• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Peiling Jeugd en Gezondheid (PJG) / 0- tot 12-jarigen onderzoek

Kwaliteit van het onderzoek

Is de methode van dataverzameling beschreven? Ja
Is de plaats / setting van dataverzameling beschreven? Ja
Is de periode waarin dataverzameling plaatsvond beschreven? Ja
Beschrijving selectiviteit steekproef
Is de leeftijd beschreven? Ja
Is de sekseverdeling beschreven? Ja
Is de verdeling naar etnische herkomst beschreven? Ja
Is de verdeling naar urbanisatiegraad beschreven? Ja
Is de verdeling naar opleidingsniveau beschreven? Nee
Is de verdeling van sociaal-economische status beschreven? Nee
Beschrijving rekrutering steekproef
Is de manier waarop de selectie van de steekproef plaatsvond beschreven? Ja
Is er volgens de onderzoekers sprake van selectiviteit van non-respons? Ja
Representativiteit steekproef
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. leeftijd? Nee
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. sekse? Ja
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. urbanisatiegraad van de woonplaats? Nee
Is de steekproef volgens de onderzoekers representatief m.b.t. sociaal-economische status van de ouders/opvoeders? Onbekend
Steekproefgrootte
Is beschreven of de steekproefgrootte volgens de onderzoekers voldoende is voor betrouwbare uitspraken? Nee
Is beschreven welke vragen of instrumenten zijn gebruikt voor de berekening van de prevalenties? Nee
Is de data-cleaning beschreven? Nee
Zijn datamanipulaties cq berekeningen beschreven? Nee
Is er een beschrijving van de gebruikte statistische methoden? Nee
Is beschreven of er een proefleider aanwezig was tijdens de afname? Ja
Is beschreven hoeveel tijd de respondenten hadden voor het beantwoorden van de vragen? Nee
Is beschreven hoe men is omgegaan met de privacy van de respondenten tijdens de afname? Nee

Legenda: Voldoet Voldoet redelijk Voldoet niet Onbekend of nvt


De Peiling Jeugd en Gezondheid richt zich op de leefsituatie, het welzijn, de tijdsbesteding en het voorzieningengebruik van 0-12 jarigen. Dit onderzoek wordt ook wel het 0- tot 12-jarigen onderzoek genoemd. Centrale vragen zijn: welke verschillen zijn er in de leefsituatie van diverse groepen kinderen? Hoeveel en welke jonge kinderen in Nederland hebben problemen, om wat voor problemen gaat het en in hoeverre is er sprake van een opeenstapeling van problemen?

In het onderzoek wordt informatie over kinderen verzameld vanuit verschillende bronnen: ouders, kinderen en medewerkers van de jeugdgezondheidszorg (jgz) Per kind zijn vaak twee en soms drie informanten geraadpleegd. De verzameling van gegevens heeft plaatsgevonden via instellingen voor de jgz en is gekoppeld aan de reguliere contacten van ouders en jonge kinderen. Daarnaast is het onderzoek gekoppeld aan de Periodiek geneeskundige onderzoeken (PGO's) van de GGD'en voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Jgz medewerkers vulden een vragenlijst in over de ouders en het aanwezige kind. Er werd ingegaan op achtergondkenmerken van de ouders en op de mogelijke aanwezigheid en ernst van psychosociale en opvoedproblemen. Voorafgaand aan het bezoek aan de jgz-medewerker vulden ook de ouders een vragenlijst in. Vragen gingen over onder andere de psychosociale ontwikkeling en de gezondheid van het kind en de opvoeding. Aan de kinderen van 8-12 jaar werd ook een vragenlijst voorgelegd, met vragen over hun tijdsbesteding, school en welzijn.

Er is gebruik gemaakt van een getrapte steekproef, waarbij eerst de jgz-instellingen zijn geselecteerd. Er is gestreefd naar een representatieve verdeling over regio's en landelijke en stedelijke gebieden.

Instelling

Sociaal en Cultureel Planbureau en TNO Kwaliteit van Leven

Methode

Jaar dataverzameling

2002-2003

Instrumenten

Vragenlijsten die gebruikt zijn: Infant Toddler Social and Emotional Assessment (ITSEA) en de Child behavior Checklist (CBCL1,5-5 en 6-18), Korte depressie Vragenlijst (KDVK) en een vragenlijst voor jgz-medewerkers waarin gebruik is gemaakt van een classificatiesysteem van probleemgebieden dat binnen de jeugdgezondheidszorg wordt gebruikt.

Voor de inschatting van de psychosociale gezondheid van kinderen door de jeugdgezondheidszorg is gebruik gemaakt van een door TNO ontwikkelde vragenlijst, die inzicht geeft in de signalering van psychosociale problemen door de jeugdgezondheidszorg en daaruit voortvloeiende acties. Na afloop van het Periodieke geneeskundige onderzoek (PGO) gaf de arts of verpleegkundige op het formulier aan of hij of zij vermoedde dat er een psychosociaal probleem bij het kind aanwezig was.

De vragenlijsten voor de ouders bevatten vragen over de gezinssituatie, opvoeding, vrijetijdsbesteding, school, lichamelijke gezondheid en zorg. In de vragenlijsten voor de ouders zijn op de leeftijd toegesneden meetinstrumenten opgenomen waarmee kon worden vastgesteld of het kind psychosociale problemen heeft en zo ja welke. Het betreft de ITSEA en CBCL (met afzonderlijke edities voor verschillende leeftijdsgroepen).

De vragenlijsten voor kinderen van 8 tot 12 jaar bevatten vragen over de gezinssituatie, vrijetijdsbesteding, school en psychosociale gezondheid. De vragen binnen deze laatste categorie gingen over roken en drinken, pesten, depressie, crimineel gedrag en lichamelijke gezondheid. Depressieve symptomen zijn bepaald met de Korte Depressie Vragenlijst voor Kinderen (KDVK). Het deel over normoverschrijdend gedrag bevat vijftien vragen over verschillende normoverschrijdende activiteiten.

Afname

Artsen en verpleegkundigen van de jgz-instellingen hebben tijdens het consultatiebureaubezoek van het kind of het periodiek geneeskundig onderzoek een vragenlijst ingevuld over de ouders en het aanwezige kind. Voorafgaand aan het bezoek aan de jeugdarts of -verpleegkundige vulden de ouders een vragenlijst in. De kinderen van 8 tot en met 12 jaar vulden eveneens een vragenlijst in over onder meer hun tijdsbesteding, school en welzijn.

Steekproefgrootte en respons

Populatie

Kinderen van 0 tot en met 12 jaar.

Steekproefgrootte

Bij twintig instellingen voor jeugdgezondheidszorg zijn gegevens over jeugdigen opgevraagd. Over 4776 kinderen is uiteindelijk informatie verzameld bij verschillende personen (ouders, professionals en kinderen zelf).
De respons bij 0- tot 4-jarigen was 92 procent, maar van 81 procent was een bruikbare vragenlijst beschikbaar. Bij de 5- tot 12-jarigen was 82 procent bereid om mee te werken. Van 76 procent van de 5- en 6-jarige kinderen was een complete set van vragenlijsten beschikbaar. Bij de 8- tot 12-jarige kinderen was dat in 59 procent het geval.De non-respons was klein: 8 procent bij de 0- tot 4-jarigen en 18 procent bij de 5- tot 12-jarigen. De non-respons was hoger bij GGD'en dan bij thuiszorgorganisaties en het grootst bij de groep van 8- tot 12-jarigen. Er was geen verschil in respons tussen jongens en meisjes. Bij kinderen van allochtone herkomst was de non-respons voor de groep 5- tot 12-jarigen significant groter dan bij Nederlandse kinderen (24 procent vs. 13 procent). Bij 0- tot 4-jarigen uit eenoudergezinnen was de non-respons hoger dan bij andere gezinnen, maar bij 5- tot 12-jarigen werd hierin geen significant verschil gevonden. Bij 0- tot 4-jarigen was de non-respons relatief laag bij kinderen uit de regio's Noord en West (respectievelijk 5 procent en 8 procent) en het hoogst bij kinderen uit de regio Zuid (14 procent). Bij 5- tot 12-jarigen was de non-respons het hoogst in de steden (26 procent), maar ook relatief hoog in de regio's West en Oost (respectievelijk 18 procent en 16 procent). Er zijn dus wel verschillen tussen de non-respons en responsgroep, maar uit de toetsende analyses blijkt dat deze verschillen over het algemeen klein zijn. De meest voorkomende reden om niet mee te werken aan de peiling was dat men geen belangstelling voor het onderzoek had. In totaal weigerde 4 procent van de uitgenodigde ouders van de 0- tot 4-jarigen en 7 procent van de uitgenodigde ouders van 5- tot 12-jarigen aan het onderzoek deel te nemen. Kinderen die verhuisd zijn of van school af zijn horen strikt genomen niet tot de steekproef, waardoor de aangegeven responspercentages in de praktijk iets hoger zijn.

Leeftijd

De verdeling naar leeftijd wijkt wegens de opzet van het onderzoek af van de verdeling in de Nederlandse bevolking van 0 tot 12 jaar. De leeftijdsgroepen die in het onderzoek zijn meegenomen zijn: 14 maanden, 3 jaar en 9 maanden, 5-6 jaar en 8-12 jaar.

Verdeling sekse

De verdeling tussen jongens en meisjes is volgens de onderzoekers vrijwel gelijk aan die van de totale Nederlandse bevolking van 0 tot 12 jaar.

Etniciteit

691 kinderen behoren tot een van de vier grootste groepen etnische minderheden (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen). Volgens de onderzoekers komt de verdeling redelijk overeen met die in de bevolking van 0 tot 12 jaar.

Publicatiegegevens

  • Zeijl, E., Crone, M., Wiefferink, K., Keuzenkamp, S., Reijneveld, M. (2005). 'Kinderen in Nederland'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies