• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Stiefgezinnen

Een stiefgezin, of samengesteld gezin, is een gezin waarbij minimaal één ouder een kind heeft uit een vorige relatie. Een stiefgezin wordt gevormd na echtscheiding of na overlijden van een van de ouders. Omdat de woorden 'stiefmoeder', 'stiefvader' en 'stiefkind' negatieve associaties kunnen oproepen, wordt in de hulpverlening gesproken over 'samengesteld gezin'. Daarnaast worden ook de volgende benamingen gebruikt: combinatiegezin, plusouder gezin, patchworkgezin of nieuw gezin. Stiefgezinnen kennen verschillende verschijningsvormen:

  • Samengesteld gezin: als beide ouders kinderen meebrengen vanuit een vorige relatie.
  • Stiefvadergezin: als de kinderen uit een eerdere relatie van de moeder komen.
  • Stiefmoedergezin: als de kinderen uit een eerdere relatie van de vader komen.

Bronnen

  • Spruijt, E., Kormos, H. (2010) Handboek scheiden en de kinderen voor de beroepskracht die met scheidingskinderen te maken heeft. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum
  • Currie, C. et al. (2012) Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2009/2010 survey. Kopenhagen: WHO Regional Office for Europe

Kerncijfers

Het aantal stiefgezinnen is in Nederland ongeveer 184 duizend. Dit berekenden de scheidingsonderzoekers Ed Spruijt en Helga Kormos (2010) op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over eenoudergezinnen en de verhouding tussen eenoudergezinnen en stiefoudergezinnen uit diverse grote onderzoeken. Dit aantal is 9,5 procent van het totaal aantal gezinnen met thuiswonende kinderen onder de 18 jaar.

Spruijt en Kormos berekenden ook de verhouding tussen de typen stiefgezinnen op basis van een analyse van CBS-onderzoeker Steenhof (2007):

  • 84 procent van de stiefgezinnen is een stiefvadergezin, waarin de kinderen bij hun eigen moeder leven
  • 13 procent is een stiefmoedergezin, waarin de kinderen bij hun eigen vader leven
  • 3 procent is een samengesteld gezin, waarin zowel kinderen van de vader als van de moeder leven
  • in ongeveer eenderde van de stiefgezinnen krijgen de ouders ook gezamenlijk kinderen.

De samenstelling van stiefgezinnen verschilt vaak doordeweeks en in het weekend. In de meeste gevallen is sprake van een stiefgezin na echtscheiding. Kinderen zijn dan meestal doordeweeks bij de moeder, in het weekend om de week bij vader, en de schoolvakanties worden 'verdeeld'. Maar tegenwoordig zijn er steeds meer kinderen die zowel bij de ene als bij de andere ouder wonen (co-ouderschap), en de verdeling van de dagen varieert per gezin. Kinderen kunnen dan deels opgroeien in een stiefgezin, met stiefouder en stiefbroers en -zussen en deels bij hun eigen ouder en broers of zusjes. Of ze hebben te maken met meerdere stiefgezinnen, zowel bij de ene ouder als bij de andere ouder. Kinderen die geboren worden in een stiefgezin, hebben ook een ander gezin in het weekend dan doordeweeks, of in ieder geval op de dagen dat hun stiefbroers en zussen bij hun andere ouder zijn. De situatie kan daarom ook voor verschillende broertjes en zusjes in een gezin heel verschillend zijn.

Laatst bewerkt: 7 april 2015


Gebruikte publicaties

  • Spruijt, E. en H. Kormos (2010), Handboek scheiden en de kinderen. Voor de beroepskracht die met scheidingskinderen te maken heeft'. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Steenhof, L. (2007), 'Schatting van het aantal stiefgezinnen', in 'Bevolkingstrends', 4e kwartaal 2007. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Currie, C., ... [et al.] (2012). 'Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study : international report from the 2009/2010 survey'

Waar kinderen van gescheiden ouders wonen

Naar schatting maken jaarlijks 70.000 thuiswonende kinderen een echtscheiding van de ouders mee. Op de vraag of ze bij vader, moeder of allebei wonen, geeft 74 procent van de kinderen met gescheiden ouders aan bij moeder te wonen, 6 procent bij vader en 20 procent bij allebei (co-ouderschap). Dit blijkt uit een enquête onder scholieren uit de hoogste twee groepen van de basisschool en de laagste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs (Scholieren en Gezinnen 2010). Iets meer dan de helft van de kinderen met gescheiden ouders van 9 tot 16 jaar woont in het nieuwe gezin ook met een stiefouder, zo geven ze zelf aan (onderzoeksperiode 2006-2009).

Laatst bewerkt: 14 januari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Jongeren in stiefgezinnen

In Nederland woont 7 procent van de 11,13 en 15-jarige jongeren in een stiefgezin. Dit blijkt uit de cijfers van het grote internationale onderzoek 'Health Behaviour in School-aged Children' (HBSC) onderzoek. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in meer dan veertig landen, waaronder veel Europese landen, de Verenigde Staten, Canada en Israël.

In de figuur staan de gegevens van Europese landen met de hoogste en laagste score en een aantal West-Europese landen. Uit de gegevens die zijn verzameld in 2009/2010 blijkt dat het aandeel jongeren dat in een stiefgezin woonde, sterk uiteenliep.

In Armenië, Macedonië en Turkije woonden in 2009/2010 naar verhouding de minste jongeren in een stiefgezin. Dit aandeel lag daar op 1 procent van alle jongeren. In Wallonië in België woonden daarentegen in 2009/2010 naar verhouding de meeste jongeren in een stiefgezin. Dit aandeel lag daar in 2009/2010 op 16 procent van alle jongeren.

In het HBSC-onderzoek zijn jongeren gevraagd naar hun leefvorm, of ze in twee huizen woonden, en bij wie ze de meeste tijd woonden. De hier opgenomen gegevens gaan over het aandeel jongeren dat voornamelijk in een stiefgezin woont.

Laatst bewerkt: 17 januari 2014

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies