Opleidingsniveau jongeren

Het opleidingsniveau van jongeren stijgt geleidelijk. Zo gaan minder jongeren naar het vmbo en gaan er meer naar een vorm van hoger onderwijs.

Meer jongeren zijn naar havo of vwo gegaan en minder naar het vmbo. Ruim 18 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs volgt in het schooljaar 2019/2020 een vwo-opleiding en ruim 17 procent gaat naar de havo. Tien jaar eerder ging het om respectievelijk 17,5 procent en 16 procent. Het aandeel leerlingen dat een vmbo-opleiding volgt is in die periode gedaald van 22 procent in 2009 naar 21 procent in 2019.

In het schooljaar 2019/2020 staan 770.283 studenten ingeschreven in een vorm van hoger onderwijs (hbo of wo). Tien jaar eerder, in 2009/2010, waren het er 636.406. De stijging geldt zowel voor studenten met een Nederlandse achtergrond als studenten met een migratieachtergrond. In 2009 stonden er 88.337 studenten met een niet-westerse migratieachtergrond ingeschreven op een hbo-instelling of universiteit. In 2019 is dit aantal gestegen naar 126.616 studenten. Het aantal studenten met een westerse migratieachtergrond is gestegen van 63.476 in 2009 naar 118.646 in 2019.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters onder jongeren van 18 tot 25 jaar is sinds 2010/2011 gedaald. De afgelopen twee jaar is er echter weer sprake van een stijging. In 2010/2011 waren er 39.115 nieuwe schoolverlaters (2,76% van alle leerlingen) . In 2018/2019 is dit gedaald naar 26.894 (2 procent van alle leerlingen). Een jaar eerder, in 2017/2018, ging het om 25.666 (1,74 procent) jongeren die zonder startkwalifcatie van school zijn gegaan.

Laatst bewerkt: 4 november 2020


Trends instroom hoger onderwijs

De laatste tien jaar stijgt geleidelijk het aantal studenten dat een vorm van hoger onderwijs volgt. In 2019/2020 stonden 463.382 studenten ingeschreven voor een hbo-opleiding. Tien jaar eerder ging het om 403.278 studenten. Voor het wetenschappelijk onderwijs stonden in 2019/2020 306.895 studenten ingeschreven. In 2009/2010 ging het om 233.128 studenten. Meer vrouwen dan mannen volgen een vorm van hoger onderwijs.

De stijging van het aantal jongeren in het hoger onderwijs geldt voor zowel jongeren met een Nederlandse achtergrond als jongeren met een migratieachtergrond.

Onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond vormen studenten met een Surinaamse en Turkse achtergrond, met respectievelijk 16.158 en 17.309 studenten, in 2019/2020 de grootste groepen. De grootste stijging is te zien onder jongeren met een Turkse en Marokkaanse achtergrond. In 2009/2010 stonden er 12.970 studenten met een Turkse achtergrond ingeschreven voor een hbo- of wo-opleiding. Dit aantal is in 2019/2020 gestegen naar 18.449. Voor studenten met een Marokkaanse achtergrond gaat het om een stijging van 12.042 in 2009/2010 naar 116.821 in 2019/2020 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Laatst bewerkt: 14 augustus 2020


Scores op de Centrale Eindtoets basisonderwijs

Kinderen met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond behaalden in het schooljaar 2018/2019 gemiddeld betere resultaten op de Centrale Eindtoets basisonderwijs van Cito dan kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond.

Jongens en meisjes behalen gemiddeld een bijna even hoge totaalscore op de Centrale Eindtoets. Wanneer gekeken wordt naar de afzonderlijke toetsonderdelen is te zien dat meisjes iets beter zijn in taal dan jongens. Meisjes beantwoordden 73 procent van de taalvragen goed, jongens 70 procent. Op het onderdeel rekenen beantwoorden jongens 67 procent van de vragen goed en meisjes 63 procent.

Laatst bewerkt: 12 augustus 2020


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies