Databank Effectieve Jeugdinterventies

Training Agressie Controle (TACt regulier)

De Training Agressie Controle (TACt regulier) is een individuele, intensieve training voor jongeren (IQ hoger dan 85) met antisociaal en agressief gedrag. TACt regulier wordt door de kinderrechter als leerstraf opgelegd. Tijdens wekelijkse bijeenkomsten wordt gewerkt aan het trainen van sociale vaardigheden, het aanleren van cognitieve zelfcontrole bij gevoelens van boosheid, het wijzigen van cognitieve vervormingen (‘denkfouten’) en het vergroten van het moreel redeneren.


Gericht op:

Antisociaal gedrag, delinquentie

Leeftijd:
12 - 18 jaar
Doel:

Voorkomen recidive

Methode:

Individuele aanpak

Locatie:

In een instelling

Uitvoering:

Gespecialiseerde hulp

Erkend als:
Goed onderbouwd
Op:
18 maart 2014
Door:

Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie


Doelgroep

De TACt Regulier is een individuele intensieve training voor jongeren (IQ hoger dan 85) met antisociaal en agressief gedrag die een aantal aan elkaar gerelateerde vaardigheidstekorten hebben:

  • een tekort aan sociale en cognitieve vaardigheden;
  • een tekort aan impulscontrole;een tekort op het gebied van moreel redeneren: een egocentrische, concrete en ‘primitieve’ manier van moreel redeneren.

Doel

De TACt Regulier beoogt het risico op agressief en antisociaal gedrag te verminderen middels het trainen van sociale vaardigheden, het aanleren van cognitieve zelfcontrole, het wijzigen van cognitieve vervormingen (‘denkfouten’) en het verhogen van het niveau van moreel redeneren. Hierdoor wordt de jongere beter toegerust om toekomstige risicovolle situaties op een prosociale manier op te lossen.

Aanpak

De TACt Regulier bestaat uit verschillende bijeenkomsten:

  • 1 intakegesprek en de delict bespreking
  • 24 trainingsbijeenkomsten (8 x training Sociale Vaardigheden, 8 x Boosheidscontrole training en 8 x training Moreel Redeneren)
  • 1 ouderbijeenkomst
  • 1 tussenevaluatiegesprek
  • 1 eindevaluatiegesprek

De TACt Regulier bestaat dus uit drie componenten: Moreel Redeneren, Sociale Vaardigheden en BoosheidsControleTraining. Wekelijks vinden er drie trainingsbijeenkomsten van een uur plaats, van elk onderdeel één. Per week vindt een dubbele bijeenkomst van 2 uur (met tussendoor 15 minuten pauze) en een enkele bijeenkomst van een uur plaats.

Onderbouwing 

De theoretische achtergrond van de TACt Regulier is geworteld in de leertheorieën, inclusief het model van Kohlberg over de morele ontwikkeling. De methoden die worden gehanteerd in de onderdelen Sociale Vaardigheden en BoosheidsControle zijn gebaseerd op elementen uit verschillende (cognitief) gedragstherapeutische programma’s. De gebruikte technieken zijn gebaseerd op principes van de operante leertheorie, de sociale leertheorie, de sociale informatieverwerkingstheorie, het zelfmanagementmodel en de cognitieve leertheorie; de technieken zijn ontleend aan de van deze leertheorieën afgeleide (cognitieve) gedragstherapie.

De wijze waarop de TACt Regulier jongeren nieuwe vaardigheden leert, is geschikt voor jongeren met verschillende leerstijlen. De verschillende trainingen die door Goldstein en collega’s door de jaren heen ontwikkeld zijn, hebben hun wortels in de ‘gestructureerde leertherapie’ (‘Stuctured Learning Therapy’; Goldstein, 1973). De aanpak is concreet en duidelijk en de jongeren zijn continu aan het werk. De stapjes van vaardigheden worden veelvuldig herhaald en op verschillende manieren geleerd. Bij de keuze van technieken en voorbeelden wordt rekening gehouden met jongeren met verschillende achtergronden en niveaus. De trainer stemt de oefensituaties af op het leerniveau van elke individuele jongere. De jongere oefent de vaardigheden in situaties die voor hem relevant zijn. Waar nodig geeft een trainer extra instructie en coaching of maakt hij een oefensituatie juist wat moeilijker. Van belang voor veel jongeren is de ‘discriminatietraining’. Dit maakt onderdeel uit van de gedragsoefening: in welke situatie kun je een bepaalde vaardigheid nu juist wel of juist niet gebruiken?

Onderzoek

Naar de effecten van de groepsvariant, de Aggression Replacement Training, zijn vanaf de eerste ontwikkeling diverse onderzoeken gedaan. Er zijn positieve uitkomsten gevonden bij jongeren die ART hebben gevolgd in vergelijking met jongeren uit een controlegroep: toename vaardigheden, minder antisociaal gedrag, minder recidive (zie bijvoorbeeld Goldstein e.a., 1998; Hornsveld, 2007). Veel van deze onderzoeken naar ART hebben betrekking op relatief kleine aantallen jongeren en deels op residentiële en schoolpopulaties. Het grootste onderzoek naar de effecten van ART qua omvang en uitgebreidheid van onderzoeksvariabelen (o.a. onderscheid competent- niet competente uitvoering, recidive bij 12 en 18 maanden follow-up) heeft betrekking op de Washington State ART (experimentele groep 704 jongeren; controlegroep 525 jongeren; Barnoski, 2004). In Washington State wordt WSART ambulant uitgevoerd door reclasserings­werkers en therapeuten, nadat de WSART is opgelegd door een rechtbank. De context van TACt Plus als gedragsinterventie voor jeugdigen in Nederland vertoont veel gelijkenis met de ambulante uitvoering van de WSART in Washington State.

De gevonden effecten bij de Washington State ART zijn vergelijkbaar met de effecten in andere onderzoeken. Belangwekkend gegeven uit het Washington State-onderzoek is het verschil in effect tussen competente en niet-competente uitvoering van ART: bij niet-competente uitvoering van ART is de recidive even hoog als bij de controlegroep.


Meer weten?

Meer weten over deze interventie? Neem contact op met:

Ontwikkelaar

Raad voor de Kinderbescherming
gedragsinterventies.helpdesk@rvdk.minvenj.nl

P.I. Research b.v.
Rijksstraatweg 145
1115 AP Duivendrecht
020 - 650 1500

Contactpersoon

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies