• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Wat werkt?

Wat werkt bij migrantenjeugd?

Van veel interventies is niet bekend of zij ook geschikt zijn voor jongeren en ouders uit een andere cultuur. Zij zijn vaak gebaseerd op onderzoek onder de autochtone bevolking. Deze interventies worden ook wel generieke interventies genoemd. Het is de vraag of deze generieke interventies bruikbaar zijn voor verschillende culturele groepen. Moeten ze worden aangepast aan de belevingswereld van verschillende groepen, of zelfs vervangen worden door aparte interventies voor specifieke doelgroepen. Interventies die aangepast of speciaal ontwikkeld zijn voor verschillende culturele groepen, worden cultuursensitieve interventies genoemd. Naar de effectiviteit van cultuursensitieve vergeleken met generieke interventies is nog weinig onderzoek gedaan. Het bestaande onderzoek, met name naar de cultuursensitieve interventies, heeft bovendien veel tekortkomingen.

Positieve resultaten

Uit onderzoek blijkt dat generieke interventies positieve effecten kunnen hebben op jongeren en ouders uit etnische minderheidsgroepen. Aanpassing van interventies aan de belevingswereld van verschillende groepen zorgt voor een grotere acceptatie van de interventie, een groter bereik en minder uitval van migrantengroepen. Mogelijk versterkt de aanpassing ook de effecten van interventies. Van aanpassingen in competenties, randvoorwaarden en methodiek zijn in onderzoek positieve resultaten gevonden.

Competenties

  • Professionals moeten bepaalde competenties hebben: een open, respectvolle houding, aandacht voor de eigen 'culturele bril' en kennis van verschillende culturele achtergronden, zonder daarbij te generaliseren.

Randvoorwaarden

  • Aanpassingen in taal en communicatie kunnen nodig zijn: bijvoorbeeld door het inzetten van tolken of professionals met dezelfde culturele achtergrond of van vertaalde en aangepaste materialen. Letterlijke vertaling van materialen is overigens niet voldoende. Het is belangrijk gebruik te maken van woorden en uitdrukkingen die passen binnen de cultuur van een migrantengroep.
  • Praktische belemmeringen waar jongeren of ouders mee te maken hebben, zoals onregelmatige werktijden en een laag inkomen, moeten aangepakt worden.
  • De nadruk moet liggen op empowerment, bijvoorbeeld door deelnemers uit migrantengroepen zelf te betrekken bij de diensten die zij aangeboden krijgen.

Methodiek

  • Het theoretisch model dat ten grondslag ligt aan de interventie moet bekeken worden op geldigheid voor specifieke doelgroepen. Daarbij moet rekening gehouden worden met mogelijke verschillen in risicofactoren tussen groepen;
  • Interventiedoelen moeten duidelijk geformuleerd worden en de wederzijdse verwachtingen moeten duidelijk zijn. Bij het formuleren van interventiedoelen is het belangrijk rekening te houden met de culturele achtergrond, zonder daarbij te generaliseren;
  • Houd rekening met mogelijk noodzakelijke aanpassingen in de methodiek. Een familiebenadering kan bijvoorbeeld geschikter zijn dan een individuele benadering. Ook kunnen interventies gericht op het modelleren van en oefenen met vaardigheden beter werken bij laag opgeleide allochtonen dan interventies die sterk gericht zijn op verbale en cognitieve vermogens.

Meer informatie

Meer informatie over werkzame elementen in de hulp aan kinderen en jongeren uit etnische minderheidsgroepen is te vinden in: Wat werkt bij migrantenjeugd?

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.