Jeugdreclassering

Wat je ook moet weten over de jeugdreclassering

Inzet jeugdreclassering

De jeugdreclasseringsmaatregelen hangen nauw samen met de fasen van het strafproces en de stappen die daarin gezet worden:

  1. opsporing
  2. aanhouding
  3. in verzekeringstelling
  4. in bewaringstelling
  5. rechtszitting
  6. ten uitvoerlegging straf
  7. nazorg

In elke fase van het strafproces kan jeugdreclassering ingezet worden. Dit gebeurt soms als enige strafrechtelijke stap en soms als onderdeel van een pakket aan maatregelen. Jeugdreclassering wordt vrijwel altijd ingezet op verzoek van en/of na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming in samenspraak met de Officier van Justitie (Openbaar Ministerie). De jeugdreclasseringswerker rapporteert altijd terug naar de Raad voor de Kinderbescherming en eventueel naar het Openbaar Ministerie en/of de rechtbank. 

Verklaring Omtrent het Gedrag

Soms is het voor een baan of stage nodig een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan te vragen. Als de jeugdige eerder een strafbaar feit heeft gepleegd, kan dit voor een baan of stage een probleem zijn, maar dit is niet altijd het geval. Als je een aanvraag voor een VOG indient, kijkt Justis eerst of er binnen de zogenaamde ‘terugkijktermijn’ sprake is van een relevant strafbaar feit. Voor jongeren tot 23 jaar geldt een terugkijktermijn van 2 jaar, behalve als er sprake is van zedendelicten of zware geweldsdelicten. Vervolgens kijkt Justis of de strafbare feiten van belang zijn voor de functie of het doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Voor meer informatie over de VOG, zie de website van screeningsautoriteit Justis. Bekijk deze pagina voor informatie over de terugkijktermijnen.  

Het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ)

Het LIJ helpt professionals in de jeugdstrafrechtketen bij het op een gestructureerde wijze verzamelen en analyseren van informatie over de jeugdige en zijn leefomgeving. Deze informatie is helpend bij het nemen van gefundeerde besluiten over het vervolgtraject.

Het LIJ genereert de volgende uitkomsten:

  • Het Algemeen Recidive Risico (ARR): het risico op herhaling van crimineel gedrag;
  • Het Dynamisch Risico Profiel (DRP): de mate waarin dynamische risicofactoren bijdragen aan een grotere kans op recidive. Het DRP geeft o.a. een overzicht van risico- en beschermende factoren op tien domeinen: school, werk, gezin, vrije tijd, relaties, alcohol- en drugsgebruik en gokken, geestelijke gezondheid, attitude, agressie en vaardigheden;
  • Zorgsignalen: psychosociale of psychische problemen die soms niet of nauwelijks met delictgedrag of de kans op recidive te maken hebben, maar waarvoor een jeugdige eventueel wel behandeling en/of bescherming nodig heeft;
  • Passende (gedrags)interventies: door de Erkenningscommissie Justitiële Interventies erkende interventies die passen bij het recidiverisico en het dynamische risicoprofiel van de jongere. Daarbij wordt ook gekeken naar responsiviteit, de motivatie/motiveerbaarheid, leerstijl en (on)mogelijkheden van de jeugdige en zijn omgeving om aan een bepaalde interventie deel te nemen. Het gaat om de mate waarin een jeugdige (en de omgeving) in staat is van de interventie te profiteren. Zie voor erkende interventies justitieleinterventies.nl of de databank effectieve jeugdinterventies van het NJi.  

Op deze pagina vind je een introductiefilmpje en een filmpje waarin het LIJ nader wordt toegelicht.

Vragen?

Brigit Rijbroek is contactpersoon.

Foto Brigit  Rijbroek

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies