• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Praktijkvoorbeeld

Vaardigheden bijbrengen om optimaal te functioneren

Dit onderwijszorgarrangement is vormgegeven in twee behandelklassen met ieder acht leerlingen. Ieder klas richt zich op jonge kinderen van 4 - 7 jaar, met ernstig oppositioneel en beweeglijk/impulsief gedrag. Het arrangement is ontwikkeld door de Pels, een Cluster 4 school en Trajectum, een organisatie voor jeugdzorg. Doel is de kinderen vaardigheden bij te brengen die hen in staat stellen in een schoolse setting te functioneren. Daarna stromen de kinderen uit, hetzij naar regulier, hetzij naar speciaal onderwijs.

Doel

Centraal:
Dankzij plaatsing in Optimist nemen gedragsproblemen van kleuters met ernstig oppositioneel en beweeglijk/impulsief gedrag af en de vaardigheden om in een schoolse setting te kunnen functioneren nemen toe en wel dusdanig dat het kind na een behandeling van één schooljaar kan doorstromen naar regulier, dan wel speciaal onderwijs.

Subdoelen:

  1. De vaardigheden van het kind om in een schoolse situatie te functioneren, nemen toe. De werkhouding verbetert, zo ook de taakgerichtheid en het kind functioneert zelfstandiger in de schoolsituatie
  2. De zelfregulatie neemt toe. De gezag relatie tussen volwassenen (leerkracht/ ouders) en het kind verbetert, zo ook de emotieregulatie en het kind weet zich beter te handhaven tussen andere kinderen 
  3. Het is duidelijk welk onderwijsniveau of -type passend is. Er is zicht op de sterke en zwakke kanten in de ontwikkeling en cognitie. Ook is duidelijk welke specifieke ondersteuningsbehoefte het kind heeft om zich in het vervolgonderwijs goed te ontplooien.
  4. Ouders zijn beter in staat het gedrag van hun kind bij te sturen en voelen zich competent.

Doelgroep

OZA Optimist is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 7 jaar met ernstig externaliserend probleemgedrag (met een klinische score CBCL/TRF) en hun ouders. Bij het kind is sprake van: ernstige concentratieproblemen, bewegingsonrust en impulsiviteit. Verder: regeloverschrijdend en agressief gedrag, zoals niet luisteren, dwingende interactiestijl, onvoldoende accepteren van grenzen en regels. Het ontbreekt het kind aan sociale vaardigheden en hij onderhoudt disfunctionele relaties met leeftijdgenootjes. Het kind zou qua intellectuele capaciteiten in staat moeten zijn het onderwijs in groep 1 of 2 van het basisonderwijs te volgen, maar kan als gevolg van zijn gedragsstijl niet in een reguliere klas functioneren.

Contra-indicaties voor plaatsing:

  • voornamelijk internaliserende problematiek (volgens CBCL/TRF),
  • (vermoedelijk) een IQ lager dan 70, dan wel een (vermoedelijke) autismespectrumstoornis. 
  • ouders zijn die niet bereid zijn tot intensieve samenwerking met het onderwijs-zorgteam.

Aanpak

Aanleiding

Optimist is voortgekomen uit de in de regio Utrecht ervaren noodzaak iets te doen voor jonge kinderen met forse gedragsproblemen, die door hun gedrag een groot appèl op de leerkracht in het reguliere onderwijs doen. De leerkracht is hiervoor vaak niet (voldoende) toegerust en/of  beschikt over onvoldoende faciliteiten. Extra ondersteuning, vanuit een onderwijsvoorziening, of vanuit een ambulant programma heeft de situatie niet voldoende verbeterd, met gewoonlijk schooluitval als gevolg. Thuis vertoont het kind meestal eveneens flinke gedragsproblemen. Het ernstig externaliserend probleemgedrag kan zich ontwikkelen tot antisociaal gedrag op latere leeftijd (de Mey, Messiaen, Van Hulle, Merlevede & Winters, 2005) en/of kan leiden tot voortijdig schoolverlaten (Holter & Bruinsma, 2010).

Optimist is een onderwijszorgarrangement (OZA) dat is ontwikkeld door De Pels (Cluster 4 school voor speciaal onderwijs) in Utrecht en Trajectum, een organisatie voor jeugdzorg, in samenwerking met PI Research Duivendrecht. In Optimist wordt ook samengewerkt met een andere school voor speciaal onderwijs uit de regio.

Prevalentie
In 2005 is een onderzoek uitgevoerd in de regio Utrecht onder alle basisscholen, leerplichtambtenaren, jeugdartsen en schoolmaatschappelijk werk. De meerderheid herkende het voorkomen van ernstig externaliserende gedragsproblemen bij kinderen in groep 1 en 2. Op 36% van de scholen is jaarlijks als gevolg van deze problemen 1 tot 5 leerlingen geheel of gedeeltelijk geschorst.

Een recente doelgroepanalyse die bij Trajectum is uitgevoerd, laat zien dat bij 47% van de kinderen die voor daghulp zijn aangemeld (inclusief het OZA) ernstig externaliserende gedragsproblemen voorkomen (Lekkerkerker, Chênevert, Eijgenraam &Van der Steege (2011).

Inhoud

Het basisaanbod bestaat uit een behandelklas, gecombineerd met oudertraining. Het kind komt één (school)jaar naar de behandelklas, gedurende  8 tot 9 dagdelen per week. Er zijn twee behandelklassen en in iedere behandelklas zitten acht kinderen, die een geïntegreerd programma onderwijs en behandeling volgen. Een pedagogisch medewerker én een leerkracht voeren het programma gezamenlijk uit.

De behandeling wordt vormgegeven vanuit het competentiemodel. Centrale elementen zijn taakverlichting, vergroten van het vaardigheidsrepertoire, verminderen van de invloed van stressoren en aansluiten bij de sterke kanten van het kind. Het systematisch bekrachtigen van gewenst gedrag en het visualiseren van verwachtingen en taken zijn de belangrijkste technieken. In de klas vormt de schoolse situatie het uitgangspunt: hier zijn het schoolcurriculum en de individuele onderwijsbehoefte van het kind leidend.

Het aanbod is gefaseerd. Vanaf het begin wordt gewerkt aan noodzakelijke vaardigheden voor het functioneren in een klas: meedoen met het programma, werkhouding en taakgerichtheid, opvolgen van opdrachten, en functioneren tussen andere kinderen. Per fase verschillen de werkdoelen, de begeleidingsstijl en de wijze van feedback geven. 

  • In de eerste fase raakt het kind vertrouwd met de dagelijkse routine en de behandelmethodiek. Beloningen worden zeer frequent gegeven en zijn sociaal en tastbaar. 
  • In de tweede fase leert het kind specifieke vaardigheden, gerelateerd aan diens individuele problematiek. Bekrachtiging van gewenst gedrag gebeurt vaak, maar het aantal materiële beloningen neemt af. 
  • De laatste fase bereidt het kind voor op de vervolgsituatie. Het kind oefent in de behandelklas met de op de vervolgschool vereiste vaardigheden en daar geldende regels. Bekrachtiging van gewenst gedrag gebeurt in toenemende mate verbaal en/of met een wijze van feedback die aansluit op de benadering in de vervolgschool.

Ouders ontvangen in vijf bijeenkomsten een groepsgewijze oudertraining Triple P niveau 4. In deze training leren ouders opvoedingsstrategieën om ongewenst gedrag van hun kind te verminderen aan de hand van rollenspel, gedragsoefeningen, videofeedback. Eventueel kan deze training individueel worden geboden.

Samenhang

Kleuters met ernstig externaliserende gedragsproblemen ontberen basiscompetenties en zelfvertrouwen om goed in een klas te functioneren. Schooluitval dreigt en/of is al het gevolg. Deze kinderen vragen een intensieve begeleiding en daarom bestaat het programma dat zij in Optimist volgen uit een geïntegreerd zorg- en onderwijsaanbod. Uitgangspunt is empowerment van het kind. De medewerkers beïnvloeden het negatieve zelfbeeld van het kind en werken aan uitbreiding van diens vaardigheidsrepertoire. In de methodiek staat het veelvuldig en systematisch bekrachtigen van gewenst gedrag centraal.

De ouders krijgen een oudertraining, eventueel aangevuld met extra ondersteuning op maat, zodat zij hun kind (beter) kunnen ondersteunen bij het leren en behouden van nieuw geleerd gedrag gedurende en na het verblijf in Optimist.

Randvoorwaarden

Financiën

Onderwijs en jeugdzorg dragen gezamenlijk de kosten. Het onderwijs neemt het onderwijsdeel voor haar rekening: onderwijsmiddelen, leerkracht en intern begeleider/ orthopedagoog/ CvI.

Op twee groepen met acht leerlingen staan per groep een leerkracht en een pedagogisch medewerker, die samen in de groep aanwezig zijn. Daarnaast is er acht uur pedagogisch medewerker beschikbaar voor thuisbegeleiding en coaching on the job bij doorplaatsing. Er is een oudertrainer Triple P, evenals de mogelijkheid een gezinsbegeleider in te zetten.

Er is een intern begeleider (acht uur) ten behoeve van OPP en handelingsplan. De behandelcoördinator beschikt over 12 uur per week voor gezinsbehandeling, die waar nodig kan worden aangevuld met een gezinsbegeleider of oudertrainer. De jeugdzorg stelt acht uur teamcoördinatie per week beschikbaar. De team coördinator heeft samen met de locatiedirecteur de dagelijkse leiding.

Deskundigheid

Alle medewerkers zijn getraind in competentiegericht werken. Dit zijn: de pedagogisch medewerker (hbo/SPH), de leerkracht (onderwijsbevoegdheid en aanvulling speciaal onderwijs), de behandelcoördinator (gedragswetenschapper wo),  en de orthopedagoog onderwijs (wo).
De oudertrainer (hbo maatschappelijk werk) is opgeleid in de methodiek Triple P.

Draagvlak

Een samenwerkingsovereenkomst tussen Trajectum en de Pels vormt het kader voor de samenwerking. De samenwerking is geborgd op bestuurlijk niveau, in de management structuur en op de werkvloer. De REC directeur en de regiomanager (jeugdzorg) sturen de locatiedirecteur en teamcoördinator aan, die op hun beurt leiding geven aan de medewerkers.
Continu aandachtspunt is de samenwerking en de integratie van onderwijs en zorg.

De intern begeleider/ orthopedagoog is inhoudelijk verantwoordelijk voor één kind, één plan en stuurt de onderwijsinhoud. De behandelcoördinator stuurt de begeleider van de school aan en is verantwoordelijk voor de behandelcontext/ gezinscontext, cq de pedagogische aanpak door de behandelcoördinator.
In de klas werken de leerkracht en pedagogisch medewerker nauw samen waarbij ieder de eigen specifieke expertise inbrengt. Belangrijk aandachtspunt is eenheid van taal en de eenheid in aanpak naar het kind.

Kwaliteitsbewaking

Begeleiding en intervisie
De pedagogisch medewerkers en leerkrachten krijgen:

  • teambegeleiding; 
  • cliënt/leerling- en methodiekgebonden werkbegeleiding van de behandelcoördinator (zorg) en intern begeleider of orthopedagoog (onderwijs);
  • Het behandelteam heeft de mogelijkheid tot consultatie van een coach competentievergrotend werken, coaching on the job en consultatie van een systeemconsulent van Trajectum.

Overige eisen ten aanzien van de kwaliteitsbewaking
Het primaire proces is gestructureerd aan de hand van een vaste cyclus: een afstemmingsgesprek bij de start, een tussenevaluatie aan de hand van de doelen, en een eindevaluatie.
Behandelresultaten worden als volgt bepaald:

  • ernst van de problemen (STEP) bij begin en eind; 
  • gedragsproblematiek (CBCL/TRF) bij begin en eind;
  • opvoedingsbelasting (OBVL) bij begin en eind;
  • mate van doelrealisatie met de GAS bij einde behandeling; 
  • cliënttevredenheid met de Exitvragenlijst bij einde behandeling;  
  • de didactische ontwikkeling en leervorderingen ( CITO/ Kijk) na drie maanden en bij het eind.

Evaluatie

Opzet evaluatie

Belangrijke voorwaardelijke factoren:

  • De personele bezetting maakt het mogelijk het kind regelmatige individuele begeleiding te geven.
  • Een overzichtelijke indeling van de ruimtes, zowel binnen als buiten. Zodoende is er continue toezicht op de kinderen.
  • Iedere klas beschikt over een veilige Time-Out ruimte, dichtbij het klaslokaal. 
  • Voldoende facilitaire ondersteuning. De pedagogisch medewerker en de leerkracht moeten voortdurend (samen) in de klas kunnen zijn. 
  • Continue aandacht voor en evaluatie van het werken vanuit het competentiemodel.
  • Duidelijke samenwerkingsafspraken tussen behandelsetting en school, onder meer over verantwoordelijkheden, taakverdeling, afstemming en integratie behandelprogramma en onderwijsprogramma.
  • De leerlijnen zijn geconcretiseerd in groepsdoelen en individuele doelen. De leerprestaties worden getoetst en geëvalueerd.
  • Het onderwijs doet voldoende recht aan de verschillende onderwijsbehoeften van individuele leerlingen.

En wat werkt er dan?
Algemeen werkzame factoren zijn de fasering van de interventie, de afstemming op de specifieke kenmerken van het kind, empowerment als uitgangspunt, de specifieke scholing van het behandelteam, de gerichtheid op de toekomst (terug naar school) en het investeren in motivatie bij de ouders.

Specifiek werkzame factoren zijn:

  • de vroegtijdigheid van de interventie; 
  • training van de sociaal-cognitieve, probleemoplossende en zelfregulerende vaardigheden van het kind, volgens een leertheoretische benadering, evenals een op de leertheorie gebaseerde oudertraining;
  • de combinatie van kind- en oudertraining;
  • gezinsinterventies bij zwaardere gezinsproblematiek;
  • de zorg voor transfer naar de volgende school en nazorg;
  • integratie van onderwijs en zorg.

De continue nadruk op positief gedrag en empowerment bij zowel de leerling als ouder(s) zorgt ervoor dat kinderen en hun ouders hun vaardigheden versterken en vergroten en zich competent(er) voelen. De relatie tussen ouder(s) en kind verbetert. De hulpvraag van het gezin wordt met inzet van de geïndiceerde jeugdzorg veelal afdoende beantwoord, wel kan het zijn dat na afloop van de plaatsing op school begeleiding in de thuissituatie of van de ouders wordt ingezet. 
Tot slot blijkt in Optimist wat de onderwijsbehoefte van het kind is. Een deel van de kinderen stroomt door naar het speciaal basisonderwijs (SBO), een ander deel naar het speciaal onderwijs (Cluster 4). Een enkele leerling stroomt door naar het regulier onderwijs, waarbij een goede overdracht en begeleiding vanuit Optimist cruciaal is.

Meer informatie

In 2012 is een handleiding verschenen. De oudertraining volgt de beschreven werkwijze van Triple P.

Contactgegevens

De Pels
Noordse Parklaan 2
3513 GV Utrecht

Ans van Wijk (Trajectum)
awijk@trajectum.nl
Locatie Kinabu
Verlengde Slotlaan 109
3700 AW Zeist

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.