• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Onderwijs-zorgarrangementen

Bekostiging van een onderwijs-zorgarrangement

Onderwijs-zorgarrangementen hebben diverse financiers: onderwijs, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Elk vanuit een eigen, wettelijke verantwoordelijkheid. Grondslag voor de financiering is enerzijds onderwijsfinanciering en anderzijds een (medische) zorgindicatie vanuit de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor.

Bekostiging door Rijk en Samenwerkingsverband (SWV)

Scholen krijgen basisbekostiging vanuit het Rijk. Hiervan betalen ze de gemiddelde kosten van een reguliere leerling. Extra zorg ontstijgt deze bekostiging.

Dit stelt scholen vaak voor lastige kwesties, zoals wat is ‘zorg’ en wat ‘onderwijs’, en waar komen de verantwoordelijkheden en kosten terecht? Wat doet een school bijvoorbeeld met een kind dat moeilijk of niet in een groep functioneert? Wie betaalt de verpleegkundige ondersteuning, of de logopedist op scholen waar veel kinderen taalproblemen hebben?

Wanneer leerlingzorg buiten de basisondersteuning valt, komt het SWV-budget voor ‘zware ondersteuning’ beschikbaar. Sinds de invoering van Passend Onderwijs wordt dit naar rato van het aantal leerlingen verdeeld over de samenwerkingsverbanden. Deze bijstelling heet ‘verevening’. Voor sommige regio’s betekent het een budgettaire aanpassing: er is minder of juist meer geld dan voorheen. Voor de verevening geldt een overgangsregeling tussen 2015 en 2020.

Met het budget voor zware ondersteuning betalen samenwerkingsverbanden de kosten voor extra ondersteuning. Sommige SWV’s beheren dit extra budget niet zelf, maar dragen het direct over aan schoolbesturen. Samenwerkingsverbanden leggen in een ondersteuningsplan vast hoe zij het geld voor extra ondersteuning inzetten. Ze zijn hierbij vrij in het maken van hun eigen keuzes.

Samenwerkingsverbanden zetten hun ondersteuningsplannen vaak op de website. In de plannen staat onder andere:

  • Welke basisondersteuning de scholen bieden.
  • Wanneer wordt doorverwezen naar het speciaal onderwijs.
  • Hoe het beschikbare geld verdeeld is.

Leerlingen met extra ondersteuning kunnen eventueel regulier onderwijs volgen. Daartoe sluiten de school en het samenwerkingsverband een symbiose overeenkomst.

Bekostiging en inzet van extra handen in de klas

Uit het budget voor zware ondersteuning vragen scholen extra begeleiding aan, bijvoorbeeld ondersteuning door een ambulant begeleider (AB). Door hun kennis vanuit het speciaal onderwijs kunnen AB’ers kinderen binnen het regulier onderwijs begeleiden of inventariseren welke ondersteuning nodig is. De aanvraag loopt meestal via de zorgcoördinator en is van beperkte duur. Voor de aanvraag stelt de school een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op, waarin onder andere staat hoe een school extra ondersteuning inzet. Afspraken in het OPP zijn bijvoorbeeld de inzet van een ambulant begeleider voor een aantal uren in de week en/of het gebruik van pictogrammen om de dagstructuur voor leerlingen inzichtelijk te maken. Ook remedial teaching, bijles of ‘extra handen in de klas’ komen uit dit budget. Elke SWV kan dit op zijn eigen manier invullen.

Epilepsiescholen krijgen vanwege hun specifieke expertise nog steeds rechtstreekse bekostiging voor ambulante begeleiding. Deze zogenaamde ab-middelen zijn dus niet overgegaan naar de samenwerkingsverbanden. Voor ambulante begeleiding in het regulier onderwijs kunnen samenwerkingsverbanden terecht bij het Landelijk Werkverband Onderwijs en Epilepsie (LWOE).

Bekostiging van zware ondersteuning in het (voortgezet) speciaal onderwijs

Het budget voor zware ondersteuning bekostigt leerlingen in het (v)so. De bedragen liggen vast, en zijn verdeeld in de categorieën laag, midden en hoog:

  • Categorie ‘laag’ is ongeveer gelijk aan de huidige bekostiging voor zmlk (zeer moeilijk lerende kinderen) en lz (langdurig zieken) in clusters 3 en 4.
  • Categorie ‘midden’ is ongeveer gelijk aan de bekostiging voor lg (lichamelijk gehandicapt).
  • Categorie ‘hoog’ is ongeveer gelijk aan de huidige bekostiging voor mg (meervoudig gehandicapt).

Ondersteuning vanuit Jeugdwet, Wlz en Zorgverzekeringswet

Extra (medische) zorg of begeleiding valt soms ook onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, de zorgverzekeraar of het zorgkantoor. Het gaat dan vaak om zorg die zowel thuis als op school nodig is, zoals persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding. Deze extra ondersteuning komt vanuit:

  • De Jeugdwet (gemeente, wijkteam)
  • De Wet Langdurige Zorg (Wlz, zorgkantoor, via het CIZ)
  • De Zorgverzekeringswet (Zvw, zorgverzekeraar, via de huisarts)

Bij Zorg in Natura (ZIN, de zorgaanbieder bepaalt de ondersteuning) of Persoonsgebonden Budget (PGB, de hulpbehoevende koopt zelf zorg in) wordt een beschikking afgegeven. Voorwaarde is dat de extra zorg aantoonbaar nodig is, bijvoorbeeld door een diagnose van een bevoegd arts of pedagoog.

In het stroomschema ‘Zorg op school’ staat een compleet zorgoverzicht.

Stroomschema Zorg op school

Jeugdwet

De Jeugdwet stelt gemeenten verantwoordelijk voor de begeleiding en verzorging van kinderen die door verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke problemen niet zelfredzaam zijn. Uitzondering zijn kinderen met een Intensieve Kindzorg (IKZ) indicatie vanuit de Zorgverzekeringswet en kinderen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg. Gemeenten zijn nooit verantwoordelijk voor verpleging.

Ondersteuning op school vanuit de Jeugdwet

Zorg vanuit de Jeugdwet gaat meestal niet direct over onderwijs, maar wordt soms ook op school ingezet. Voorbeeld is de individuele begeleiding van kinderen met autisme of een verstandelijke beperking.

In het geval een leerling alleen onder toezicht functioneert, of hulpbehoevend is bij gedragsproblemen of communicatie, kan dit onder ‘begeleiding’ in de Jeugdwet vallen. Ook als een kind persoonlijke verzorging nodig heeft door bijvoorbeeld incontinentie, kan de gemeente bij een combinatie van begeleiding en verzorging (Jeugdwet en Zvw) verantwoordelijk zijn.

Als een leerling een PGB heeft, stemmen de ouders met school de zorginzet af. Duidelijkheid over de ondersteuning op school is belangrijk, aangezien het PGB wordt toegekend op basis van een zorgplan. Alleen hierin beschreven zorg mag vanuit het PGB worden ingekocht. 

Zorgverzekeringswet

De Zvw omvat zorg die samenhangt met lichamelijke problemen of een lichamelijke handicap. Binnen de Zvw wordt gesproken over ‘verzorging’, ‘begeleiding’ en ‘verpleging’. Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet.

Verzorging

Verzorging van jongeren tot 18 jaar draait vooral om het verbeteren van de zelfredzaamheid bij Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Denk aan wassen, aankleden, eten, drinken en medicatie innemen. De verzorging richt zich zowel op het overnemen als ondersteunen van deze activiteiten. Ook als een kind verpleging vanuit de Zvw krijgt, valt de functie ‘verzorging’ onder de Jeugdwet en dus de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Begeleiding

Begeleiding hangt samen met geneeskundige zorg. Het gaat dan bijvoorbeeld om het omgaan (van kind en gezin) met de ziekte van het kind, het verrichten van handelingen (beademing etc.) en de effecten hiervan op de ontwikkeling van het kind. Begeleiding die samenhangt met geneeskundige geldt als verpleging en valt daarom onder verpleging in de Zvw.

Intensieve Kindzorg

Een speciale groep binnen de Zorgverzekeringswet is de ‘Intensieve Kindzorg’. Dit is zorg voor kinderen met ernstige medische problemen of een beperking. Zorgverzekeraars zijn hier verantwoordelijk voor.
Intensieve Kindzorg behelst vaak een combinatie van ‘verpleging’, ‘verzorging’ en ‘begeleiding’. Deze zorg kan ook op school nodig zijn. De formele betekenis van Intensieve Kindzorg zoals het ministerie van SZW die hanteert is: ‘Kinderen die vanwege complexe lichamelijke problemen of een lichamelijke handicap zorg vanuit de Zorgverzekeringswet ontvangen en behoefte hebben aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid, in combinatie met specifieke verpleegkundige handelingen. De route voor toekenning loopt via de wijkverpleegkundige.’

Verpleging

Verpleging van kinderen valt in beginsel onder de Zorgverzekeringswet, zowel onder het IKZ-criterium als wanneer dat niet het geval is. Uitzondering is wanneer een kind toegelaten is tot de Wet langdurige zorg: dan bekostigd deze de verpleging.

Plichten en verantwoordelijkheden

Kinderverzorging valt onder de Jeugdwet, ook wanneer een kind verpleging uit de Zorgverzekeringswet krijgt. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. Het kan dus voorkomen dat een kind verpleging vanuit de Zvw krijgt, en verzorging vanuit de Jeugdwet.

Naast verpleging en de daarmee samenhangende persoonlijke verzorging, valt begeleiding tijdens het onderwijs voor kinderen met een IKZ-indicatie onder de Zvw. Ouders (PGB) of de verzekeraar/zorgaanbieder (ZIN) maken hier afspraken over met school. Steeds meer scholen werken met zorgverleners die de problematiek van de leerlingen goed kennen. Om het aantal zorgverleners te beperken, wordt de rust en structuur van de school bewaakt.

Wet langdurige zorg

Toelating tot de Wlz is mogelijk als een kind blijvend behoefte heeft aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid. Vaak gaat het om kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap. Bij (jonge) kinderen is een blijvende zorgbehoefte vaak lastig vast te stellen. Als de situatie van een kind verbeterd, is er na verloop van tijd soms geen blijvende behoefte aan Wlz-zorg meer.

Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) beoordeelt Wlz-aanvragen. Bij aanvullende zorg en/of ondersteuning die géén verband houdt met een beperking maar met opgroei- en opvoedproblematiek, kan een beroep worden gedaan op de Jeugdwet. De uitvoerder van de Wlz is het zorgkantoor.

Eerder werd het aantal schoolgaande uren van de Wlz-indicatie afgetrokken, nu is dit niet meer het geval. Daarom kan ook extra zorg op school vanuit het Wlz betaald worden. Dit kan vanuit ZIN of PGB.

Wanneer een kind een PGB vanuit de Wlz heeft, raadt belangenvereniging Per Saldo aan rekening te houden met de volgende zaken:

  • Toezicht op school accepteert het zorgkantoor alleen bij ingrijpen om lichamelijke problemen te voorkomen of bij gedragsproblemen die storend voor andere kinderen zijn. Denk aan toezicht bij ‘vrije’ of praktijklessen, zoals schoolzwemmen, schoolgym of spelen.
  • De school is verantwoordelijk voor de overige begeleiding die ervoor zorgt dat het kind het onderwijs naar behoren volgt en voldoende begeleiding krijgt bij het leren van vaardigheden en het uitvoeren van schooltaken.
  • Ook begeleiding buiten schooltijd, bijvoorbeeld bij het plannen van huiswerk en het structureren van de dag/week, wordt vergoed uit de Wlz als de school dit niet kan regelen.

EMB

Een speciale categorie die financiering op groepsniveau krijgt zijn leerlingen met een ernstige meervoudige beperking (EMB). Het steunpunt Passend Onderwijs classificeert EMB-leerlingen als jongeren met:

  • A) Een laag ontwikkelingsperspectief door een ernstige verstandelijke beperking (IQ < 35), vaak in combinatie met lastig te ‘lezen’ gedrag en ernstige sensomotorische problematiek (ontbreken van spraak, bijna niet kunnen zitten/staan etc.).
  • B) Een matige tot lichte verstandelijke beperking (IQ tussen 35 en 70) en een grote zorgvraag door ernstige en complexe lichamelijke beperkingen.
  • C) Een matige tot lichte verstandelijke beperking (IQ tussen 35 en 70) in combinatie met moeilijk te reguleren gedragsproblematiek door ernstige psychiatrische stoornissen.

Deze jongeren hebben 24 uur per dag ondersteuning en begeleiding nodig. Meer dan een school kan bieden. Via een landelijke regeling kunnen scholen in het (v)so bijzondere bekostiging voor deze leerlingen aanvragen. Zo hoeven ze niet meer per individuele leerling een verzoek bij de samenwerkingsverbanden in te dienen. Deze regeling geldt uitsluitend voor EMB-leerlingen uit categorie A:

  • ‘Leerlingen met een combinatie van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is. De leerling stond op 1 oktober 2014 ingeschreven op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en ontvangt bekostiging categorie 3 (hoog) vanuit het Samenwerkingsverband.’

Ook scholen met EMB-leerlingen uit categorie B en C kunnen extra middelen aanvragen bij het samenwerkingsverband. Dit moet echter per individuele leerling.

Vragen?

Joanne van den Eijnden is contactpersoon.

Foto Joanne van den Eijnden

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.