• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Classificatie Jeugdproblemen (CAP-J)

Handleiding

Voor u met CAP-J gaat werken, is het noodzakelijk dat u de systematiek van CAP-J kent en dat u weet hoe classificeren werkt. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een gebruikershandleiding voor CAP-J ontwikkeld. Daarnaast biedt het Nederlands Jeugdinstituut een workshop aan over het gebruik van CAP-J.

Hieronder staan een aantal handvatten en basiskennis voor het gebruik van CAP-J:

Classificeren

Een classificatiesysteem is geen vervanging van diagnostiek. Daarom is het van belang dat classificeren altijd aan het eind van de diagnostische fase plaatsvindt. Eerst wordt het individuele verhaal van de cliënt goed in beeld gebracht, met alle nuances, unieke kenmerken en sterke kanten en met voldoende aandacht voor de samenhang tussen verschillende factoren. Pas daarna wordt nagegaan welke onderdelen uit dat diagnostische beeld zijn te classificeren als problemen.

Op welk niveau worden problemen geclassificeerd?

CAP-J is een hiërarchisch systeem, bestaande uit assen, groepen, rubrieken en subrubrieken. Op welk niveau een probleem wordt geclassificeerd, hangt af van het doel van de classificatie en de beschikbare informatie. Na een eerste screeningsgesprek kan de hulpverlener waarschijnlijk al aangeven op welke assen er problemen spelen. Om op het niveau van de rubrieken te classificeren, is een meer gedetailleerd beeld van de cliënt nodig. Belangrijk is om in het achterhoofd te houden dat classificaties op rubrieksniveau altijd nog te herleiden zijn naar classificaties op groeps- en asniveau. Andersom is niet mogelijk.

Wanneer is er sprake van een probleem?

Elk kind en elke jongere vertoont wel eens probleemgedrag, ook als er sprake is van een normale ontwikkeling. Dit hoeft nog niet problematisch te zijn. Bepaald gedrag kan voor een kleuter normaal zijn, terwijl hetzelfde gedrag bij een puber problematisch is. Hoewel in de beschrijvingen zoveel mogelijk geprobeerd is aan te geven wanneer bepaald gedrag wel of geen probleem is, wordt verondersteld dat de hulpverlener die CAP-J gebruikt kennis heeft van de normale en de problematische ontwikkeling (op minimaal hbo-niveau), en dus in staat is zelf in te schatten of gedrag normaal dan wel problematisch is.

Hoeveel problemen worden geclassificeerd?

Het aantal problemen dat geclassificeerd wordt, hangt ten eerste af van het niveau waarop geclassificeerd wordt. Hoe hoger het classificatieniveau, hoe minder problemen geclassificeerd worden. Daarnaast hangt het aantal problemen uiteraard af van de cliënt. Er is dus geen duidelijke richtlijn voor het aantal te classificeren problemen. Belangrijk is dat uitgegaan wordt van het diagnostisch beeld: classificeer niet meer problemen dan uit het diagnostisch beeld naar voren komen. Het is niet de bedoeling CAP-J te gebruiken als een screeningslijst om na te gaan of bepaalde problemen mogelijk aan de orde zijn. CAP-J kan wel gebruikt worden om tijdens of na het opstellen van het diagnostisch beeld te checken of er niets over het hoofd gezien is. Indien er veel problemen van toepassing zijn op de cliënt, is het verstandig om de voor de hulpverlening belangrijkste problemen te identificeren.

Belangrijke aandachtspunten


Oorzaak en gevolg

Problemen kunnen een gevolg zijn van andere problemen. Sommige jongeren hebben bijvoorbeeld een risicovolle vriendenkring en komen via hun vrienden in aanraking met drugs. Een ander voorbeeld: een kind kan als gevolg van een traumatische ervaring stemmingsproblemen hebben. Classificeer in deze gevallen beide problemen: zowel het 'oorzaak-probleem' (tenzij het niet nodig is de hulpverlening daarop te richten) als het 'gevolg-probleem'.

Verleden en heden

Problemen uit het verleden dienen alleen te worden geclassificeerd indien ze relevant zijn voor de hulpverlening. Als een kind van 10 jaar in het verleden kampte met hechtingsproblemen, is dat alleen relevant als de gevolgen daarvan nu nog een rol spelen.

Culturele verschillen

In de beschrijving wordt onder het kopje 'Leeftijds-, sekse- en culturele verschillen' onder andere aandacht besteed aan culturele verschillen. Alleen informatie op basis van wetenschappelijk onderzoek wordt hier vermeld. Als er geen informatie wordt geboden over culturele verschillen wil dat dus niet zeggen dat die er niet zijn, maar alleen dat er geen onderzoek naar is gedaan.

Vragen?

Willeke Daamen is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.