloten, hebben een sterkere reactie in deze pijncentra in de hersenen als ze opnieuw worden buitengesloten. Ook hebben ze een sterkere reactie in sociale situaties die aanleiding zouden kunnen geven tot buitensluiting. 

Afweersysteem

Naast effecten op de hersenen zien we ook dat pesten het afweersysteem van jongeren aan kan tasten. In stressvolle situaties maakt het lichaam stresshormonen aan, waardoor bijvoorbeeld de bloeddruk omhooggaat en het hart sneller gaat kloppen. Ook bij sociale stress worden deze hormonen aangemaakt.

Bij tienermeisjes die veel gepest zijn, blijkt dat zij extra veel stresshormonen aanmaken als zij sociale stress ervaren. Het lijkt er dus op dat jongeren die veel negatieve sociale ervaringen hebben, ook een overactief afweersysteem krijgen. Op de lange termijn kan dit negatieve gevolgen hebben voor hun lichamelijke gezondheid.

Gevoeligheid 

De gevoeligheid voor negatieve sociale interacties bij kinderen die buitengesloten of gepest zijn, zien we dus terug in de hersenen en in het afweersysteem. Er lijkt sprake te zijn van een gevoeligheid voor sociale situaties in de vorm van verhoogde gespannenheid en sociale stress. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor nieuwe sociale interacties van kinderen en jongeren.

Als kinderen gespannen zijn in nieuwe sociale situaties, zullen zij minder spontaan en positief reageren op de ander(en). Hierdoor zullen anderen ook weer minder positief op hen reageren. Daarnaast hebben deze kinderen waarschijnlijk minder oog voor positieve pogingen tot contact van anderen (sociale cognitie). Hierdoor kunnen ze in een negatieve spiraal komen waarin zij bevestigd worden in hun negatieve verwachtingen.

Bewustwording

We weten nog niet of de gevoeligheid bij kinderen die gepest zijn omkeerbaar is. Als de situatie verandert, kunnen nieuwe verbindingen in de hersenen ontstaan, maar oude patronen zijn niet zomaar verdwenen. Het kan zijn dat kinderen gevoeliger blijven, ver nadat de negatieve sociale interacties zijn afgenomen.

Het is daarom belangrijk dat ze zich bewust worden van hun eigen sociale reacties. Als zij gespannen worden, kunnen ze bijvoorbeeld door op hun ademhaling te letten, proberen weer te ontspannen. Ook kunnen zij proberen bewust op positieve signalen van anderen te letten en negatieve interpretaties te herinterpreteren. Als kinderen dit vaak doen, en anderen hen helpen meer positieve signalen op te pikken, kan de sociale stress afnemen.


Auteurs: Dr. Lisa Schreuders, Tilburg University en Dr. Neeltje van den Bedem, Universiteit Leiden, NWA startimpuls NeurolabNL

  • Bukowski, W. M., Laursen, B., & Hoza, B. (2010). The snowball effect: Friendship moderates escalations in depressed affect among avoidant and excluded children. Development and Psychopathology, 22, 749-757.
  • Crick, N. R., & Dodge, K. A. (1994). A review and reformulation of social information-processing mechanisms in children’s social adjustment. Psychological Bulletin, 115(1), 74-101.
  • Dahl, R., & Gunnar, M. (2009). Heightened stress responsiveness and emotional reactivity during pubertal maturation: Implications for psychopathology. Development and Psychopathology, 21, 1-6. 2.
  • Eisenberger, N. I., Lieberman, M. D., & Williams, K. D. (2003). Does rejection hurt? An fMRI study of social exclusion. Science, 302, 290–292.
  • Giletta, M., Slavich, G. M., Rudolph, K. D., Hastings, P. D., Nock, M. K., & Prinstein, M. J. (2018). Peer victimization predicts heightened inflammatory reactivity to social stress in cognitively vulnerable adolescents. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 59(2), 129-139.
  • Gunther Moor, B., Güroğlu, B., de Macks, Z. A. O., Rombouts, S. A., Van der Molen, M. W., & Crone, E. A. (2012). Social exclusion and punishment of excluders: neural correlates and developmental trajectories. Neuroimage, 59(1), 708-717.
  • James, A. C., James, G., Cowdrey, F.A., Soler, A., & Choke, A. (2015). Cognitive behavioural therapy for anxiety disorders in children and adolescents. Cochrane Database of Systematic Reviews, doi: 10.1002/14651858.CD004690.pub4.
  • Masten, C. L., Telzer, E. H., Fuligni, A. J., Lieberman, M. D., & Eisenberger, N. I. (2012). Time spent with friends in adolescence relates to less neural sensitivity to later peer rejection. Social cognitive and affective neuroscience, 7(1), 106–114. doi:10.1093/scan/nsq098.
  • Rudolph, K. D., Miernicki, M. E., Troop-Gordon, W., Davis, M. M., & Telzer, E. H. (2016). Adding insult to injury: neural sensitivity to social exclusion is associated with internalizing symptoms in chronically peer-victimized girls. Social cognitive and affective neuroscience, 11(5), 829-842.
  • Ttofi, M. M., Farrington, D. P., Lösel, F., & Loeber, R. (2011). Do the victims of school bullies tend to become depressed later in life? A systematic review and meta-analysis of longitudinal studies. Journal of Aggression, Conflict and Peace Research, 3, 63-73.
  • Will, G. J., van Lier, P. A., Crone, E. A., & Güroğlu, B. (2016). Chronic childhood peer rejection is associated with heightened neural responses to social exclusion during adolescence. Journal of abnormal child psychology, 44(1), 43-55.
  • Qualter, P., Brown, S. L., Munn, P., & Rotenberg, K. J. (2010). Childhood loneliness as a predictor of adolescent depressive symptoms: an 8-year longitudinal study. European Child & Adolescent Psychiatry, 19(6), 493-501.
Vragen?

Charlotte Dopper is contactpersoon.

Foto Charlotte  Dopper

Charlotte is contactpersoon voor vragen van beroepskrachten. Ouders en kinderen kunnen terecht op Pestweb.nl.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies