• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Onderwijs-zorgarrangementen

Uitvoeringsniveaus van onderwijs-zorgarrangementen

Onderwijs-zorgarrangementen zijn er op verschillende niveaus:

  • Lokaal, regionaal en bovenregionaal
  • Voor een groep leerlingen of een individuele leerling
  • In combinatie met basis-, extra, of specialistische onderwijsondersteuning

De ondersteuningsbehoeften van leerlingen bepalen het uitvoeringsniveau.

Lokaal, regionaal, bovenregionaal

Bij lokale onderwijs-zorgarrangementen worden afspraken gemaakt tussen samenwerkingsverbanden, gemeenten, zorgverzekeraars en/of zorgkantoren over ondersteuning op school. Vaak maken scholen, wijkteams of jeugdhulpaanbieders zulke afspraken ook onderling. Dit kan op zowel individueel als groepsniveau. Dit is afhankelijk van de afspraken die gemaakt zijn tussen de gemeenten, samenwerkingsverbanden, zorgverzekeraars en zorgkantoren.

Regionale onderwijs-zorgarrangementen draaien om afspraken tussen meerdere samenwerkingsverbanden en/of gemeenten, zorgverzekeraars en/of zorgkantoren over ondersteuning die efficiënter is op regionaal niveau. Denk aan (tijdelijke) voorzieningen voor speciaal onderwijs, of onderwijs op een andere locatie zoals een zorginstelling. De rijksoverheid wil onderwijs op andere locaties dan op een school beter mogelijk maken. Hiertoe is nieuwe wetgeving in voorbereiding. Wanneer de eventueel nieuwe wetgeving in werking treed is nog niet bekend.  

Bovenregionale onderwijs-zorgarrangementen zijn voor leerlingen met zeer specifieke ondersteuningsbehoeften. Denk aan meervoudig beperkte kinderen, kinderen met ernstige gedragsproblematiek en een lichte verstandelijke beperking of jongeren in de verslavingszorg of een (gesloten) behandelsetting. Deze onderwijs-zorgarrangementen zijn meestal op groepsniveau en vaak langdurig van aard. Verschillende partijen, waaronder samenwerkingsverbanden, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren maken hierover afspraken.

Groeps- en individueel niveau

Onderwijs-zorgarrangementen zijn er op groepsniveau en voor individuele leerlingen. Dit is afhankelijk van de situatie. Eén kind met een specifieke ondersteuningsvraag wordt waarschijnlijk op individueel niveau ondersteund. Als er meerdere kinderen met een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte zijn, is een groepsarrangement mogelijk.

Intensiteit van ondersteuning

De arrangementen verschillen ook qua intensiteit. Zo kan de ondersteuning specialistisch en langdurig, of juist licht en kortdurend zijn. Grofweg bestaan er drie niveaus: ondersteuning in de basis, extra ondersteuning en specialistische ondersteuning.

Schoolondersteuningsprofiel

Samenwerkingsverbanden werken vaak met de termen basis en extra ondersteuning. Basisondersteuning is een pakket dat de school aanbiedt. Wat er precies in het pakket zit, staat in het schoolondersteuningsprofiel. Wanneer de basisondersteuning niet voldoende is, wordt extra ondersteuning ingezet. Het is dus afhankelijk van het schoolondersteuningsprofiel wat de basis en extra ondersteuning precies inhoudt. De samenwerkingsverbanden zorgen ervoor dat scholen binnen hun regio dezelfde kwaliteit basisondersteuning bieden.

Ondersteuning in de basis

Basisondersteuning vindt plaats in het regulier onderwijs en is gericht op het versterken van leerlingen en leerkrachten. Het samenwerkingsverband bepaalt waar de ondersteuning uit bestaat. Goed onderwijs en een goede ondersteuningsstructuur vormen de basis. Ook een veilig, sociaal en gestructureerd pedagogisch klimaat is van belang. Daarnaast moeten onderwijsprofessionals kunnen omgaan met verschillen, tijdig problemen bij kinderen signaleren en samenwerken met ouders. Ze worden bij voorkeur ondersteund door scholing en intervisie en werken samen met het voorliggend veld, bijvoorbeeld een schoolmaatschappelijk werker, jeugdgezondheidsmedewerker of een jeugdhulpmedewerker. Handelings- en oplossingsgericht werken zijn hierbij goede handvatten.

Voorbeelden van onderwijs-zorgarrangementen in de basisondersteuning zijn coaching door een jeugdhulpmedewerker in omgaan met opstandig gedrag, of schoolmaatschappelijk werk voor leerlingen met lichte psychosociale problematiek. Een ander voorbeeld is de Familieklas.

Aanvullende ondersteuning

Wanneer basisondersteuning niet voldoende blijkt, wordt extra ondersteuning ingezet. Dit gebeurt zowel in het regulier onderwijs, speciaal onderwijs als bovenschoolse voorzieningen. Deze aanvullende ondersteuning is intensiever. Voorbeelden hiervan zijn de Trajectvoorziening, of een specifiek coachingstraject door een jeugdhulpwerker aan een leerling en leerkracht.

Specialistische ondersteuning

Specialistische ondersteuning vindt veelal plaats in het speciaal onderwijs. Deze ondersteuning is gericht op leerlingen met een zware ondersteuningsbehoefte. Denk aan kinderen met een ernstige handicap, of kinderen met gecombineerde problematiek zoals een licht verstandelijke beperking en psychische problematiek. Vaak werken het speciaal onderwijs of de bovenschoolse voorziening samen met een jeugdhulpaanbieder die de dagbehandeling en/of gezinsondersteuning en/of woonvoorziening voor zijn rekening neemt. In deze arrangementen wordt afgestemd hoe en in welke vorm de leerling onderwijs ontvangt. Een voorbeeld hiervan is De Waag.

Ondersteuningspakket

Samen met het LECSO, de VOBC en VGN ontwikkelde het NJi een ondersteuningspakket voor professionals, beleidmakers en bestuurders. Hierin staan handvatten voor het inrichten van onderwijs-zorgarrangementen voor kinderen met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen.
Momenteel werkt het NJi aan uitbreiding van dit pakket voor alle onderwijs-zorgarrangementen. Heeft u vragen over de ontwikkeling van oza’s? Neem contact op met Vincent Fafieanie.

Continuïteit in ondersteuning

De intensiteit van onderwijs-zorgarrangementen wordt afgestemd op de behoeften van het kind. Hierbij geldt als uitgangspunt: zo dichtbij en licht mogelijk, en zo zwaar als nodig. Wanneer basisondersteuning niet voldoende blijkt, wordt er opgeschaald naar extra of specialistische ondersteuning. Bij afname van de problemen kan dit ook omgekeerd.

Periodieke evaluatie bepaalt de noodzaak tot op- en afschalen. Continuïteit bij een overgang van de ene school of voorziening naar de andere is hierbij belangrijk, waarbij de aandacht voor doorgaande onderwijs- en zorgtrajecten niet genoeg benadrukt kan worden. Elke overgang vormt een kans op afbreuk en discontinuïteit. Dat geldt ook wanneer onderwijs-zorgarrangementen niet als onderdeel van een traject worden gezien. Immers: wat geleerd is in de ene situatie, moet nog worden toegepast in een andere.

Vragen?

Joanne van den Eijnden is contactpersoon.

Foto Joanne van den Eijnden

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.