• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Implementatie

Confrontatiematrix

Wanneer je scherper wilt krijgen welke belemmerende en bevorderende factoren een rol spelen bij de verandering, kan de Confrontatiematrix gebruikt worden om hier meer zicht op te krijgen. De matrix biedt een overzicht met de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen van een organisatie. De methode is een aanvulling op de SWOT-analyse (Sterkte-zwakte analyse).

Doel

Het doel van deze methode is een het maken van een weloverwogen overzicht met strategische opties voor een organisatie, die als basis dienen voor strategiebepaling.

Toepassing

De matrix is een geschikt middel wanneer een organisatie zijn strategie wil bepalen op basis van kansen en bedreigingen op de markt en op sterkten en zwakten van de organisatie. Het gebruik van een confrontatiematrix kan ervoor zorgen dat de concurrentiepositie die een organisatie of onderneming heeft beter benut wordt. Door het verbeteren van de concurrentiepositie kan de organisatie effectiever zijn of meer winst maken.

Opzet van de verandermethode

In de Confrontatiematrix worden de sterke en zwakke kanten van een organisatie in verband gebracht met de externe kansen en bedreigingen. Een externe kans kan teniet worden gedaan door een externe bedreiging of een bedreiging nog eens versterkt door een zwakke kant van de organisatie. Het stappenplan voor het maken van een confrontatiematrix ziet er als volgt uit.

Stap 1:
Alle sterke en zwakke kanten van een organisatie worden achter elkaar gezet en krijgen een opeenvolgend cijfer. Deze worden op de horizontale as van het schema geplaatst.

Stap 2:
Alle kansen en bedreigingen worden achter elkaar gezet en krijgen een opeenvolgende letter. Deze worden op de verticale as van het schema geplaatst.

Er ontstaan vier kwadranten in het schema:

  1. Kansen versus sterkten
  2. Kansen versus zwakten
  3. Bedreigingen versus sterkten
  4. Bedreigingen versus zwakten

Stap 3:
Op ieder raakvlak wordt gescoord. Wanneer er een raakvlak is tussen een sterke kant van de organisatie en een externe kans, dan wordt dit gescoord met een + (positief) of ++ (zeer positief). In kwadrant vier worden zwakten die een verband hebben met een bepaalde bedreiging gewaardeerd met een – (negatief) of -- (zeer negatief). In de twee andere kwadranten worden verbanden tussen kansen en zwakten gewaardeerd met +* (vereist aandacht) of ++* (vereist onmiddellijke aandacht) en tussen bedreigingen en sterkten met een -* (vereist aandacht) of met --* (vereist onmiddellijke aandacht).

Literatuur

  • Droste, H., en M. Harlaar (2006), ‘Business Planning’. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Meer informatie

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.