• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

Innovatiecentrum Amsterdam: 15 uur voorschoolse educatie voor alle peuters

Sinds begin 2018 kunnen álle kinderen tussen 2,5 en 4 jaar gebruikmaken van 15 uur voorschoolse educatie per week in de gemeente Amsterdam. Dit is ongeacht of het kind wel of geen vve-indicatie heeft en wordt ook wel ‘ontwikkelrecht’ voor alle peuters genoemd.

Het idee is dat dit wekelijkse aanbod van 15 uur voorschoolse educatie leidt tot een groter bereik van peuters. Tevens leidt het tot stabielere en meer gemengde groepen voor wat betreft de samenstelling van doelgroep- en niet doelgroepkinderen. Men verwacht dat hierdoor alle 2,5- tot 4-jarigen zich beter ontwikkelen.

Stabielere peutergroepen gunstig 

De maatregel moet leiden tot stabielere peutergroepen in de opvanglocaties. Men verwacht dat er verschillende modellen in de verdeling van de 15 uur over de week ontstaan. Dit met daarbij een aanbod van vaste dagdelen (stabiele groepen) en peutergroepen zonder vaste dagdelen.

Van de stabiele groepen verwacht men dat dit gunstig is voor de emotionele veiligheid van peuters. En dat er makkelijker vriendschappen ontstaan. Een vaste peutergroep met dezelfde kinderen moet bovendien zorgen voor meer tijd per kind en minder werkdruk voor de pedagogisch medewerkers (pm’ers).

Meer contact tussen kinderen met een diverse achtergrond

Verder verwacht men dat het nieuwe beleid bijdraagt aan meer gemengde peutergroepen. De gangbare praktijk was dat kinderen van werkende hoogopgeleide ouders vooral naar de kinderopvang gingen. Kinderen van minder hoogopgeleide ouders gingen naar de peuterspeelzalen en voorscholen. Deze praktijk wordt, mede door de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen/voorscholen, door de maatregel doorbroken. In gemengde groepen kunnen kinderen met verschillende sociaal-culturele achtergronden elkaar ontmoeten. Daarnaast kunnen kinderen met een taalachterstand zich optrekken aan meer taalvaardige leeftijdgenootjes.

Het onderzoek

De onderzoekers gaan na of er verschillen zijn tussen stabiele peutergroepen en minder stabiele peutergroepen in dagindeling, organisatie van de groepen, de kwaliteit van het aanbod en de werkdruk van pm'ers. Daarnaast worden de gevolgen van de maatregel in kaart gebracht in termen van bedoelde en onbedoelde effecten of ontwikkelingen. Een bedoeld effect is menging op het niveau van de peutergroepen. Een voorbeeld van een onbedoelde ontwikkeling is terugloop in bereik van doelgroepkinderen met voorschoolse educatie.

Contactpersonen

Innovatiecentrum Amsterdam: Jantien Aalbregtse (J.Aalbregtse@amsterdam.nl) en Ralph Rusconi (R.Rusconi@amsterdam.nl) Onderzoeksconsortium:  Mirjam Gevers (mgevers@kohnstamm.uva.nl), Anna Heurter (aheurter@kohnstamm.uva.nl), Annemiek Veen (aveen@kohnstamm.uva.nl).

Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.