Armoede

Risico's

Gevolgen op volwassen leeftijd

De overgrote meerderheid van de kinderen die opgroeien in gezinnen met armoede is zelf als volwassene niet arm of uitgesloten. Naarmate kinderen op jongere leeftijd arm zijn, en naarmate zij langduriger arm zijn, neemt het risico toe. Kinderen die meer dan vier jaar in armoede opgroeien, hebben een grotere kans op armoede op latere leeftijd. Dit heeft voor hen vaak gevolgen op het gebied van opleiding, werk, sociale participatie en gezondheid.

Uit onderzoek blijkt dat personen die in hun jeugd arm waren, als volwassene gemiddeld meer sociaal uitgesloten zijn dan personen die geen armoede hebben gekend. De verschillen zijn vooral zichtbaar wat betreft sociale participatie en materiële beperkingen.

Kindermishandeling

Kindermishandeling komt vaker voor in gezinnen met laagopgeleide ouders en in eenoudergezinnen. Ook armoede in het gezin blijkt een belangrijke risicofactor. Armoede betekent echter niet automatisch dat ouders hun kind mishandelen of verwaarlozen.

Zelfeffectiviteit is een beschermende factor: ouders die vertrouwen hebben in de mogelijkheden die zij zelf hebben om hun problemen aan te pakken, bleken in een Amerikaans onderzoek vaak van verwaarlozing beschuldigd te worden.

Risicofactoren

Door overbelasting van een gezin door een opeenstapeling van risicofactoren, lopen kinderen eerder het gevaar slachtoffer van kindermishandeling te worden. Als er meer dan vier risicofactoren (zoals werkloosheid, lage opleiding, arbeidsongeschiktheid, slechte huisvesting) in het spel zijn, is de kans op kindermishandeling rond de 30 procent.

Onderzoek in 2018 bij gezinnen die vanwege vermoeden van kindermishandeling gemeld zijn bij Veilig Thuis, laat zien dat in bijna de helft van deze gezinnen sprake is van armoede. Ook blijkt dat de werkloosheid onder de deelnemers veel hoger is dan in de gemiddelde beroepsbevolking. Met bijna 52 procent is de werkloosheid ruim tien keer hoger dan in de beroepsbevolking.

Jeugdcriminaliteit

Het al dan niet moeten rondkomen van een laag inkomen hangt samen met de kans dat een persoon verdacht wordt van een misdrijf. De verdachtenpercentages nemen sinds 2011 flink af, maar het percentage verdachten ligt onder personen met een laag inkomen nog altijd aanzienlijk hoger dan onder personen met een hoger huishoudensinkomen.

Ook slachtoffer zijn komt meer voor bij mensen met een lager inkomen. In 2017 was ruim 18 procent van hen naar eigen zeggen slachtoffer van een of meer delicten, tegen 15 procent van degenen met een huishoudensinkomen boven de lage-inkomensgrens. Het aandeel slachtoffers van criminaliteit in de lage-inkomensgroep is in vijf jaar tijd met bijna een kwart gedaald.


  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2019). Armoede en sociale uitsluiting 2019. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Hermanns, J., Öry, F., & Schrijvers, G. (2005). Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen. Utrecht: Inventgroep.
  • Rooijen, K. van, Bartelink C., & Berg, T. (2013). Factsheet Risicofactoren en beschermende factoren voor kindermishandeling. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

Foto Hilde  Kalthoff

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies