• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Wat werkt?

Wat werkt bij opvoedingsondersteuning?

Opvoedingsondersteuning laat – met name bij ouders die tot een risicogroep behoren en ouders die de eerste signalen van opvoedingsproblematiek vertonen- positieve effecten zien op het opvoedingsgedrag van ouders, de psychosociale gezondheid van moeders en op het gedrag van kinderen. De effecten zijn in diverse studies op de korte termijn aangetoond. Of de effecten op de langere termijn blijven bestaan is nog onvoldoende onderzocht. Groepsgerichte ouderbijeenkomsten en gezinsondersteuning via huisbezoeken hebben de beste effecten. De kwaliteit van de relatie tussen ouders en groepsbegeleider of thuisbezoeker lijkt een belangrijke bijdrage te leveren aan de effecten van opvoedingsinterventies. Meer onderzoek is nodig naar precieze factoren die bijdragen aan effectiviteit.

Algemeen werkzame factoren

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen algemeen werkzame factoren en specifiek werkzame factoren bij interventies die gericht zijn op opvoedingsondersteuning. Algemeen werkzame factoren versterken de effectiviteit van interventies en gelden voor alle typen interventies, doelgroepen en verschillende doelstellingen. Het gaat dan om:

  • Gestructureerd en gestandaardiseerd curriculum;
  • Gericht op concrete doelen;
  • Duur van de interventie is afgestemd op de aard, zwaarte en complexiteit van de problematiek;
  • Aansluiting bij de wijze waarop ouders en kinderen zelf hun problemen ervaren;
  • Gericht op empowerment, het weer greep krijgen op het eigen leven;
  • Gericht op het activeren van sociale netwerken rond ouders en kinderen;
  • Persoonlijke kwaliteiten van de uitvoerder, zoals empathisch vermogen en een respectvolle houding;
  • Goede relatie tussen begeleider en ouder;
  • Kwaliteitsbewaking van de uitvoering van de interventie;
  • Aandacht voor bereik en blijvende participatie van ouders;
  • Opleiding, begeleiding en stabiele bezetting van uitvoerders.

Specifiek werkzame factoren

Specifiek werkzame factoren dragen alleen bij aan de effectiviteit van een interventie bij een bepaald probleem, een bepaalde doelgroep of een bepaalde interventievorm. Specifieke factoren zijn:

  • Groepsgerichte interventies; bij lichte opvoedingsvragen en problemen en of wanneer de problematiek zich leent om in een groep te bespreken en ouders baat hebben bij sociale steun;
  • Individuele interventies met frequente huisbezoeken; wanneer er sprake is van zwaardere problemen of wanneer ouders hun vragen en problemen niet in een groep willen bespreken;
  • In homevisiting programma’s is de inzet van getrainde paraprofessionals en verpleegkundigen effectiever dan het inzetten van vrijwilligers;
  • Gedragsgeoriënteerde interventies; wanneer doelen gericht zijn op het bijbrengen van opvoedingsvaardigheden en het bieden van praktische opvoedingstips om gedragsverandering te bewerkstelligen en invloed uit te oefenen op het gedrag van kinderen. In deze gedragsgeoriënteerde interventies leren ouders goed gedrag bekrachtigen en negatief gedrag negeren; ook leren ze gedrag dat veranderd moet worden identificeren en monitoren;
  • Cognitieve interventies; om houding en attitudes ten aanzien van opvoeding te veranderen.

Meer informatie

Meer informatie over werkzame principes bij opvoedingsondersteuning vindt u in het document Wat werkt bij opvoedingsondersteuning.

Zie ook

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.