• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Beslissen over hulp

Gezagsbeëindigende maatregel

Als het gezag van de ouders over hun kind wordt beëindigd, krijgt een gecertificeerde instelling (GI) of een pleegouder het gezag. Zij oefenen dan de voogdij over het kind uit. Het kind wordt opgevoed in een pleeggezin of tehuis. De ouders hebben dan officieel niets meer over het kind te zeggen. De voogd betrekt hen voor zover mogelijk en informeert hen over het kind. De kinderrechter kan het gezag van de ouders beëindigen wanneer:

  • De ontwikkeling van een kind ernstig bedreigd wordt.
  • Ouders niet binnen een afzienbare tijd weer in staat zijn hun kind zelfstandig op te voeden en te verzorgen.
  • Ouders het gezag misbruiken.

Aanvraag gezagsbeëindigende maatregel

De Raad voor de Kinderbescherming en het openbaar ministerie kunnen de kinderrechter vragen om beëindiging van het gezag van de ouders. Maar ook anderen, zoals pleegouders, die het kind langer dan een jaar in hun gezin hebben opgenomen en het verzorgen en opvoeden, kunnen dat doen.

Duur gezagsbeëindigende maatregel

Beëindiging van het gezag van de ouders duurt tot het kind 18 jaar is, maar ouders kunnen voordat hun kind 18 jaar wordt aan de rechter vragen om hen het gezag over hun kind terug te geven.

Rechten van het kind

Onder voogdij gestelde kinderen hebben het recht te horen welke beslissingen over hen worden genomen en waarom. Hulpverleners zijn verplicht met kinderen van 12 jaar of ouder het hulpverleningsplan of plan van aanpak en voorgenomen veranderingen daarin te bespreken. Als een kind zijn vader of moeder niet meer ziet, heeft hij of zij wel recht op informatie over zijn ouders en familie. Bij jongeren ouder dan 16 jaar hebben hulpverleners toestemming van de jongere nodig om informatie met ouders te bespreken. Kinderen kunnen zelf een gesprek met de kinderrechter vragen wanneer voor hen een verzoek tot beëindiging van het gezag van de ouders wordt aangevraagd. In ieder geval moet de kinderrechter kinderen van 12 jaar of ouder bij zo’n maatregel altijd naar hun mening vragen. Kinderen kunnen niet zelf in hoger beroep gaan. Dat moet hun wettelijke vertegenwoordiger, ofwel degene die op dat moment het gezag over het kind heeft, doen. Als die wettelijke vertegenwoordiger dat niet wil, kunnen kinderen bij de kantonrechter vragen om een bijzondere curator te benoemen die voor hen in hoger beroep kan gaan.

Rechten van ouders

Voordat de kinderrechter een beslissing neemt, moet hij de mening van de ouders horen. Als ouders het niet eens zijn met de beslissing, kunnen zij binnen drie maanden na de uitspraak in hoger beroep gaan. Daarvoor hebben ze wel een advocaat nodig. Het Gerechtshof behandelt het hoger beroep. Tot het Gerechtshof een nieuwe uitspraak doet, blijft de beslissing van de rechter geldig. Nadat de kinderrechter het gezag van de ouders over het kind beëindigt, krijgt een gecertificeerde instelling (GI) of een pleegouder het gezag. Zij oefenen de voogdij over het kind uit. Het kind wordt opgevoed in een pleeggezin of tehuis. De ouders hebben dan officieel niets meer over het kind te zeggen, maar de voogd betrekt hen voor zover mogelijk en informeert hen over het kind.

Lees meer over hoger beroep (Rechtspraak.nl)

Bronnen 

Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

Foto Josine  Holdorp

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies