Kinderopvang

Structurele kwaliteit

Niet alleen de pedagogisch medewerkers bepalen de kwaliteit van de kinderopvang. Ook de structurele opvangkenmerken hebben grote invloed. Het gaat daarbij om de randvoorwaarden; wet en regelgeving op basis waarvan de kinderopvangorganisatie beleid maakt en vormgeeft, samenstelling van de groepen, locatie en inrichting.

Kwaliteit op peil houden betekent permanente scholing van pedagogisch medewerkers. Bij voorkeur via leren op de werkplek, zoals coaching op de groep. Dit houdt in dat beroepskrachten de gelegenheid krijgen om met elkaar hun werk te bespreken en van elkaar te leren. Reflectie op eigen werk – ook op fouten daarin – en feedback geven en ontvangen in een open en veilige sfeer zijn hiermee onlosmakelijk verbonden.

Pedagogisch beleid

Een helder en door het team onderschreven pedagogisch beleidsplan draagt bij aan de structurele kwaliteit. Het zorgt ervoor dat de pedagogisch medewerkers weten wat er van hen verwacht wordt en hoe ze alle kinderen en ouders dienen te benaderen. Ongeacht hun achtergrond, cultuur of uiterlijke kenmerken.

Ruimte, inrichting en materialen

Voldoende ruimte binnen en buiten, geschikt meubilair en gevarieerde spelmaterialen zijn allemaal van invloed op een positieve ontwikkeling van kinderen.

Programma

Een opvanglocatie werkt vaak met een dagprogramma met afwisseling van activiteit en rust en met voldoende mogelijkheden voor eten, drinken en slapen. In de diverse programmaonderdelen wordt gewerkt aan het realiseren van pedagogische doelen uit het beleid. Een doelgericht programma geeft houvast aan de pedagogisch medewerkers. Voor kinderen bieden de terugkerende programmaonderdelen steun en voorspelbaarheid. Dit draagt bij aan hun gevoel van veiligheid. Tijdens de activiteiten wordt aan hun persoonlijke en sociale competenties gewerkt. Door de 'sociale spelregels' in de groep vindt overdracht van normen en waarden plaats.

Groepssamenstelling

Kinderen leren veel door in een groep te functioneren. Ze doen elkaar en de pedagogisch medewerkers na, krijgen te maken met conflicten en leren veel over sociaal gedrag. De groepssamenstelling oefent grote invloed uit op de groepsprocessen.

In kleinere groepen, in groepen met oudere kinderen en in groepen waar de kinderen al langer komen, is meer samenhang en heerst een meer positieve en levendige sfeer (Aarts, 2017). Voldoende pedagogisch medewerkers, niet te grote groepen, een vaste kern van kinderen in de groep en vertrouwde pedagogisch medewerkers: dit zijn de belangrijkste kwaliteitseisen voor de groepssamenstelling in de kinderopvang.

Dat is voor alle kinderen van belang, maar geldt nog meer voor baby's. Om zich goed te kunnen ontwikkelen, hebben baby's niet alleen adequate verzorging en een hygiënische omgeving nodig, maar ook iemand die tijdig op ze reageert en aanvoelt wat ze nodig hebben.

Vaste groepen zijn vaak lastig te realiseren, omdat niet alle kinderen op dezelfde dagen naar de opvang komen. Toch is dat wel vertrouwder en veiliger voor een kind. Ook leiden vaste groepen tot intensiever spelen en meer vriendschappen in de groep (Kwok en Schreuder 2010). Als kinderen ouder worden, wordt het aspect van vrienden (maken) steeds belangrijker.

Groepsgrootte

Een kleine groep is voor kinderen overzichtelijker, met meer aandacht voor elk individueel kind. Daarom worden er maxima gesteld aan de groepsgrootte.

In 2019 is de BKR, Beroepskracht-Kindratio opnieuw vastgesteld. Hoeveel pedagogisch medewerkers er minimaal ingezet dienen te worden is te bereken met behulp van de rekentool BKR in de kinderopvang, een rekentool van de Rijksoverheid.

Groepssfeer

Onder groepssfeer vallen zaken als algemene sfeer, onderlinge relaties, onderlinge communicatie, rollen die de kinderen op zich nemen en samenhang in de groep. Door als pedagogisch medewerker op dit soort zaken te sturen. krijgen kinderen betere kansen om zich te ontwikkelen. Lees voor meer informatie Werken met groepen.

Meer informatie

  • Aarts, M. C. (2017). Group functioning in child care centers. Nijmegen: Radboud Universiteit.

  • Kwok, S., en E. T. Schreuder (2010), Fijn je weer te zien: stabiele groepen in kinderdagverblijven. Amsterdam: SWP.

  • Liempd, I. van (2018) Exploring childcare spaces : Young children's exploration of the indoor play space in center-based childcare. Utrecht University.
Vragen?

Els Geeris is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies