• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Radicalisering

Jeugdhulp

Van de Nederlandse Syriëgangers heeft 60 procent psychosociale problemen. Dit blijkt uit onderzoek van Anton Weenink (Weenink, 2015). Deze problemen deden zich vaak al lang voor hun vertrek voor. Minstens 20 procent heeft ernstige gedragsproblemen of een psychiatrische problemen, zoals schizofrenie, autisme of een psychose. Daarom is het belangrijk dat  jeugdhulp hen zo vroeg mogelijk in beeld heeft en de juiste hulp biedt.

Jongeren met een niet-westerse herkomst vinden niet vaak hun weg naar de jeugdhulp. Zij maken vaker een zorgtraject niet af. Ouders van niet-westerse komaf maken minder vaak gebruik van formele opvoedingsondersteuning (KIS, 2015). Dai komt onder meer omdat zij niet bekend zijn met de mogelijkheden. Of andere verwachtingen of negatieve ervaringen hebben met formele voorzieningen. Wantrouwen speelt ook een rol.

Ook ervaren zij weinig sensitiviteit voor hun achtergrond en normen en waarden van voorzieningen en professionals. Het is belangrijk dat deze ‘mismatch’ tussen jeugdhulp en niet-westerse jongeren met gedragsproblemen en hun ouders kleiner wordt en uiteindelijk verdwijnt. Dan komen deze jongeren en hun ouders eerder in beeld en kunnen zij tijdig passende hulp krijgen. Door de kwetsbaarheid van deze jongeren te verkleinen, nemen ook de ‘pushfactoren’ af in kracht.

Focus op weerbaarheid en participatie

Hulpverleners moeten goed kijken naar de achtergronden en motivatie van de jongere. Jeugdhulp heeft nog weinig specifieke expertise op het terrein van deradicalisering. Hulpverleners moeten dus vooral handelen vanuit algemene kennis van wat werkt bij kwetsbare jongeren en bij problemen met zelfontplooiing en identiteitsontwikkeling.

Jeugdhulp kan kwetsbare en beïnvloedbare jongeren meer weerbaar maken tegen radicalisering. Jeugdhulp kan ook bijdragen aan het weer oppakken van de schoolloopbaan en een beter perspectief op de arbeidsmarkt.

Diverse jeugdhulpaanbieders besteden speciale aandacht aan radicalisering, omdat ze daar in hun werk mee te maken krijgen. De ervaring in de jeugdhulp met deze doelgroep is nog beperkt. Bovendien moet de behandeling op maat zijn, omdat het radicaliseringproces per individu anders kan zijn. Samenwerking met andere professionals met specifieke deskundigheid is essentieel.

Methoden en interventies

Er zijn maar weinig gespecialiseerde methoden en preventieve interventies voor radicalisering. Het gaat vaak om projecten en initiatieven, die niet of nauwelijks zijn beschreven en geëvalueerd. De systeembenadering en de pedagogische invalshoek lijken het meest beloftevol.

Meer informatie

Trainingen en e-modules

  • E-learning module ‘Zorgwekkend gedrag’ van het programma Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs (IVHO) helpt het hoger onderwijs  zorgwekkende signalen te herkennen bij studenten, zoals depressie, stress en extreme ideeën. En geeft hen een handelingsperspectief voor verdere stappen. 
  • E-learnings Extremisme van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid helpen professionals radicalisering te begrijpen, te herkennen, te voorkomen of in te dammen.
    Training 'Omgaan met extreme idealen' (OMEI) van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit draagt vanuit een pedagogisch perspectief bij aan een beter begrip van radicaliseringprocessen bij jongeren. De kosteloze trainingen zijn bedoeld voor onder meer hulpverleners en docenten.
  • Het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) biedt diverse trainingen aan voor de overheid en publieke sector

Ga naar bronnen en literatuurlijst

Vragen?

Gert van den Berg is contactpersoon.

Foto Gert van den Berg

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.