• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Depressie

Cijfers over angst- en stemmingsproblemen

Kerncijfers

In 2013 had een op de vijf jongeren in het voortgezet onderwijs emotionele problemen. Dat blijkt uit het laatste rapport van het vierjaarlijkse HBSC-onderzoek onder jongeren van 12 tot en met 16 jaar (2014). Hoe ouder de jongeren, des te meer emotionele problemen. Bij de 12-jarigen zegt 16,5 procent emotionele problemen te hebben; bij de 16-jarigen is dit opgelopen tot 21,6 procent. Er zijn duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes: van de meisjes in het voortgezet onderwijs geeft 31 procent aan emotionele problemen te hebben tegen 9,4 procent van de jongens.

De Gezondheidsenquête 2013 van het CBS laat zien om wat voor problemen het gaat. Meisjes krijgen meer angstproblemen en depressieve klachten als ze ouder worden. Jongens geven aan dat ze in de loop der jaren juist minder last krijgen van angst, maar ook bij hen nemen de depressieve klachten toe. In de figuur zijn de percentages te zien van jongens en meisjes die ooit last hebben gehad van angst en depressieve klachten, en van hen die dit in het laatste jaar is overkomen.

Voor kinderen jonger dan 12 jaar zijn er geen recente gegevens. Na de Peiling Jeugd en Gezondheid uit 2005 (gebaseerd op gegevens uit 2002/2003) zijn er geen vergelijkbare onderzoeken meer geweest. In dat onderzoek zijn ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar ondervraagd over hun kind. Van deze ouders heeft 4 tot 8 procent gezegd dat hun kind internaliserende problemen heeft, waaronder zowel angst- als stemmingsproblemen worden verstaan. Bij jongens van 5 en 6 jaar zien ouders het vaakst dergelijke problemen.

Laatst bewerkt: 21 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • CBS Statline, Gezondheidsenquête
  • HBSC 2013

Angst- en stemmingsproblemen onder kinderen

Voor kinderen jonger dan 12 jaar zijn er geen actuele cijfers over angstproblemen. De Verkenning Jeugdgezondheid (2014) geeft voor deze leeftijdsgroep wel cijfers over depressieve klachten, gebaseerd op de huisartsenregistratie. Het gaat dan om het aantal contacten per 1000 patiëntjaren dat aangeeft zich down of depressief te voelen (zie tabel). Omdat de 5- tot en met 17-jarigen daar een enkele categorie vormen, is niet te zien hoe deze klachten zich met het opgroeien ontwikkelen. Wel is duidelijk dat deze klachten bij meisjes twee keer vaker voorkomen dan bij jongens. Deze verhouding tussen mannen en vrouwen geldt overigens voor alle leeftijdscategorieën.

In het onderzoek 'Peiling Jeugd en Gezondheid', ook bekend als het '0- tot 12-jarigen onderzoek', is aan ouders gevraagd of hun kind last heeft van internaliserende problemen, waaronder angst- en stemmingsproblemen. Bij jongens worden iets meer internaliserende problemen gevonden dan bij meisjes en bij peuters en kleuters minder dan bij kinderen in de basisschoolleeftijd.

Voelt zich down/depressief (NIVEL, Huisartsenregistratie, 2014)

0 - 4 jaar 5 - 17 jaar
Afgelopen jaar Jongens <0,1 2,1
Meisjes <0,1 4,4
Ooit Jongens <0,1 2,0
Meisjes <0,1 4,1

Laatst bewerkt: 21 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Hamberg-van Reenen e.a. (2014). Gezond Opgroeien. Verkenning Jeugdgezondheid. Bilthoven: RIVM.

Trend in emotionele problemen onder jongeren (HBSC)

Leerlingen in de hoogste klas van het basisonderwijs melden minder internaliserende, of emotionele, problemen dan leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook blijkt dat de score op emotionele problemen toeneemt met leeftijd, vooral voor meisjes. Tussen etnische groepen bestaan op dit punt geen verschillen. Dit blijkt uit de opeenvolgende HBSC-onderzoeken van 2005, 2009 en 2013. In deze onderzoeken is gebruik gemaakt van de Strength and Difficulties Questionnaire (SDQ). De SDQ onderscheidt vier typen problemen: emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit en problemen met leeftijdsgenoten. Omdat de SDQ nog niet goed genormeerd is, valt moeilijk vast te stellen hoeveel procent van de deelnemers een zorgelijke score heeft. In het laatste HBSC-onderzoek is ervoor gekozen om de 15 procent jeugdigen met de hoogste score als relatief problematische groep te beschouwen.
In 2009 meldden jongeren over het algemeen minder vaak emotionele problemen dan in 2005. In 2013 juist weer meer. Dit geldt voor zowel jongeren in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs, voor zowel jongens als meisjes en voor allochtonen en autochtonen. Het laatste HBSC-onderzoek laat een significante stijging in emotionele problemen zien ten opzichte van 2009, zowel bij de hele groep als bij meisjes (zie figuur).

Laatst bewerkt: 21 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Samenhang met leefomstandigheden

School

Jongeren in het voortgezet onderwijs hebben meer emotionele problemen wanneer ze op een lager schoolniveau zitten. Van de leerlingen in het vmbo-b zegt 22,9 procent dergelijke problemen te hebben, tegen 17,8 procent bij de vwo-leerlingen.

Gezin

Jongeren uit een gezin met een hoge gezinswelvaart melden minder vaak emotionele problemen dan jongeren uit een gezin met een lage welvaart. Het verschil geldt vooral voor jongeren die naar het voortgezet onderwijs gaan.
Ook jongeren uit een gezin met hun eigen vader en moeder melden minder emotionele problemen dan jongeren die in een gebroken gezin leven (HBSC 2009 en 2013). Opgroeien in een onvolledig gezin brengt veel risico's met zich mee, onder meer het risico dat er emotionele problemen komen.

Laatst bewerkt: 21 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • HBSC

Verschillen tussen waarneming leerkrachten en ouders

Een herhaald onderzoek met de Child Behavior CheckList (CBCL) uit 2007 in Nederland laat zien dat ouders in de loop der jaren meer emotionele problemen bij hun kinderen zijn gaan rapporteren. Bij leerkrachten was van zo'n toename geen sprake volgens de Teacher's Report Form (TRF).

De percentages in de tabel betreffen kinderen met problematische scores, gerapporteerd door ouders en leerkrachten van kinderen van 6 tot en met 12 jaar.

Laatst bewerkt: 19 november 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Vragen?

Erik Jan de Wilde is contactpersoon.

Foto Erik Jan de Wilde

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.