• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Onderwijs-zorgarrangementen

Arrangeren per groep en individueel

Gemeenten en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs (en in sommige gevallen ook zorgverzekeraars en zorgkantoren) zijn samen verantwoordelijk voor het financieel rond krijgen van een onderwijs-zorgarrangement. Ze bepalen of een onderwijs-zorgarrangement tot stand komt, voor welke doelgroep en in welke vorm.

Arrangeren individueel

Zorg voor een leerling wordt bekostigd op basis van daadwerkelijk geleverde zorg. Logisch, maar in de praktijk lastig. Zorg is immers maatwerk, en vaak verandert de zorgbehoefte mettertijd. Dit bemoeilijkt het aangaan van langdurige allianties. Bovendien maakt de maatwerkaanpak het lastig om iets voor een bepaalde groep te organiseren, bijvoorbeeld álle kinderen met autisme. Het is immers niet zeker hoeveel leerlingen op een gegeven moment ondersteuning nodig hebben. En zorg inkopen op basis van een schatting kan niet: de zorg moet daadwerkelijk geleverd worden.

Het is belangrijk dat scholen met ouders in gesprek gaan over de ondersteuningsbehoefte. Gemeenten voeren inkoopgesprekken over de Jeugdwet vaak in de periode voorafgaand aan het nieuwe schooljaar. Tijdig duidelijkheid is dus van belang. Zorg wordt toegekend op basis van zorgvraag; het is lastig om een deel van het budget opeens anders in te zetten, bijvoorbeeld op school in plaats van thuis. Dat levert een gat in de zorgbegroting van de leerling op. Wel is gedurende het schooljaar een nieuw gesprek met de gemeente, het zorgkantoor of de verzekeraar mogelijk.

Voor alle duidelijkheid: ondersteuning vanuit de Jeugdwet, Zvw en Wlz voorziet in de voorliggende zorgvraag van de leerling. Deze budgetten mogen niet worden ingezet voor onderwijs. Geld hiervoor komt immers al uit de Rijksbegroting, en extra ondersteuning vanuit het SWV. Grote vraag is dus wat onderwijs is, en wat zorg.

Een leerling kan bijvoorbeeld moeite hebben met structureren en daardoor met lesstof verwerken. Dit uit zich in agressief gedrag. Het kanaliseren hiervan, leren omgaan met frustratie en oog hebben voor de omgeving wordt vanuit de jeugdhulp-begeleiding ondersteund. Aan de andere kant is helpen met structuur aanbrengen normaliter een taak voor de leerkracht. Soms is echter extra inzet en specifieke kennis vereist, bijvoorbeeld bij leerlingen met autisme of AD(H)D. Meer één-op-één aandacht door een jeugdhulpprofessional kan helpen. Klassen verkleinen om individuele leerlingen meer aandacht te geven komt daarentegen uit de schoolbekostiging. De onderwijsdoelen worden op school beschreven, de zorgdoelen in het zorgplan.

Arrangeren per groep

Oza's op (boven-)regionaal niveau vragen aparte aandacht. Hier zijn namelijk veel partijen (meerdere gemeenten en samenwerkingsverbanden, zorgverzekeraars en zorgkantoren) betrokken bij de financiering. Voor scholen die deze arrangementen aanbieden is het zeer omslachtig om alles met alle partijen af te stemmen. Dus biedt deze oza-vorm, zeker nu het zorgstelstel flink verandert, niet altijd de zekerheid van (financiële) continuïteit. Dit probleem wordt door financiers steeds meer erkend. Er zijn verschillende initiatieven om de financieringswijze van oza's te vereenvoudigen. Om hier vanuit school of SWV het gesprek over aan te gaan, zijn de volgende stappen van belang:

  1. Inventariseer de ondersteuningsbehoeften van de kinderen/jongeren.
  2. Maak duidelijk welk financieringskader van toepassing is, en of er sprake is van Jeugdwet, Wlz of SWV.
  3. Bepaal wie de grootste financier is c.q. vertegenwoordiger.
  4. Bespreek met hen hoe de financiering vereenvoudigd kan worden.
  5. Betrek de ouders.

Bundelen van individuele budgetten

Soms krijgt een groep leerlingen tegelijk zorg. Denk aan onderwijs-zorggroepen, structuur- of auti-klassen (klassen voor kinderen met autisme). Extra ondersteuning kan plaatsvinden op een reguliere school in een reguliere klas, maar ook in een speciale klas op een reguliere school. Zo bepalen scholen zelf de mate van integratie: leerlingen volgen een deel van hun onderwijs in een aparte groep en een deel in de reguliere klas. Andere onderwijsvormen zijn de structuur- en trajectklas. Ook remedial teaching, huiswerkbegeleiding en sociale vaardigheidstraining vallen onder de extra onderwijsondersteuning.

Bij zorg vanuit de Jeugdwet worden individuele leerlingbudgetten gebundeld voor groepsbegeleiding. Het lastige is dat het budget leerlinggebonden blijft. Als een leerling dus naar een andere groep gaat of niet meer mee doet, valt een deel van groepsbegroting weg. Ook moet de school jaarlijks bepalen welke leerlingen in een groep komen en moeten ouders voor deze leerlingen financiering regelen. In sommige gevallen komt men met de gemeente een arrangementsfinanciering overeen.

Bij de hierboven genoemde ondersteuningsvormen is de leerling ingeschreven op een reguliere school. Het schoolbestuur is dus verantwoordelijk voor passend onderwijs. De school kan op diverse manieren ondersteuning bieden, bijvoorbeeld met kleinere klassen, een vaste groepsleerkracht of specialisten uit het speciaal onderwijs. Voor leerlingen die deze ondersteuningsvormen krijgen, wordt veelal een ontwikkelingsperspectief (OPP) opgesteld.

Ook voor leerlingen met een visuele, auditieve of communicatieve handicap kan de school een arrangement ontwikkelen, bijvoorbeeld met extra begeleiding vanuit cluster 1 of 2. Daarnaast kunnen leerlingen als onderdeel van het arrangement een aantal lessen volgen op een school voor voortgezet onderwijs cluster 1 en 2. Lessen in het (v)so tellen dan ook mee voor de onderwijstijd. Afspraken over dergelijke gecombineerde arrangementen worden vastgelegd in het OPP.

Andersom kan ook. Symbiose onderwijs houdt in dat een leerling ingeschreven staat voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, maar gedeeltelijk lessen volgt in het reguliere basisonderwijs, het voortgezet onderwijs of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs. Scholen sluiten hiervoor een symbioseovereenkomst. Door de invoering van passend onderwijs zijn er meer mogelijkheden om maatwerkarrangementen met symbiose af te spreken.

De belangrijkste aandachtspunten op een rij

De handreiking Continuïteit van onderwijs-zorgarrangementen in het speciaal onderwijs zet de belangrijkste aandachtspunten op een rij. Het document is vooral bedoeld om het gesprek tussen gemeenten en samenwerkingsverbanden en hun jeugdhulppartners op gang te brengen. De handreiking helpt bij het maken van inhoudelijke en financiële keuzes. Het is geschreven voor het speciaal onderwijs, maar de principes gelden ook voor het regulier onderwijs.

Vragen?

Joanne van den Eijnden is contactpersoon.

Foto Joanne van den Eijnden

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.