• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Beslissen over hulp

Ondertoezichtstelling

Als ouders hun kind niet goed verzorgen of opvoeden, kan de kinderrechter het kind onder toezicht stellen. Dit betekent voor het kind dat niet alleen zijn ouders, maar ook een gezinsvoogd zich bemoeit met zijn opvoeding. De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen wanneer:

  • De ontwikkeling van een kind ernstig bedreigd wordt.
  • Ouders de vrijwillige hulp niet of onvoldoende accepteren.
  • Ouders binnen afzienbare tijd weer in staat zijn hun kind zelfstandig op te voeden en te verzorgen.

Ondertoezichtstelling aanvragen

De Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie kunnen de kinderrechter vragen om een ondertoezichtstelling. Maar ook ouders of bijvoorbeeld pleegouders, die het kind in hun gezin hebben opgenomen, kunnen dat doen.

Duur ondertoezichtstelling

De kinderrechter stelt een kind onder toezicht voor maximaal een jaar. Elk jaar kan hij de ondertoezichtstelling met maximaal een jaar verlengen. De kinderrechter moet in de uitspraak de concrete bedreigingen voor de ontwikkeling van het kind beschrijven en de duur van de ondertoezichtstelling vermelden. Hierdoor is het voor de ouders en het kind helder welke problemen er spelen en waaraan ze moeten werken. Na twee jaar ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing moet de Raad voor de Kinderbescherming altijd advies geven en aantonen aan de kinderrechter wat de voorkeur heeft: verlenging van de ondertoezichtstelling, of beëindiging van het gezag van de ouders.

Rechten van het kind

Onder toezicht gestelde kinderen hebben het recht te horen welke beslissingen over hen worden genomen en waarom. Hulpverleners zijn verplicht met kinderen van 12 jaar of ouder het hulpverleningsplan of plan van aanpak en voorgenomen veranderingen daarin te bespreken. Als een kind zijn vader of moeder niet meer ziet, heeft hij/zij wel recht op informatie over zijn ouders en familie. Bij jongeren ouder dan 16 jaar hebben hulpverleners toestemming van de jongere nodig om informatie met ouders te bespreken. Kinderen kunnen zelf een gesprek met de kinderrechter vragen wanneer voor hen ondertoezichtstelling wordt aangevraagd of wanneer deze maatregel verlengd moet worden. In ieder geval moet de kinderrechter kinderen van 12 jaar of ouder bij zo’n maatregel altijd naar hun mening vragen. Kinderen kunnen niet zelf in hoger beroep gaan. Dat moet hun wettelijke vertegenwoordiger, ofwel degene die op dat moment het gezag over het kind heeft, doen. Als die wettelijke vertegenwoordiger dat niet wil, kunnen kinderen bij de kantonrechter vragen om een bijzondere curator te benoemen die voor hen in hoger beroep kan gaan.

Rechten van ouders

Voordat de kinderrechter een beslissing neemt, moet hij de mening van de ouders horen. Als ouders het niet eens zijn met de beslissing, kunnen zij binnen drie maanden na de uitspraak in hoger beroep gaan. Daarvoor hebben ze wel een advocaat nodig. Het Gerechtshof behandelt het hoger beroep. Tot het Gerechtshof een nieuwe uitspraak doet, blijft de beslissing van de rechter geldig. Nadat de kinderrechter een ondertoezichtstelling heeft uitgesproken krijgt het kind een gezinsvoogd toegewezen van een gecertificeerde instelling (GI). De gezinsvoogd begeleidt het kind en zijn ouders bij het oplossen van de opgroei- en opvoedproblemen. De ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvoeding en houden het gezag over hun kind, maar ze moeten wel de aanwijzingen van de gezinsvoogd opvolgen. In principe blijft het kind thuis wonen. De rechter kan in het belang van het kind ook besluiten om hem (tijdelijk) uit huis te plaatsen, bijvoorbeeld in een pleeggezin.

Lees meer over hoger beroep (Rechtspraak.nl)

Voorlopige ondertoezichtstelling

Als een kind acuut gevaar loopt en snel uit huis geplaatst moet worden, kan de Raad voor de Kinderbescherming de rechter om een voorlopige ondertoezichtstelling met een machtiging uithuisplaatsing vragen. Tijdens deze voorlopige ondertoezichtstelling gaat de raad door met het onderzoek naar de opvoedingssituatie en begeleidt de gezinsvoogd de ouders en het kind. Een voorlopige ondertoezichtstelling duurt maximaal drie maanden en kan altijd tussentijds worden teruggedraaid worden.

Bronnen 

Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

Foto Josine  Holdorp

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.