• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Pesten

Wat helpt tegen pesten?

De meest voor de hand liggende aanpak van pesten bestaat uit het aanspreken van de pester, het in bescherming nemen van kinderen die gepest worden, het wijzen van de omstanders op hun verantwoordelijkheid en het verwijzen naar de school- en klassenregels over pesten. Toch blijkt deze aanpak niet altijd te werken, omdat pesten nauw samenhangt met de macht en status van de pester, die deze niet zomaar wil verliezen. Ook hangt pesten samen met de weerloosheid en het gebrek aan zelfbescherming bij degene die gepest wordt en de voordelen die het pesten oplevert bij sommige omstanders, zoals aanzien in de ogen van de pester.

Jgz-richtlijn Pesten

De Richtlijn Pesten heeft tot doel handvatten te bieden voor zorgprofessionals en zorggebruikers voor betere adviezen en hulp aan ouders en kinderen. Dit richt zich op het voorkomen, signaleren en oplossen van pestproblematiek. Veel gezondheidsklachten volgen op een periode van gepest worden. Kinderen die langdurig worden gepest, lopen grote kans om depressieve of emotionele problemen te ontwikkelen, maar ook lichamelijke klachten. De richtlijn verschaft niet alleen duidelijkheid voor de jeugdgezondheidszorg, maar ook voor haar samenwerkingspartners en leerlingen en ouders.

Signaleren van pesten

Om leerkrachten in het primair- en voortgezet onderwijs daarbij te helpen is de Signaalkaart ontwikkeld. Het is een eenvoudig hulpmiddel met daarop zes aandachtspunten. Deze zogenoemde ‘alerts’ helpen signalen van pesten vroegtijdig te herkennen.

De Signaalkaarten zijn ontwikkeld door Apemanagement in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen.

Wat kunnen scholen doen?

Scholen kunnen hun voordeel doen met kennis over 'wat werkt' bij het voorkomen en tegengaan van pesten. Deze factoren hebben een positief effect op het tegengaan van pesten:

  • Het organiseren van informatieavonden voor ouders over de aanpak van pesten op school en over richtlijnen om hun kinderen te helpen om te gaan met pesten. Ouders vervullen namelijk een sleutelrol;
  • Het verbeteren van toezicht op het schoolplein en tijdens pauzes;
  • Het nemen van disciplinaire maatregelen (straffen van daders door ze bijvoorbeeld naar het hoofd van de school te sturen voor een corrigerend gesprek, hen dwingen om tijdens pauzes in de buurt van de leerkracht te blijven en het ontnemen van privileges, zoals het vieren van de verjaardag in de klas,);
  • Het informeren van leerkrachten over de signalen van pesten en hoe daar mee om te gaan;
  • Het hanteren van zichtbare klassenregels over pesten;
  • Het invoeren van een schoolbrede gedragscode tegen pesten (anti-pestprotocol);
  • Het geven van voorlichting voor leerlingen over de nare gevolgen van pesten;
  • Het stimuleren van samenwerking tussen de leerkrachten en de andere onderwijsprofessionals (interne begeleiders, zorgcoördinatoren, vertrouwenspersonen) rondom pesten.

Het voorkomen en tegengaan van pesten hoort bij de basisondersteuning die scholen bieden. Iedere school heeft de verantwoordelijkheid om voor alle leerlingen een veilige leeromgeving te garanderen. Veel scholen ontwikkelen momenteel visie en beleid op sociale veiligheid, waar pesten een van de grote thema’s is. Sociale veiligheid draait om het beschermd zijn of het zich beschermd voelen tegen bedreigingen die veroorzaakt worden door het gedrag van mensen in en om de school. Om tot visie en beleid te komen denkt de school na over vragen zoals:

  • Welke sociale veiligheid streven we na?
  • Welke afspraken maken we met elkaar?
  • Wat doen we als leerlingen of personeel zich niet aan die afspraken houden?
  • Hoe betrekken we ouders bij het bieden van sociale veiligheid?

Tips bij het betrekken van ouders

Bij het betrekken van ouders zijn de volgende vijftien succesfactoren bekend vanuit wetenschappelijke onderzoeken en literatuur:

  • Het belang van een goed sociaal klimaat op school (inclusief het tegengaan van pesten) en de betrokkenheid van ouders daarbij is doorgedrongen tot de visie en cultuur van de school.
  • De schoolorganisatie ondersteunt de leraar bij het creëren van een goed sociaal klimaat op school (inclusief het tegengaan van pesten) en het stimuleren van betrokkenheid van ouders daarbij.
  • Leerkrachten zijn zich bewust van het belang van een goed sociaal klimaat op school (inclusief het tegengaan pesten) en de betrokkenheid van ouders daarbij.
  • De school als geheel en de individuele leerkracht maken vroegtijdig duidelijk welk belang zij hechten aan een goed sociaal klimaat op school (inclusief het tegengaan van pesten) en aan de betrokkenheid van ouders daarbij.
  • De leerkracht is competent in creëren van een goed sociaal klimaat op school (inclusief het tegengaan van pesten) en de betrokkenheid van ouders daarbij.
  • Ouders voelen zich gewaardeerd en welkom.
  • Er is individueel contact tussen school en ouders.
  • Leerkrachten leggen huisbezoeken af.
  • Kinderen worden zoveel mogelijk betrokken bij het contact tussen de school en hun ouders.
  • De school zoekt ook contact met de ouders als er iets positiefs te melden is (dus niet alleen als er problemen zijn).
  • De school organiseert activiteiten waar alle ouders bij aanwezig mogen zijn.
  • De school zet zich in om tweezijdige informatieuitwisseling met ouders tot stand te brengen, welke de basis is van een gelijkwaardige samenwerking.
  • Tussen school en ouders is er regelmatig contact.
  • De school reikt gespreksonderwerpen aan om thuis in het gezin over door te praten.
  • De adviezen die de school aan ouders geeft zijn concreet en praktisch bruikbaar.

Bron

  • Niejenhuis, C. van, et al. (2015) Samen met ouders werken aan een fijne school. Utrecht/Groningen, Nederlands Jeugdinstituut/Rijksuniversiteit Groningen.
Vragen?

Wendy Kunst is contactpersoon.

Foto Wendy  Kunst

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.