• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Implementatie

Bouwstenen-methode

Wanneer je verschillende activiteiten wil inzetten om de verandering door te voeren (in dit geval gericht op interventies), biedt de Bouwstenen-methode ondersteuning om op basis van bestaande kennis een interventie systematisch verder te ontwikkelen.

Doel

Het doel is om in de jeugdzorg effectieve interventies verder te ontwikkelen, en wetenschappelijke en praktijkkennis systematisch te benutten.

Toepassing

De methode wordt toegepast bij de implementatie en kwaliteitsbewaking van een nieuwe of vernieuwde interventie in de jeugdzorg. Deze methode kan gebruikt worden om draagvlak te krijgen bij beroepskrachten voor een nieuwe interventie in de jeugdzorg. De interventie moet erkend zijn of erkend worden door twee erkenningscommissies. Een erkenning kan zijn: 'goed onderbouw', 'effectief volgens eerste aanwijzingen', 'effectief volgens goede aanwijzingen' of 'effectief volgens sterke aanwijzingen'.

Opzet van de verandermethode

De Bouwstenen-methode is gebaseerd op ‘kennisintensief werken’. Kennisintensief werken gaat er vanuit dat zowel het implementatieproces van een product, als de uitvoering daarvan altijd leidt tot aanvullende impliciete kennis van medewerkers. Kennisintensief werken is erop gericht deze impliciete kennis te benutten. Uitvoerend werkers worden gezien als experts. Vanuit hun positie kunnen zij signaleren waar aanpassingen nodig zijn. Zo’n signaal wordt in deze methode een ‘bouwsteen’ genoemd. De ‘bouwstenen’ vormen de basis voor de doorontwikkeling en verbetering van een interventie. Uitvoerende werkers worden aangemoedigd aanpassingen zo veel mogelijk zelf te bedenken en door te voeren.

De aanpak bestaat uit de volgende drie onderdelen:

1. De startversie
De startversie van de interventie wordt beschreven. Deze is ‘goed onderbouwd’ en voldoet aan de eisen die de Erkenningscommissie Interventies van het Nederlands Jeugdinstituut hiervoor stelt.

2. Integere toepassing van de startversie bewaken
Uitvoerend medewerkers en het middenkader management worden getraind in het modelgetrouw uitvoeren van de interventie. Daarnaast worden met behulp van casuïstiekrondes nieuwe signalen (bouwstenen) geïdentificeerd die aanpassing van de interventie wenselijk achten. De bouwstenen worden getoetst aan de theoretische uitgangspunten van de interventie en doorgegeven aan het ontwikkelingsoverleg. Dit is een maandelijks overleg van alle teamleiders, gedragsdeskundigen en de betrokken medewerkers. Tijdens het ontwikkelingsoverleg wordt bepaald wat er met de bouwsteen gebeurt. Men kiest al dan niet voor een nieuw experiment met een toetsing van de nieuwe bouwsteen. Wanneer besloten is om de bouwsteen in te voeren, worden afspraken gemaakt over de implementatie hiervan. Zo wordt de toepassing en integriteit van de nieuwe methode gewaarborgd.

3. Situaties in teams volgen
Via eenvoudige nul-, tussen- en eindmetingen wordt het volgende gemeten: het functioneren van het team, de werkervaring, de kwaliteit van de begeleiding van het methodisch handelen door de teamleider en gedragskundige en het draagvlak voor het werken met de Bouwstenen-methode.

Vier typen bouwstenen
Er bestaan vier typen bouwstenen: treffers, missers, vondsten en knelpunten. Een treffer is een aanwijzing dat de interventiebeschrijving goed heeft gewerkt. Een misser daarentegen is een aanwijzing dat de interventiebeschrijving niet goed heeft gewerkt. Treffers en missers gaan altijd over zaken die al in de startversie van de interventie staan vermeld. Een vondst wijst op een mogelijk geschikt onderdeel ter aanvulling van de interventiebeschrijving. Een knelpunt is een probleem of vraag waar de interventiebeschrijving niets over zegt. Vondsten en knelpunten gaan altijd over zaken die niet in de startversie van de interventie staan vermeld.

Ontwikkeld door

De methode is in 2004 ontwikkeld door het Adviesbureau Van Montfoort.

Literatuur

  • Vogelvang, B., en B. Vermeiden (2008), ‘De verdere ontwikkeling van de hulpverlening: de bouwstenenmethode’, in: T. van Yperen en J.W. Veerman (red.), ‘Zicht op Effectiviteit. Handboek voor praktijkgestuurd effectonderzoek in de jeugdzorg’ (p. 123-137). Delft: Eburon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.