• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Jeugdbescherming

Drang of preventieve jeugdbescherming

Om kinderen te beschermen zijn er formele jeugdbeschermingsmaatregelen als ondertoezichtstelling en voogdij. Deze hulp wordt alleen ingezet na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en een uitspraak van de rechter. We spreken in dat geval ook wel over ‘gedwongen hulpverlening’.

Vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Naast deze formele jeugdbescherming, wordt de expertise van de gecertificeerde instellingen steeds meer in vrijwillig kader ingezet. Ook dan is het doel kinderen te beschermen, maar daarbij een maatregel zo veel mogelijk te voorkomen. De begeleiding is niet vrijblijvend, omdat het uitgangspunt is dat daar waar kinderen bedreigd worden in hun ontwikkeling of hun veiligheid in het geding is, dit omgebogen moet worden. Daarom wordt hiervoor in de praktijk vaak de term 'drang' gebruikt. De term is ongelukkig gekozen: het leidt tot misverstanden en het onterecht en op een niet toegestane manier onder druk zetten van ouders. Omdat de term vaak gebruikt wordt, hanteren we het hier toch.

Drang kent verschillende verschijningsvormen. Kenmerkend is dat aan de toepassing van drang geen onderzoek of uitspraak van een rechter vooraf is gegaan. Er zijn echter wel voorwaarden voor ouders aan verbonden omdat geboden hulp niet vrijblijvend is. Vaak is drang de laatste kans om een jeugdbeschermingsmaatregel te voorkomen. Professionals spreken daarom ook wel ‘preventieve jeugdbescherming’.

Geen wettelijke verplichting

Drang of preventieve jeugdbescherming bestaat wettelijk gezien niet als hulpverleningsvariant. Dat brengt als probleem met zich mee dat rechtsbescherming ontbreekt. Dit is soms lastig uit te leggen aan betrokkenen. Het traject is immers niet vrijblijvend, maar als hulpverlener heb je geen wettelijke grond om opvoeders ergens aan te houden. Nadere onderbouwing van het begrip drang is dus belangrijk. Hieronder worden enkele kenmerken en ontwikkelingen genoemd.

Drang als onderdeel van professioneel handelen

Drang kan worden opgevat als een attitude of houding die past bij correct professioneel handelen. Een professional die ziet dat een kind niet veilig is of zich slecht ontwikkelt, is vanwege zijn functie genoodzaakt actie te ondernemen in het belang van het kind. Dat geldt zeker wanneer opvoeders problemen onvoldoende erkennen, of zelf niet de juiste stappen zetten. De betrokken professional komt in dat geval op voor de belangen van het kind door uitleg te geven over normen waaraan de opvoeding moet voldoen. De eigen regie en verantwoordelijkheid van opvoeders staat daarbij centraal. Professionals zullen altijd eerst zoeken naar oplossingen door middel van samenwerking, ondersteuning of begeleiding van ouders.

Verschil drang en intimidatie

Professionals kunnen hun autoriteit gebruiken om aan te dringen op verandering. Door opvoeders kan dit als drang ervaren worden. Het aanspreken van opvoeders op hun verantwoordelijkheden is, mits correct uitgeoefend, professioneel handelen. Als de druk echter uitgeoefend wordt op andere gronden dan de professionaliteit vanuit het belang van het kind, dan is er sprake van intimidatie.

Wie kan drang toepassen?

Drang is niet voorbehouden aan een bepaalde beroepsgroep, een fase van hulpverlening of het kader van de hulp (gedwongen of vrijwillig). Het beschermen van kinderen valt onder de verantwoordelijkheid van elke jeugdprofessional. Drang, beschouwd als attitude binnen professioneel handelen, kan worden toegepast door elke professional die met kinderen of ouders werkt. Dat geldt dus bijvoorbeeld voor de leerkracht, arts, wijkteammedewerker, raadsonderzoeker, medewerker van Veilig Thuis of de gezinsvoogd. Ieder past drang toe vanuit zijn eigen beroep en de professionele standaard (richtlijn) die daarbij hoort. Bij twijfel over een specifieke situatie kan Veilig Thuis adviseren.

Basishouding: respectvol en vasthoudend

Uit zowel wetenschap als praktijk blijkt dat een respectvolle, maar vasthoudende houding het meest effectief is. In veel gevallen blijkt aanvankelijke weerstand omgebogen te kunnen worden tot samenwerking met ouders en jeugdige. Er ontstaat bereidheid om inzet van jeugdhulp te accepteren. Deze positieve houding en een aanpak gericht op samenwerking blijkt ook succesvol binnen een maatregel van kinderbescherming of jeugdreclassering. De meeste gecertificeerde instellingen werken vanuit deze uitgangspunten. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op www.nieuwejeugdbescherming.nl.

Drang en de nieuwe jeugdbescherming

Drang als attitude voor alle professionals

Bij het toepassen van drang is van belang dat dit past binnen correct professioneel handelen en dat er een positieve basishouding is ten opzichte van opvoeders, kinderen en hun netwerk. Deze voorwaarden vormen niet alleen binnen de jeugdbescherming een goede manier om met gezinnen te werken. Ook binnen het vrijwillig kader is professioneel handelen en een positieve basishouding belangrijk. Daarom kunnen ook bijvoorbeeld leerkrachten, artsen en wijkteammedewerkers op deze manier drang uitoefenen.

Specialistische drang-trajecten als preventieve jeugdbescherming

Het werken met gezinnen met complexe of langdurige problematiek rond de veiligheid van kinderen is een specialisme. Als er sprake is van ernstige veiligheidsproblemen en als drang niet alleen vanuit de correcte attitude, maar ook als methode of traject wordt ingezet ter preventie van een maatregel van jeugdbescherming, dan vraagt dit om inzet van professionals met specifieke kennis en vaardigheden. Dergelijk drang-trajecten zijn vaak een laatste poging om een jeugdbeschermingsmaatregel te voorkomen.

In het kader van het programma Nieuwe Jeugdbescherming hebben Samen Veilig Midden Nederland en Regiecentrum Bescherming en Veiligheid (Friesland) een uitgebreide handreiking gemaakt voor jeugdbeschermers die in vrijwillig kader gezinnen begeleiden op verzoek van lokale teams, genaamd Save Begeleiding. Lees hier meer over in Samen werken aan jeugdbescherming

De hierboven genoemde ontwikkelingen zijn ontleend aan een notitie opgesteld in 2014 door een werkgroep waarin vertegenwoordigd waren: Ouderkracht voor het Kind, Jeugdzorg Nederland, VNG, de toenmalige Bureaus Jeugdzorg Amsterdam, Utrecht en Rotterdam, de Raad voor de Kinderbescherming, een onderwijsjurist en een familie/jeugdrechtadvocaat.
Vragen?

Harry van den Bosch is contactpersoon.

Foto Harry van den  Bosch

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.