• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Angst

Cijfers over angst- en stemmingsproblemen

Kerncijfers

In 2017 had bijna een op de vijf jongeren in het voortgezet onderwijs emotionele problemen. Dat blijkt uit het laatste rapport van het vierjaarlijkse HBSC-onderzoek onder jongeren van 12 tot en met 16 jaar (2018).  Emotionele problemen bevatten hierbij onder meer angst en stemmingsproblemen. De verschillen tussen jongens en meisjes zijn groot. In het voortgezet onderwijs heeft bijna 28% van de meisjes emotionele problemen. Van de jongens geeft ruim 9 procent aan last te hebben van emotionele problemen. Hoe ouder de jongeren, des te meer emotionele problemen. In het basisonderwijs geeft bijna 11 procent van de kinderen aan last te hebben van emotionele problemen. Ten opzichte van 2013 is er onder basisschoolleerlingen een daling te zien in het percentage leerlingen met emotionele problemen. De daling onder meisjes is significant. In 2013 gaf bijna 22 procent van de meisjes last te hebben van emotionele problemen. In 2017 is dit gedaald naar ruim 14 procent. In het voortgezet onderwijs zijn er geen noemenswaardige verschillen tussen 2013 en 2017. 

In het HBSC-onderzoek is gebruik gemaakt van de Strength and Difficulties Questionnaire (SDQ) om psychische problemen bij jongeren te meten. Jongeren rapporteren daarbij over hun  gedrag en gevoelens aan de hand van een aantal stellingen. De schaal emotionele problemen bevat vragen over angst en stemmingsproblemen. 

Voor kinderen jonger dan 12 jaar zijn er geen recente gegevens. Na de Peiling Jeugd en Gezondheid uit 2005 (gebaseerd op gegevens uit 2002/2003) zijn er geen vergelijkbare onderzoeken meer geweest. In dat onderzoek zijn ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar ondervraagd over hun kind. Van deze ouders heeft 4 tot 8 procent gezegd dat hun kind internaliserende problemen heeft, waaronder zowel angst- als stemmingsproblemen worden verstaan. Bij jongens van 5 en 6 jaar zien ouders het vaakst dergelijke problemen.

Laatst bewerkt: 7 september 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Samenhang met leefomstandigheden

Gezin

Jongeren uit een gezin met een hoge gezinswelvaart melden aanzienlijk minder vaak emotionele problemen dan jongeren uit een gezin met een lage welvaart. In 2017 heeft 18,5 procent van de basisschoolleerlingen met een lage gezinswelvaart aan emotionele problemen te hebben. Onder leerlingen met een hoge mate van gezinswelvaart gaat het om 9.6 procent.  Ook in het voortgezet onderwijs zijn deze verschillen aanwezig. Daar gaat het om respectievelijk 26 procent en 15,9 procent van de leerlingen.

Ook jongeren uit onvolledige gezinnen melden vaker emotionele problemen dan jongeren die in een volledig gezin opgroeien. In het basisonderwijs zegt 14,5 procent van de leerlingen uit een onvolledig gezin emotionele problemen te hebben. Bij kinderen die samen met vader én moeder opgroeien gaat het om 10 procent. In het voortgezet onderwijs gaat het om respectievelijk 25 procent en 16,8 procent van de leerlingen (Stevens e.a., 2018).

School

Jongeren in het voortgezet onderwijs hebben meer emotionele problemen wanneer ze op een lager schoolniveau zitten. Van de leerlingen in het vmbo-b zegt 19,36 procent dergelijke problemen te hebben, tegen 17,6 procent bij de vwo-leerlingen. De verschillen zijn echter niet significant (Stevens e.a., 2018).

Laatst bewerkt: 20 september 2018


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Stevens, G., van Dorsselaer, S., Boer, M. e.a. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit van Utrecht.

Angst- en stemmingsproblemen onder kinderen

Voor kinderen jonger dan 12 jaar zijn er geen actuele cijfers over angstproblemen. De Verkenning Jeugdgezondheid (2014) geeft voor deze leeftijdsgroep wel cijfers over depressieve klachten, gebaseerd op de huisartsenregistratie. Het gaat dan om het aantal contacten per 1000 patiëntjaren dat aangeeft zich down of depressief te voelen (zie tabel). Omdat de 5- tot en met 17-jarigen daar een enkele categorie vormen, is niet te zien hoe deze klachten zich met het opgroeien ontwikkelen. Wel is duidelijk dat deze klachten bij meisjes twee keer vaker voorkomen dan bij jongens. Deze verhouding tussen mannen en vrouwen geldt overigens voor alle leeftijdscategorieën.

In het onderzoek 'Peiling Jeugd en Gezondheid', ook bekend als het '0- tot 12-jarigen onderzoek', is aan ouders gevraagd of hun kind last heeft van internaliserende problemen, waaronder angst- en stemmingsproblemen. Bij jongens worden iets meer internaliserende problemen gevonden dan bij meisjes en bij peuters en kleuters minder dan bij kinderen in de basisschoolleeftijd.

Voelt zich down/depressief (NIVEL, Huisartsenregistratie, 2014)

0 - 4 jaar 5 - 17 jaar
Afgelopen jaar Jongens <0,1 2,1
Meisjes <0,1 4,4
Ooit Jongens <0,1 2,0
Meisjes <0,1 4,1

Laatst bewerkt: 21 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Hamberg-van Reenen e.a. (2014). Gezond Opgroeien. Verkenning Jeugdgezondheid. Bilthoven: RIVM.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies