• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR

Kenmerken

Bij deze problematiek moet de context waar de jeugdige deel van uitmaakt als afwijkend worden beschouwd en wordt het functioneren van de jeugdige negatief beïnvloed. Het afwijkende kan betrekking hebben op de sfeer binnen de speelzaal of de school (bijvoorbeeld de sfeer binnen het team), zaken betreffende het bouwwerk (bijvoorbeeld een oud tochtig gebouw) of beschreven en gehanteerde regels (bijvoorbeeld de strafcultuur).

Bij problemen in de onderwijsstijl is nadrukkelijk sprake van een onderwijsstijl die niet aansluit bij de leervaardigheden en mogelijkheden van de individuele jeugdige, waardoor het functioneren van de jeugdige afwijkend achterblijft en/of wordt belemmerd. Het gaat niet om achterblijvende leerprestaties (C101) of om de individuele relatie tussen leerkracht en jeugdige (E101).

Bij problemen met en in de arbeidsorganisatie gaat het om problemen waarbij de oorzaak in de basis niet bij de jeugdige ligt. Het gaat om problemen met de inrichting van de werkplek en/of de organisatie zelf, de regels en normen, de omgang tussen werknemers onderling, en de omgang tussen anderen en de opleiders of leidinggevenden (ook stagebegeleiders). Het gaat nadrukkelijk om een problematische arbeidscontext waar de jeugdige deel van uitmaakt en die als afwijkend moet worden beschouwd. De jeugdige heeft hier zelf geen aandeel aan, maar wordt wel op negatieve wijze in zijn functioneren beïnvloed.

Subtypes en/of specificaties

Moeite met wennen op speelzaal of school

Hierbij is er sprake van afwijkend gedrag van de jeugdige, afgezet tegen wat normaal mag worden verwacht in een periode van wennen, en rekening houdend met de leeftijd. Het gaat om:

  • heftig herhaald en/of voortdurend verzet van de jeugdige thuis om naar speelzaal of school te gaan
  • heftig herhaald en/of voortdurend verdriet van de jeugdige thuis om naar speelzaal of school te gaan
  • voortdurend verdriet gedurende de uren van verblijf op speelzaal of school
  • voortdurend extreem teruggetrokken gedrag tijdens het verblijf op speelzaal of school
  • niet tot rust kunnen komen, bijvoorbeeld bij het slapen tijdens het verblijf op speelzaal of school.

Problemen met betrekking tot sfeer binnen speelzaal, school of werk

Hierbij is de sfeer op speelzaal, school of werk dusdanig afwijkend, dat het functioneren van de jeugdige erdoor wordt belemmerd. Het gaat hierbij niet om tijdelijke kortdurende periodes. Er is sprake van:

  • een langdurige en voortdurende periode van negatieve sfeer binnen de speelzaal-/school-/arbeidscontext van de jeugdige
  • terugkerende fasen over een langere periode met een negatieve sfeer binnen de speelzaal-/school-/arbeidscontext van de jeugdige
  • het bestaan van (veel) ongeschreven regels en gedragsnormen welke als afwijkend van algemeen aanvaarde (maatschappelijke en pedagogische) regels en normen mogen worden beschouwd.

‘Sfeer’ is in dit geval de aanduiding voor het geheel van de sociale speelzaal-/school-/arbeidscontext. Het gaat om de wijze waarop naaste collega’s met elkaar omgaan en de wijze waarop de direct leidinggevende met de werknemers omgaat. Dit wordt nadrukkelijk beïnvloed door de wijze waarop de organisatie wordt aangestuurd. De sfeer kan door ongeschreven wetten, regels en normen sterk worden beïnvloed.

Problemen met regelingen met betrekking tot opleiding of werk

Hierbij gaat het om zichtbare problemen die direct verbonden kunnen worden met de concrete regelgeving, afspraken en normen en die direct van invloed zijn op het functioneren van de jeugdige. Wat betreft de arbeidscontext gaat het om algemene organisatieregels en afdelingsregels, en niet om regels die alleen geldig zijn voor een individuele werknemer of zogenoemde ongeschreven regels. Het gaat om:

  • herhaald of voortdurend overschrijden van beschreven regelgeving binnen de organisatie dan wel groep/klas/afdeling door een of meer collega’s en/of leidinggevenden
  • herhaald of voortdurend verzet tegen beschreven regelgeving binnen de organisatie dan wel groep/klas/afdeling door een of meer collega’s en/of leidinggevenden
  • herhaalde of voortdurende strijd over beschreven regelgeving binnen de organisatie dan wel groep/klas/afdeling tussen een of meer collega’s en/of leidinggevenden.

Algemene onrust in school of werksituatie

Door onrust in school of werksituatie wordt de jeugdige belemmerd in zijn taakuitvoering of in het aangaan van relaties met anderen. De onrust bestaat hoofdzakelijk tussen anderen (andere jeugdigen, volwassenen of leraren) en niet zozeer bij de jeugdige zelf. De situatie is afwijkend, duurt ten minste drie maanden en de jeugdige is er in aanzienlijke mate bij betrokken. Een afwijkende situatie wordt gekenmerkt door:

  • herhaald of voortdurend storend gedrag met frequente woordenwisselingen, agressief of destructief handelen door volwassenen en/of jeugdigen
  • een gebrek aan disciplinaire leiding, zodat werkzaamheden geen voortgang kunnen hebben
  • frequente woordenwisselingen of ruzies tussen leraren.

Culturele, leeftijds- en seksespecifieke kenmerken en verloop

Moeite met wennen op speelzaal of school hoeft geen probleem te zijn. Verzet bij afscheid is in veel gevallen gezond gedrag. Bij dreumesen (kinderen van 6-18 maanden) is het vaakst sprake van problemen met wennen. Met peuters is gemakkelijker te communiceren; hun kan uitgelegd worden dat het afscheid van tijdelijke duur is en gevoelens kunnen onder woorden worden gebracht (Hopman, 1996).

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies