• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR

Kenmerken

Bij ontoereikende opvoedingsvaardigheden zijn de opvoedingsvaardigheden van de ouders niet geschikt voor of niet (voldoende) aangepast aan de behoeften van de jeugdige, de leeftijd / het niveau van de jeugdige of de ontwikkelingstaken van de jeugdige. Dit kan leiden tot pedagogische onmacht. Het gaat bij dit probleem niet om problemen op het gebied van ondersteuning, verzorging en bescherming van kinderen. Indien hiervan sprake is, dient rubriek D102 (Problemen met ondersteuning, verzorging en bescherming kinderen) geselecteerd te worden (eventueel in combinatie met dit probleem). Wanneer ook sprake is van verwaarlozing, dient ook de rubriek D301 (Jeugdige slachtoffer van verwaarlozing) geselecteerd te worden.

Subtypes en/of specificaties

Onzekerheid met betrekking tot aanpak opvoeding

Bij onzekerheid met betrekking tot de aanpak van de opvoeding is er sprake van een opvoedingspatroon waarbij ouders wel aandacht hebben voor wat de jeugdige nodig heeft, maar hun onzekerheid, lage zelfwaardering, gebrek aan zelfvertrouwen en eventueel ook hun gebrek aan de nodige kennis over opvoeding maken dat hun opvoedingsvaardigheden ontoereikend zijn. Hierdoor is er een gebrek aan gezag en/of komen de ouders onvoldoende toe aan het ontwikkelen van vaardigheden in de omgang met hun kind.

Onvoldoende ervaringsgerichte opvoeding

Bij onvoldoende ervaringsgerichte opvoeding is er een duidelijk gebrek aan betrokkenheid bij activiteiten van de jeugdige. Ouders beperken of verbieden verbale, sociale, perceptuele en motorische activiteiten van hun kind, of bieden daar geen relevante mogelijkheden voor aan. Dit komt voort uit ontoereikende kennis van ouders over leeftijdsadequate activiteiten van jeugdigen. Dit uit zich meestal in:

  • gebrek aan gesprek/spel tussen ouders en jeugdigen
  • gebrek aan activiteiten buitenshuis
  • beperking van mogelijkheden/gelegenheden waar activiteiten plaatsvinden
  • gebrek aan speelgoed of andere objecten waar de jeugdige mee kan spelen.

Overmatige ouderlijke pressie

Bij overmatige ouderlijke pressie is er sprake van een opvoedingspatroon waarbij ouders de jeugdige dwingen anders te zijn dan hij is, hetzij:

  • niet in overeenstemming met de sekse van de jeugdige (bijvoorbeeld door een jongen als meisje te kleden)
  • niet passend bij de leeftijd (bijvoorbeeld de jeugdige dwingen verantwoordelijkheden op zich te nemen die niet bij zijn leeftijd passen)
  • anderszins onpassend (bijvoorbeeld de jeugdige dwingen tot prestaties en activiteiten die niet aansluiten bij zijn mogelijkheden of wensen).

Problemen met het stellen en/of handhaven van regels en grenzen

Voorbeelden van problemen met het stellen en/of handhaven van regels en grenzen:

  • Ouders stellen te veel regels en grenzen. Hierdoor krijgt de jeugdige te weinig ontwikkelingsruimte om zelf dingen te ontdekken, keuzes te maken en van zijn ervaringen te leren.
  • Ouders stellen te weinig regels en grenzen en geven onvoldoende leiding. Het ontbreekt hun hierdoor aan gezag ten opzichte van de jeugdige.
  • Ouders stellen de verkeerde regels en grenzen. Zij stellen regels en grenzen die niet passen bij de leeftijd en behoeften van de jeugdige.
  • Ouders zijn inconsequent in het stellen van regels en grenzen. Zij zijn hierdoor onberekenbaar in hun reacties op het gedrag van de jeugdige.
  • Ouders stellen wel regels en grenzen, maar hebben onvoldoende pedagogische vaardigheden om deze te handhaven.

Ontoereikend(e) ouderlijk(e) toezicht/leiding

Hierbij hebben ouders gebrek aan kennis van wat de jeugdige doet of waar de jeugdige is, wat blijkt uit:

  • slechte controle: ouders weten onvoldoende over de bezigheden van de jeugdige of de plaats waar de jeugdige zich bevindt
  • gebrek aan interesse
  • gebrek aan het geven van leiding (of ineffectief)
  • gebrek aan pogingen om in te grijpen wanneer de jeugdige zich in riskante situaties bevindt.

Gebrek aan structuur

Hierbij bieden ouders onvoldoende structuur in het dagelijks leven.

Ontoereikende vaardigheden specifiek ouderschap

Jeugdigen met bijvoorbeeld een gedragsstoornis of handicap kunnen specifieke opvoedingsbehoeften hebben. Bij ontoereikende vaardigheden voor specifiek ouderschap beheersen de ouders voldoende basisopvoedingsvaardigheden, maar zijn zij onvoldoende vaardig om aan de specifieke behoeften van hun kind te voldoen.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies